woensdag 17 augustus 2011

Palestina of Israel: wie heeft recht op het land? (IMO)

 

 

Palestina of Israel: wie heeft recht op het land?

http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000584.html

IMO Blog, 2011 / Ratna Pelle

 

Naast de historische en religieuze connectie van de Joden met het land Israel/Palestina, en het feit dat de Arabieren er eeuwenlang de (overgrote) meerderheid waren, gebruiken beide partijen vaak VN documenten en andere internationaal gerechtelijke documenten en uitspraken om hum claims te rechtvaardigen. De belangrijkste hiervan zijn de Balfour verklaring, het Britse mandaat, de San Remo conferentie, het delingsplan uit 1947, en resolutie 242 en 337. Deze documenten en gedane uitspraken zijn vaak op verschillende manieren te interpreteren en worden door beide partijen vaak misbruikt voor eigen doeleinden.


Zo ontkennen antizionisten dat het mandaat de Joden in feite zelfbeschikking gaf en de voorloper van een staat, en menen zij bovendien dat de Britten Palestina ook aan de Arabieren hadden beloofd, wat twijfelachtig is. Ze wijzen er ook op dat het mandaat stelt dat de rechten van andere gemeenschappen moeten worden gewaarborgd, maar vermelden niet dat het hier om burger- en religieuze rechten gaat, niet om politieke of nationale. Rechtse zionisten menen daarentegen dat het mandaat hun een staat gaf op het hele gebied en gebruiken dat als bewijs dat de nederzettingen legaal zijn (Joodse vestiging in het hele land, en aanvankelijk zelfs in wat nu Jordanië is). Het Britse Mandaat stelt:

Whereas the Principal Allied Powers have also agreed that the Mandatory should be responsible for putting into effect the declaration originally made on November 2nd, 1917, by the Government of His Britannic Majesty, and adopted by the said Powers, in favor of the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, it being clearly understood that nothing should be done which might prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

De Britten hebben de betekenis hiervan zelf overigens in de loop der jaren nogal 'aangepast', vooral onder druk van het Arabische verzet en geweld in Palestina. Zij hebben meerdere malen geprobeerd de Joodse immigratie te beperken, wat een schending van de provisies van het mandaat zou zijn, en in 1939 uiteindelijk strenge restricties ingevoerd.

In de MacMahon-Hussein correspondentie (1915, dus ruim voor het mandaat en voor de Balfour verklaring) heeft Sir Henry Mc Mahon namens de Britse regering alle Arabische op Turkije te veroveren gebieden beloofd aan Sherif Husayn (Hussein) uit Mekka, behalve een stuk ten Westen van Syrië:

"The two districts of Mersina and Alexandretta and portions of Syria lying to the west of the districts of Damascus, Homs, Hama and Aleppo cannot be said to be purely Arab, and should be excluded from the limits demanded."

Ami Isseroff zegt daarover:

The area was only defined approximately.
No authoritative maps based on this promise were ever published. The origins of the boundary suggested are obscure, and may have had their origin in the instructions of Sir Edward Grey that Damascus, Homs, Hama and Allepo should be under Arab control. (see discussion by Elie Kedourie, Islam and the Modern World, Holt, Rhinehart and Winston, 1980, pp 297 ff).

Either interpretation could be supported by the vague boundary description in the letter, and partisans of the Zionists and Palestinians have produced maps that support their contentions. The Arab claim that Palestine was definitely part of the land assigned to the Arabs is not wholly consistent with the phrase in the letter, which says of the excluded areas "cannot be said to be purely Arab, and should be excluded from the limits demanded. Palestine "could not be said to be purely Arab" in the same sense as the area of modern Lebanon certainly, because, especially in Jerusalem, the Turkish government had given a great many "concessions" to both foreign governments and to church groups. Moreover, there is a British undertaking to safeguard the holy places, which would hardly have been necessary if Palestine was not part of the area. The British later claimed that the Balfour declaration was consistent with the McMahon correspondence and the Sykes-Picot agreement, but the three documents seem to contradict each other.


Dit soort ambiguïteit lijkt helaas kenmerkend voor veel wat er over Israel en het conflict wordt gezegd. Maar zelfs wanneer Palestina toen wel aan de Arabieren was beloofd, dan nog heeft die belofte geen enkele juridische waarde, zoals de Balfour verklaring ook pas waarde kreeg doordat die met het Britse mandaat is geïmplementeerd, dat door de Volkerenbond aan Groot-Brittannië is toegewezen. Erger is dat GB niet alleen een belofte maar een overeenkomst met internationale legitimiteit schond met het White Paper van 1939, waarin niet alleen de Joodse immigratie tot strenge quota werd beperkt, maar ook het kopen van grond door Joden ernstig werd bemoeilijkt en de mogelijkheden en voorwaarden waaronder zij mochten bouwen. Het mandaat spreekt immers van:

Lees verder

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen