zaterdag 10 maart 2012

In debat over Israel en de media

 

Hieronder mijn verslag van het debat café bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam, waar ik samen met Hans Moll en UvA onderzoeker Joep Schaper te gast was om over de berichtgeving van de NRC en de media in het algemeen over Israel-Palestina te spreken.

 

RP

---------

 

In debat over Israel en de media (1)

IMO Blog, 2012

Afgelopen zondag was ik te gast in het debat café van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Ik ben niet zo iemand van openbare debatten, heb daar dus geen ervaring in, maar voelde me wel een beetje vereerd dat ze me vroegen, samen met oud NRC-journalist Hans Moll, om over de berichtgeving van de media, de NRC in het bijzonder, over het Israelisch-Palestijns conflict te praten. Hans Moll had vorig jaar een kritisch boek geschreven over zijn ervaringen bij de NRC over met name de islam en het Midden-Oosten conflict. Zelf deed ik een paar jaar geleden een onderzoek naar de berichtgeving in NRC en werkte daarna nog mee aan eenonderzoek naar de NOS berichtgeving over Israel en de Palestijnen. Men had ook de NRC uitgenodigd maar die wilden niet, en nu was de derde spreker iemand die bij een onderzoek van de UvA betrokken was, dat enigszins afwijkende uitkomsten had als mijn onderzoek en het boek van Moll.

We hielden elk een presentatie waarin we onze onderzoeken en bevindingen kort presenteerden. Ik legde uit dat ik meer dan 200 artikelen op acht verschillende criteria had beoordeeld, en een meerderheid van de artikelen gekleurd bleek te zijn ten nadele van Israel. In al deze artikelen klinkt impliciet danwel expliciet de mening van de krant door en is men bevooroordeeld ten opzichte van Israel. Dat kan zijn door Israelische bronnen met meer scepsis te behandelen (volgens Israel 'zou'...), door het gebruik van negatieve kwalificaties bij Israelische leiders (havik, ultra nationalistisch) of door pas in de derde of vierde alinea te vermelden dat een Israelisch bombardement in reactie kwam op Palestijnse raketten.

Lees meer: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000649.html

 

In debat over Israel en de media (2)

IMO Blog, 2012


Hans Moll begon zijn presentatie met een filmpje waarop een belangrijke leider van de Moslim Broederschap, Al Qaradawi, opriep de Al Aqsa Moskee te bevrijden. Hij stond op het Tahrirplein voor een grote menigte die enthousiast op zijn woorden reageerde. In de media werd een heel ander beeld van de demonstraties op het Tahrirplein gegeven, en stonden jonge, vaak westerse demonstranten daar leuzen tegen Mubarak te scanderen. Wanneer er al aandacht was voor dergelijke opruiende taal van radikale moslims, dan werd benadrukt dat zij maar weinig mensen trokken. De algemene tendens was dat de radikale moslims een kleine minderheid vormden waar we ons geen zorgen over hoeven maken.

Ook voor Palestijns extremisme heeft de NRC geen aandacht, aldus Moll. Toen de aan Shas verbonden rabbijn Ovadia Yosef zei dat de vijanden van Israel, waaronder Abbas, dood moesten, stond dit op de voorpagina van de NRC. Maar wanneer Palestijnse leiders en geestelijkendergelijke taal bezigen, wordt dat genegeerd. Voorts haalde hij een voorbeeld aan van een onderzoek naar moslims, waaruit blijkt dat zij in meerderheid niet anti-Westers zijn. De onderzoeker, Esposito, was echter behoorlijk omstreden. Moll sprak de betreffende redacteur aan en vroeg waarom men niet vermeldde dat er de nodige kritiek op de onderzoeker was, waarop die zei 'ja, onder neo-cons ja'. Met andere woorden: als alleen zogenaamde neo-cons ergens kritiek op hebben kunnen we dat als krant niet echt serieus nemen. Er bleek bij de NRC nogal veel als 'neo-con' te worden afgedaan.

Lees meer: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000650.html

 

In debat over Israel en de media (3)

IMO Blog, 2012


De vraag wat objectieve berichtgeving is, is niet zo makkelijk te beantwoorden. Zowel Hans Moll als ik wezen erop dat de krant ook bronnen en informatie van de andere kant moet geven, en die even serieus had moeten behandelen. (Zo heeft men in de berichtgeving over wat de Gaza Strookwel en niet binnenkomt niet één keer informatie van de Israelische overheid of de instantie die daar over gaat, COGAT, gebruikt. Men baseerde zich slechts op VN-bronnen.) Dan hebben de lezers tenminste de beschikking over informatie van beide kanten, en kunnen vervolgens zelf een oordeel vormen. Nu geeft de krant je die gelegenheid vaak niet omdat slechts informatie van één kant en met één bepaalde strekking wordt gegeven.

De discussieleider vroeg ons hoeveel contekst we meenden dat nodig of gewenst is, en bij ieder artikel, of kan men over een zaak een keer wat uitgebreider berichten en volstaat dat dan? En hoever moet je teruggaan in de tijd? Er was geen ruimte om daar in detail op in te gaan, net zoals er ook geen ruimte was om de onderzoeken van mij en Schaper onder de loep te nemen en precies na te gaan hoe de resultaten tot stand zijn gekomen. Het ligt echter voor de hand om waar de 'nakba' van Palestijnse kant wordt beschreven, ook Israels kant toe te lichten en die niet als oud en achterhaald af te doen zoals gebeurde, terwijl het Palestijnse narratief kritiekloos wordt weergegeven. En wanneer de vluchtelingen worden besproken, zou de krant wel eens mogen uitleggen dat er voor de Palestijnse vluchtelingen andere criteria gelden, en de UNRWA een ander, veel beperkter mandaat heeft dan de UNHCR, maar voor veel minder vluchtelingen toch ongeveer evenveel uitgeeft.

Vanuit de zaal kwamen vooral kritische vragen en opmerkingen over het onderzoek van Schaper. Men meende, net als Moll overigens, dat dit onderwerp zich niet leent voor een dergelijke kwantitatieve methode. Ik kan moeilijk beoordelen of dat principieel zo is, maar in dit geval denk ik dat het zeker nadelen had. Naast de al genoemde nadelen vielen me meer subjectieve zaken op. Zo werden in de handmatige en automatische inhoudsanalyse een aantal zoektermen gebruikt. In de bijlage zijn die weergegeven, en staat toegelicht:

Lees meer: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000651.html

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen