woensdag 1 juni 2011

Internationaal recht is politiek gekleurd


Afshin Ellian heeft natuurlijk gelijk, en het feit dat hij de VS bekritiseert voor haar houding in deze, laat zien dat hij evenwichtiger is dan velen denken. Maar echt nieuws is dit niet. Net als het Internationaal Strafhof is ook het Internationaal Gerechtshof, dat in 2004 een omstreden advies uitbracht over de 'muur' in Israel, en natuurlijk de VN Mensenrechtenraad, die tot deze uitspraak opdracht gaf, alsook tot het eveneens omstreden Goldstone rapport, niet bepaald objectief.
 
De politisering van het internationale recht en het schaamteloze misbruik hiervan door dictaturen en organisaties als de OIC (de islamitische landen), maakt dat het moeilijk is deze instituten nog echt serieus te nemen. Anderzijds zijn instituten als het Internationaal Strafhof het enige dat we hebben om schurken als Mladic te berechten. Het is daarom van het grootste belang de politisering en de machtsspelletjes, zowel door het westen als door de OIC en niet gebonden landen, te bestrijden. Meer aandacht voor de misstanden en selectieve werkwijzen door de media kunnen daartoe een aanzet geven.
 
RP
---------

Internationaal recht is politiek gekleurd

Afshin Ellian, 31-05-2011 06:11

http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/8606/Internationaal_recht_is_politiek_gekleurd

Het recht heeft geen monopolie op gerechtigheid. Maar het mag geen politiek steekspel wordenDe blijdschap is groot. Ratko Mladic zal zich voor de rechter moeten verantwoorden wegens het begaan van oorlogsmisdrijven. Maar waarvoor zijn we eigenlijk blij? Welk rechtvaardigheidsgevoel is hiermee gediend?

We zouden blij geweest zijn als Europa het in de jaren negentig had aangedurfd om met geweld een einde te maken aan de burgeroorlog die in een genocide uitmondde, in plaats van langdurige zinloze gesprekken te voeren. Dat hadden Europa en de Verenigde Naties moeten doen. Uiteindelijk werd de Balkanoorlog beëindigd door militair optreden van de Amerikanen. 

Maar het internationaal recht, en vooral het internationaal strafrecht, dreigt te verworden tot een politieke aangelegenheid. Niet voor niets duurde het vijftien jaar voordat men bereid was Mladic te arresteren. In het tijdperk van satellieten verdwijnt niemand zomaar van de aardbodem. Ook Osama bin Laden kon niet zomaar verdwijnen zonder de actieve steun van een staat of elementen daarin.

Wanneer wij over het recht spreken, moeten we een strikt onderscheid aanbrengen tussen recht en politiek. Dit onderscheid valt nauwelijks te maken op het gebied van het internationaal strafrecht. Zonder een voorafgaand politiek besluit kunnen de internationale tribunalen niet overgaan tot daadwerkelijke vervolging van grote haaien. 
Tegen de Libische leider Kadhafi werd actie ondernomen omdat hij met de inzet van tanks zijn eigen bevolking in de stad Benghazi dreigde te terroriseren. Afgelopen weken heb ik meer tanks gezien in Syrische steden dan in Libische steden. 

De internationale gemeenschap kijkt toe hoe president Assad en zijn maffiose familie tanks en andere zware militaire middelen inzetten om zijn bevolking uit te moorden. Voorlopig is op deze familie het internationaal strafrecht niet van toepassing. Dat heeft te maken met politieke afwegingen.

Advocaat en hoogleraar inter­natio­naal strafrecht Gert-Jan Knoops haalt in zijn boek Blufpoker, De duistere wereld van het internationaal recht een interessant voorbeeld aan dat de politieke aard van het internationaal strafrecht belicht. Ondanks het feit dat Rusland, China en Amerika zelf het ICC-verdrag voor de oprichting van het Internationaal Strafhof wijselijk niet hebben getekend, maken zij daarvan ruimhartig gebruik als het hun uitkomt.

Nu wordt in Den Haag Charles Taylor, oud-president van Liberia, berecht door het Sierra Leone Tribunaal. Hij zou vanuit Liberia de rebellen hebben getraind en bewapend. Volgens Knoops erkende David Crane, de hoofdaanklager van het Sierra Leone Tribunaal, dat 'de landen die het Tribunaal financieren, waaronder de VS, erop hadden aangedrongen om wel Charles Taylor te vervolgen voor zijn beweerdelijke steun aan de burgeroorlog in Sierra Leone, maar in 'ruil' hiervoor vooral de Libische leider, kolonel Kadhafi, met rust te laten, door hem niet aan te klagen'. Pikant! Ook de kolonel zou deze oorlog hebben gesteund.

Terecht komt Knoops tot de conclusie dat het indienen van aanklachten bij straftribunalen gemakkelijk onderdeel van een politiek steekspel kan worden, met als inzet niet het recht, maar de onttroning van een staatshoofd. Maar daarin is men natuurlijk erg selectief. Zwakke Afrikaanse leiders kunnen makkelijker worden vervolgd dan sterke leiders in het Midden-Oosten.

In de zomer van 2009 gebruikte het Iraanse regime niet-geüniformeerde sluipschutters om ongewapende burgers te doden. Op die manier werd bijvoorbeeld Neda Agha Sultan voor de ogen van de wereld gedood. Zij werd het symbool van de Groene Beweging. Maar niemand in de Veiligheidsraad had zin in om de Iraanse leider Khamenei te gaan vervolgen wegens misdaden tegen de menselijkheid. Niet onbegrijpelijk. Want president Obama was toen bezig met het schrijven van zijn tweede vriendelijke brief aan Khamenei betreffende het nucleaire programma van Iran.

Al deze voorbeelden ondergraven het gezag van het internationaal strafrecht. Daarom zouden deze tribunalen in de ogen van anderen, de meeste bewoners van de aarde, niet kunnen worden gezien als instituten waar eerlijke, onafhankelijke en onpartijdige rechtspleging plaatsvindt. Precies uit deze vrees tekende Amerika zelf het ICC-verdrag niet. Dit is toch erg curieus. Ze tekenden het niet, maar met dezelfde argumenten maken ze gebruik van het internationaal strafrecht.

Het begrip 'internationaal strafrecht' kan dat laatste, onmisbare woordje  'recht' nauwelijks waarmaken. Het is internationaal, het is bestraffend, maar het is nog geen recht. Met duistere instituten en instrumentaria kan het Westen de gerechtigheid niet laten schijnen in deze wereld. Het recht heeft geen absolute monopolie op het begrip gerechtigheid. Ook politiek handelen kan gerechtigheid brengen in deze wereld. Maar wie gerechtigheid in de zin van het recht gebruikt, moet ondubbelzinnig bereid zijn zich te onderwerpen aan het recht.

De auteur is hoogleraar rechtswetenschap aan de universiteit Leiden

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen