maandag 13 januari 2014

Israëlboycot: hoe ver kan verantwoord beleggen gaan?

 
Dit vind ik opmerkelijk: 

Het pensioenfonds voerde jarenlang gesprekken met de banken en verbrak volgens Haaretz de relaties toen het te horen kreeg dat de Israëlische wet de banken niet toelaat alle diensten te staken aan "rechtspersonen die banden hebben met de nederzettingen". Dat zou in de dagelijkse realiteit waarin deze banken opereren ook niet mogelijk zijn, stellen de banken.

Het 'verantwoorde beleggingsbeleid' van PGGM treft nu Israël, maar andere beleggingen zouden toch ook in aanmerking komen voor herziening. Op de lijst van investeringen van het pensioenfonds staan kandidaten als de Bank of China en China Construction Bank, die beide kantoren hebben in bezet Tibet; de China Petroleum & Chemical Corporation (Sinopec), ook actief in Tibet, en het Maleisische Sime Darby, beschuldigd van mensenrechtenschendingen in Liberia en milieumisdaden in Indonesië. 

Wat heeft deze dubbele maatstaf en discriminatie in hemelsnaam met verantwoord beleggen te maken? 

 

Zie ook op IMO Blog:

 

RP

-----------

 

Israëlboycot: hoever kan verantwoord beleggen gaan?

http://www.theasset.nl/Detailpagina/4266/121098/Israelboycot-hoever-kan-verantwoord-beleggen-gaan.html?tag=midden-oosten&creationdate=True

Aangemaakt: 09-01 13:42

Auteur: Elise Friedmann  

 

Het pensioenfonds PGGM verbreekt de relaties met vijf Israëlische banken, wegens "de betrokkenheid van de banken bij de financiering van Israëlische nederzettingen in bezette Palestijnse gebieden", liet PGGM deze week weten. Dit besluit is "in lijn met het beleid ten aanzien van verantwoord beleggen", stelt PGGM, dat echter nog 'onverantwoorde' beleggingen heeft in andere landen. 

 

PGGM is het derde bedrijf op rij dat zo'n vergaande beslissing neemt. SGP- Kamerlid Kees van der Staaij kondigde aan mondelinge vragen te gaan stellen over het ontmoedigingsbeleid inzake Israëlische nederzettingen, dat zich ontwikkelt tot boycotbeleid.  

 

De banken waarin PGGM stopt met investeren zijn Bank Hapoalim, Bank Leumi, First International Bank of Israel, Israel Discount Bank en Mizrahi Tefahot. Zij zijn niet gevestigd in de nederzettingen, maar hebben daar wel branches. Volgens het Israëlische dagblad Haaretz bedraagt de investering van PGGM "slechts een paar tientallen miljoenen euro's". Maar het besluit kan verder strekkende gevolgen hebben. 

 

Verstrekkende definities
Het pensioenfonds voerde jarenlang gesprekken met de banken en verbrak volgens Haaretz de relaties toen het te horen kreeg dat de Israëlische wet de banken niet toelaat alle diensten te staken aan "rechtspersonen die banden hebben met de nederzettingen". Dat zou in de dagelijkse realiteit waarin deze banken opereren ook niet mogelijk zijn, stellen de banken. 

 

Volgens BDS-bronnen ging PGGM zo ver dat het niet alleen wilde dat de banken hun branches in de nederzettingen opheffen, maar ook dat zij hun relaties zouden verbreken met andere Israëlische bedrijven of instellingen die diensten verlenen in de nederzettingen, zoals bijvoorbeeld de hulpdienst Magen David Adom*). 

 

Als Nederlandse bedrijven en pensioenfondsen een dergelijke verstrekkende definitie gaan hanteren voor 'verantwoord ondernemen', zal dat onvermijdelijk leiden tot het boycotten van de totale Israëlische economie. Het economische dagblad Globes kopte realistisch: "Nederlands pensioenfonds desinvesteert in Israël". 

 

PGGM is het derde bedrijf in korte tijd dat de relaties met Israëlische bedrijven beëindigt. Ook de twee voorgangers van dit fonds, Royal Haskoning en het waterbedrijf Vitens, rekten de definitie van "bedrijven in de nederzettingen" ver op. Vitens verbrak zelfs een overeenkomst met het Israëlische collegabedrijf Mekorot, waarmee de regering zelf wel betrekkingen heeft. 

 

Ontmoedigingsbeleid
Beide bedrijven hadden bij het nemen van hun beslissing het ministerie van Buitenlandse Zaken geraadpleegd over het 'ontmoedigingsbeleid' van de regering. Dat leverde blijkbaar weinig duidelijkheid en ook de beantwoording van Kamervragen over wat nu wel en wat niet valt onder het ontmoedigingsbeleid maakten het er niet duidelijker op.

In de uitingen van Buitenlandse Zaken is er een voortdurende spraakverwarring tussen "bedrijven uit nederzettingen", "bedrijven gevestigd in nederzettingen", en bedrijven met nederzettingen als "vestigingsplaats en zakelijke activiteit m.b.t. de nederzettingen". 

 

Op de vragen over Vitens antwoordde de minister in de Kamer cryptisch: "In een telefoongesprek heeft het ministerie, op verzoek van Vitens, het Nederlandse ontmoedigingsbeleid toegelicht en uitgelegd geen bezwaar te zien in samenwerking met Mekorot, voor zover die samenwerking betrekking heeft op activiteiten binnen de Groene Lijn of op activiteiten buiten Israël die niet ten gunste van nederzettingen komen." Of dat laatste zo was, moest Vitens blijkbaar zelf uitzoeken. 

 

Israël ontbood de Nederlandse ambassadeur om opheldering te vragen over het standpunt van de Nederlandse regering over samenwerking met Mekorot en Israëlische bedrijven in het algemeen. De Nederlandse regering "draagt met vage verklaringen bij aan het ontstaan van een boycotsfeer", stelde Israël, waarin bedrijven bang worden voor samenwerkingen met Israëlische bedrijven. 

 

In het geval van PGGM verklaarde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken vast bij voorbaat "dat het besluit van PGGM een eigen beslissing is van het pensioenfonds en dat daarover geen overleg is geweest en dat het ministerie er ook niks van vindt", meldt de NOS. Toch lijkt het erop dat Israël er niet naast zat met die uitspraak. 

 

'Verantwoord beleggen'
Het 'verantwoorde beleggingsbeleid' van PGGM treft nu Israël, maar andere beleggingen zouden toch ook in aanmerking komen voor herziening. Op de lijst van investeringen van het pensioenfonds staan kandidaten als de Bank of China en China Construction Bank, die beide kantoren hebben in bezet Tibet; de China Petroleum & Chemical Corporation (Sinopec), ook actief in Tibet, en het Maleisische Sime Darby, beschuldigd van mensenrechtenschendingen in Liberia en milieumisdaden in Indonesië. 

 

PGGM heeft ook een controlerend belang in het energiebedrijf TAQA Abu Dhabi National Energy in Abu Dhabi, waarover juist de laatste dagen veel te doen was wegens het al dan niet weigeren van een visum aan een voetballer van Vitesse, uitsluitend omdat die een Israëlisch paspoort heeft. Het is dus de vraag waarom PGGM zijn 'verantwoorde beleggingsopruiming' juist start in Israël. Mogelijk speelt daarbij toch de 'boycotsfeer' een rol die het vage Nederlandse 'ontmoedigingsbeleid' in de hand werkt. 

 

Het lijkt wel zeker dat er meer desinvesteringen zullen volgen: PGGM laat weten dat het "momenteel nog met een klein aantal andere ondernemingen een dialoog voert over dit onderwerp" en de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) kondigde via Twitter aan "over enkele weken aanbevelingen uit te brengen over beleggen in bezette gebieden". 

 

Dat kan toch niet de bedoeling zijn van dit kabinet, waarover de minister van Buitenlandse Zaken in de beantwoording van Kamervragen over de Nederlandse samenwerking met Mekorot schreef: "Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat het, conform staand beleid, tegenstander is van boycots van Israëlische bedrijven en instellingen." 

 

Elise Friedmann is onderzoeker bij het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (Cidi)

 

*) Magen David Adom werd niet vermeld, dit bleek later een misvatting te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen