donderdag 25 december 2014

Nieuw-Mokum in Israël (NIW)

 

Nieuw-Mokum in Israël

http://www.niw.nl/nieuw-mokum-in-israel787/
Door Redactie
 
Foto: Virtualjerusalem

Twee Amsterdammers werken aan de bouw van een Nederlands dorp in Israël. Ze willen het Joodse Nederlanders makkelijker maken om alia te maken. Een dorp inclusief windmolens, pannenkoeken en grachten. Is het deel van een in de media uitbundig beschreven vlucht van Joden uit Nederland? 
Door Annet Röst
 
De gebeurtenissen van afgelopen zomer waren voor mij de druppel,” vertelt initiatiefnemer David Beesemer, voorzitter van Maccabi Nederland. Hij was tot voor kort gelukkig in Nederland. De explosieve groei van haatuitingen en bedreigingen op sociale media, extreme anti-Joodse uitspraken zoals tijdens de pro-Islamitische Staat-demonstratie in Den Haag en incidenten rond de laatste Gaza-oorlog hebben bij de vastgoedondernemer voor een kentering gezorgd. „Ik ben nu constant bezig met de vraag of ik mijn kinderen hier een veilige toekomst kan bieden,” aldus Beesemer. „Voor de zomer van 2014 dacht ik hier helemaal niet over na.” Dat hij niet de enige is die zich zorgen maakt bleek tijdens gesprekken met Joodse vrienden aan zijn keukentafel. „Bij iedereen was het gevoel van onveiligheid toegenomen en er werd serieus over emigratie gesproken. De wens is er, maar financiële onzekerheid en vooral het gemis van sociale coherentie zijn grote obstakels.”

Veilige omgeving
Het zijn obstakels die volgens Beesemer op te lossen zijn. Samen met zijn goede vriend, de 37-jarige Ritchie Kremer, eigenaar van een Amsterdams communicatiebureau, sloeg hij de handen ineen en bedacht een plan: een Nederlands dorp in Israël. Een plek waar Nederlandse immigranten in een veilige omgeving kunnen wonen, samen met andere Nederlanders. Beesemer: „Eerst wilden we het project ‘de Ark van Noach’ noemen, maar dat is toch wel heel dramatisch. Het is niet zo dat we het gevoel hebben dat we het land uit moeten vluchten.” De werktitel is nu ‘Moshav Mokum’. Een mosjav is een coöperatieve landbouwnederzetting, waarvan de eerste werden opgericht door Joodse pioniers, nog voor de oprichting van de staat Israël. „Eigenlijk moet het een soort Holland-dorp worden,” aldus Beesemer. „We willen geen winst maken, het zal een dorp met een socialistische inslag zijn. Mensen kunnen er de eerste paar jaar dat ze in Israël zijn wonen, daarna moeten ze weer ruimte vrijmaken voor nieuwkomers.” Van tevoren kunnen immigranten aangeven wat hun wensen zijn wat betreft werk, huisvesting en scholen. „In het dorp komt een kantoor met betaalde professionals, die daar een perfecte invulling aan proberen te geven. Emigreert er een geoloog, ik noem maar wat, dan zorgen wij ervoor dat hij precies weet hoe hij in Israël aan de slag kan gaan. Ook zal het dorp beschikken over een crèche, medische faciliteiten en een taalinstituut om het Hebreeuws zo snel mogelijk onder de knie te krijgen.”

Inkomsten worden vooral gegenereerd door het vastgoed – de nieuwe immigranten moeten gewoon huur betalen – en toerisme. Beesemer ziet de pannenkoekenhuizen, windmolens en Nederlandse architectuur al voor zich. „Fantastisch toch? Dan komen er ook lokale toeristen op af. Een hartstikke leuk uitje voor veel Israëli’s. En de inkomsten pompen we dan weer in bijvoorbeeld die betaalde
professionals. Mijn inschatting is dat wanneer we dit goed uitwerken er zomaar tientallen Nederlandse gezinnen zullen zijn die interesse zouden kunnen hebben om de stap te maken.”

Positief advies
De strakke brochure die Kremer en Beesemer hebben gemaakt is de Israëlische ambassadeur, Haim Divon, onder ogen gekomen. Volgens het duo is hij erg enthousiast. „We hebben samen met hem rond de tafel gezeten en de ambassadeur vindt het een geweldig plan. Hij kwam al meteen met locaties op de proppen en heeft een positief advies doorgestuurd naar Israël. Hij verwacht dat er in januari al een reactie komt. Waarschijnlijk zullen we een uitnodiging krijgen om ernaartoe te gaan om topambtenaren te ontmoeten en over ons plan te praten.”
Of Kremer en Beesemer zelf in het dorp gaan wonen staat nog niet vast. Kremer zegt dat het voor hem momenteel ‘niet opportuun’ is om alia te maken, maar wie weet: „Op het moment dat de burgemeester van Den Haag feitelijk niet optreedt tegen dingen die worden geroepen in de Schilderswijk, dan voel ik me vogelvrij verklaard. Dat is gek en heb ik nog nooit zo gevoeld. Ik denk dat we elkaar moeten steunen. De ene persoon wil nu weg, de ander later. Zelf weet ik het nog niet. Economisch gezien ziet het er overigens goed uit in Israël, misschien nog wel rooskleuriger dan hier.” Beesemer denkt er wel aan om de stap daadwerkelijk te maken. „Het is nu, in de romantiek van het idee, wel de overweging,” zegt hij. „Maar het leven leert dat niet ieder idee realiteit wordt. Ook ik denk dat het de komende vijf jaar alleen maar erger gaat worden voor Joden in Nederland. Ik ben 49 jaar en maak me vooral zorgen voor mijn kinderen. Bied je je kinderen een veilige toekomst? Mijn dochter is nu 21 en is er erg mee bezig.”

 
Britse delegatie
Maar in hoeverre voegen Joden nu daadwerkelijk de daad bij het woord en vertrekken Joodse jongeren echt naar het buitenland? Is er daadwerkelijk een exodus gaande, zoals onder andere het Engelstalige blad Newsweek afgelopen zomer groots bracht. Op de cover de tekst: Exodus: Why Europe’s Jews are fleeing once again, geïllustreerd door een jonge vrouw met een rolkoffer in haar hand. ‘Jonge Joden willen weg’, schreef het christelijke Nederlands Dagblad onlangs, een bericht dat vervolgens gretig werd overgenomen door andere media. Dit naar aanleiding van een bezoek aan de Joodse scholengemeenschap Maimonides van een Britse parlementaire delegatie die zich bezighoudt met de bestrijding van antisemitisme in Engeland. ‘Een groot aantal Joodse jongeren voelt zich zo bedreigd dat ze willen vertrekken uit Nederland’, aldus de krant.

Ook Brigitte Wielheesen – tot voort kort directeur van de Collectieve Israel Actie – wijdde er een column aan op de Joodse community- website Jonet. ‘Het is 1938!’ kopt de voormalige D66-politica. Ook zij constateert in haar column – mede met verwijzing naar het bezoek van de Britse parlementariërs – dat Joodse jongeren uit Nederland weg willen. ‘Als de Nederlandse politici hun prioriteiten niet gaan verleggen, hebben we straks geen Joodse jongeren meer,’ schrijft ze.


David Pappie, bestuurslid van het Joods Bijzonder Onderwijs (JBO), waar het Maimonides deel van uitmaakt, is verbaasd over hoe de uitspraken van de Britse parlementariërs een eigen leven zijn gaan leiden in de media. Hij was erbij tijdens het bezoek: „Er was een discussie met leerlingen van VWO 5 en 6 om te peilen hoe de Joodse jongeren tegen het antisemitisme aankijken. In de discussie vroeg een van de Britten wie er naar Israël zou willen. Meerdere jongeren staken hun hand op. De bewuste parlementariër heeft dat gelinkt aan een gevoel van onveiligheid,” aldus Pappie, „maar we hebben altijd leerlingen die na hun schooltijd naar Israël gaan, dat is nooit anders geweest.” Pappie denkt dan ook dat er geen explosieve stijging is van het aantal Joodse jongeren dat vertrekt. „Ik ben actief binnen de Joodse gemeenschap. Het is waar dat er een gevoel van onbehagen is, misschien ook vanwege de gebeurtenissen
afgelopen zomer, maar ik heb geen aanwijzingen dat mensen en masse hun koffers aan het pakken zijn.”
 
Stabiel
En wat zeggen de concrete cijfers? Volgens officiële cijfers van de Israëlische overheid is het aantal Joodse Nederlanders dat alia maakte het afgelopen decennium vrij stabiel. In 2014 waren het er 64. Twee personen minder dan in 2005, toen er 66 Nederlandse Joden naar Israël kwamen. Daartussen lag het gemiddelde tussen de 60 en 70 per jaar. Chris Bonfeel van de Irgoen Olei Holland (IOH) – de Nederlandse immigrantenorganisatie in Israël – ziet ook geen toename van het aantal immigranten. „Ik heb wel contact met een aantal mensen die in de nabije toekomst op alia willen komen, maar ik heb niet het gevoel dat er een stijging is sinds afgelopen zomer,” aldus Bonfeel.

Michael Hess (32) denkt ook dat de krantenkoppen overdreven zijn. Joden vertrekken volgens hem niet in groten getale, en zeker niet in reactie op de berichtgeving over groeiend
antisemitisme. Zelf vertrok Hess wel zeven jaar geleden vanuit Amsterdam naar Israël. „Dat was overigens geen vlucht, want ik vind Nederland een fijn land en heb er heel veel vrienden die heel goede dingen doen voor de Joodse gemeenschap. Ik wilde naar Israël voor mijn persoonlijke levensgeluk en om daadwerkelijk onderdeel van het land te zijn.” Sinds een paar maanden is Hess weer terug, zij het tijdelijk. Hij is uitgezonden door de Joodse jeugdbeweging Haboniem-Dror en de Jewish Agency met als opdracht Joodse jongeren te versterken in hun identiteit. Mochten ze besluiten alia te maken, dan kunnen ze bij Hess aankloppen. „Ik houd niet van het idee dat bij sommige Israëli’s leeft dat er geen toekomst meer is voor Joden in Europa,” aldus Hess. „Ik geloof wel dat er een kentering is sinds deze zomer. De situatie in het Midden-Oosten heeft zijn uitwerking en ik hoor dat het invloed heeft op de mensen hier. Ik heb echter nog niemand ontmoet die nu halsoverkop Nederland wil verlaten.” Het aantal Franse Joden dat naar Israël vertrekt is wel gestegen aldus Hess. „Het afgelopen jaar waren het er zo’n vijfduizend, maar dat is nog steeds maar één procent van de Franse Joodse gemeenschap. Daar val ik niet steil van achterover.”
 
Niet uit angst
Een jong Joods gezin dat wél Nederland gaat verlaten is de familie Van der Sluis. „Wij vertrekken echter niet uit angst en gaan ook niet naar Israël,” vertelt Yuri van der Sluis (40). Amerika is zijn voorland, al gaat zijn voorkeur wel uit naar Israël. „Mijn ouders hebben elkaar ontmoet tijdens de Zesdaagse Oorlog, toen ze er als vrijwilligers waren om gewonde soldaten te helpen. Het land heeft altijd een bijzondere plek gehad, niet alleen vanuit religieus perspectief.” De twee broers van Van der Sluis wonen er ondertussen al, evenals zijn moeder, die drie weken geleden is vertrokken. Hij legt uit waarom hij uiteindelijk niet gaat: „Emily, mijn vrouw, en ik waren afgelopen zomer op een bruiloft in Israël. De raketten vlogen boven Tel Aviv. Emily was hoogzwanger. Dit heeft effect op haar gehad.” Toen Van der Sluis een baan aangeboden kreeg in Amerika was de kogel door de kerk. „We hebben er toen toch voor gekozen om te emigreren naar de Verenigde Staten.”

Van der Sluis, wiens familie al generaties in Nederland woont, zegt niet te vertrekken vanwege groeiend antisemitisme. „We voelen heel veel liefde en warmte hier en hebben erg veel vrienden. Maar toch voel ik wel dat je als Jood in Nederland en in Europa veel minder welkom bent. We zijn zo’n kleine minderheid tegenwoordig, de zorg om het welzijn van Joden weegt niet op tegen de angst voor
repercussies uit extreme moslimhoek. Die agenten bij de pro-IS-demonstratie hoorden heus wel dat er ‘dood aan de Joden’ geroepen werd. Maar als agent durf je het niet aan te pakken. Ze zijn ook bang. En het aantal Joden in Nederland is zo klein; electoraal gezien zijn wij niet interessant.”
 
Woestijn
Beesemer wil ‘Moshav Mokum’ – waar overigens ook mensen van buiten Amsterdam welkom zijn – zo snel mogelijk van de grond krijgen. Hij hoopt dat Israël het project goed zal ontvangen: „Als het een serieus project wordt wil ik het binnen vijf jaar realiseren. Anders wordt het een soort mega langlopend ding en daar heb ik geen zin in.” Voordat het zover is zullen er nog veel ‘no-go’-momenten zijn, verwacht Beesemer, mede vanuit zijn ervaring als vastgoedondernemer. „Israël moet wel medewerking verlenen wat betreft de vergunningen en financiën. De ambassadeur kwam al met voorstellen voor stukken grond. Uiteraard werd de woestijn genoemd, maar dat lijkt me niks. Zijn andere suggestie was het noorden, de groene heuvels van Galilea… dat lijkt me wel wat.”

Hess denkt dat het Hollandse dorp wel een leemte zou kunnen vullen. „Ik liep ook tegen dingen aan als nieuwkomer. Sociaal ging het wel goed, ik woonde in een opvangcentrum met allemaal nieuwe immigranten. Dat was heel fijn. Maar het was lastig om een goede ingang te vinden in de arbeidsmarkt, een soort loopbaanbegeleiding. Dat miste ik, al bleek het er achteraf wel te zijn. Ik kende mijn opties gewoon niet.” Ephraim Eisenmann, voorzitter van de IOH is sceptisch over de plannen: „Moshav Mokum? Klinkt heel aardig moet ik zeggen, maar mijn eerste indruk is toch: een aardig commercieel idee om op een originele manier wat te verdienen.” Van der Sluis is enthousiast over het idee van een Nederlands dorp in Israël. „Ik denk dat het voor veel mensen misschien een warm gevoel geeft om de ‘Mokum-sfeer’ te verplaatsen naar Israël. Voor mij zou het niet interessant zijn, omdat ik het land al ken en we er familie hebben wonen, maar voor jonge gezinnen die dat niet hebben of voor ouderen die zich wel bedreigd voelen in Nederland denk ik dat het heel goed is. Een nobel streven.”

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen