woensdag 9 februari 2011

Egypte jaren '70: Confrontatie in Caïro (en opiniepeilingen Nederland pro-Israel)

 
"De Groene had in kleine kring in de Arabische wereld een zekere vermaardheid verworven vanwege zijn kritische stellingname tegenover Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. Dat was destijds in het onverdroten pro-Israëlische Nederland zeer uitzonderlijk."
 
Hoe pro-Israel was Nederland vroeger eigenlijk echt? Ik wil best geloven dat een grote meerderheid van de Nederlanders tijdens de Zesdaagse Oorlog partij koos voor Israel, en ook in 1973 tijdens de Yom Kippoer Oorlog. Toch was in november 1974 volgens een NIPO onderzoek maar 37% pro-Israel en 56% neutraal; van de stemmers op de protestantse partijen was tweederde pro-Israel, van de VVD-stemmers de helft, PvdA een derde, KVP 29% en PPR 26%. Pro-Arabisch was maar 3% van de Nederlanders, bij de PPR 5%.
Andere jaren: pro-Israel was in 1969 51%, in februari 1973 36%, in april 1977 49%, en in 1988 30%. De Palestijnen, die in 1977 4% van de Nederlanders achter zich hadden, konden tijdens de Eerste Intifada in 1988 rekenen op steun van ruim 23%.
Deze cijfers komen uit het boek "Nederland en het Nabije Oosten" van Fred Grünfeld.
 
Hoe zou dit tegenwoordig uitvallen?
Met de stelling "Nederland dient Israël te steunen als deze wordt bedreigd door andere landen in het Midden-Oosten", was in 2007 31% van de Nederlanders het eens, 20% oneens en 49% neutraal. Dat lijkt niet noemenswaardig af te wijken van de cijfers uit 1988, hoewel 'steunen' een actievere en wellicht riskantere, maar ook urgentere inzet suggereert dan het wat passieve sympathie hebben of pro-Israel zijn in de oude enquetes.
Overigens vond in 2007 bijna de helft van de kiezers (en driekwart van de GroenLinks kiezers) dat Israel zich moet terugtrekken uit de bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem.
 
Wouter
_____________
 
 
Confrontatie in Caïro
 
Paul Brill, 04-02-2011 20:00

http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/7786/Confrontatie_in_Ca%C3%AFro

Alle vormen van verdwazing en repressie die het Midden-Oosten teisterden, kwamen in Egypte ook voor, maar op een of andere manier waren ze minder drukkend.

Kijkend naar de tv-beelden uit Caïro moest ik denken aan mijn eerste bezoek aan Egypte, begin jaren zeventig. Ik was piepjong medewerker van De Groene Amsterdammer en was via het weekblad in contact gekomen met een redelijk vooraanstaande Egyptische journalist, die me zou helpen en bij wie ik zelfs thuis mocht logeren.

Kritisch
De Groene
had in kleine kring in de Arabische wereld een zekere vermaardheid verworven vanwege zijn kritische stellingname tegenover Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. Dat was destijds in het onverdroten pro-Israëlische Nederland zeer uitzonderlijk. Redacteur Wouter Gortzak had Israël zelfs een 'onding' en een 'voortdurende bron van onrust' genoemd (al had hij eraan toegevoegd dat er wel een 'modus vivendi' tussen Israël en de Arabische staten moest worden gevonden – het Palestijnse probleem moest in '67 nog goeddeels worden ontdekt).

De betreffende kwalificaties hadden Gortzak en de Groene zelfs een eervolle vermelding opgeleverd in de Egyptische pers, zij het helaas in de verkeerde volgorde: '…. zoals de Groene Amsterdammer schreef in de Wouter Gortzak', aldus een krant in Caïro.

Mijn Egyptische gastheer heette Abdelsattar Attawila en was chef-redacteur van het weekblad Rose al-Yusuf. Hij had het duidelijk niet begrepen op de jaren-zestig-uitmonstering van zijn Nederlandse gast, hartelijkheid was hem vreemd, maar ik kreeg wel een nuttige stoomcursus in de dubbele bodems waarop het Egyptische leven zich afspeelde.

Rose al-Yusuf was destijds een links-nationalistisch blad waar nogal wat (oud-)communisten werkten. Het onderhield een onnavolgbare verhouding met het bewind. Onder Nasser was de communistische partij opgegaan in diens Arabische Socialistische Unie, maar hij bleef communisten en aanverwante lieden wantrouwen en liet ze op gezette tijden opsluiten.

Grens
Onder Sadat, die in 1970 aan de macht kwam, bleef dat zo. Het betekende voor Attawila en de zijnen dat ze nooit helemaal zeker wisten waar ze aan toe waren. Soms konden ze behoorlijk kritisch uitpakken, maar ergens lag een grens: dan gingen ze naar de smaak van het bewind te ver en werd het blad in beslag genomen of verdween een redacteur een tijdje in de gevangenis. Maar de interruptie duurde nooit lang, en dan begon het kat- en muisspel van voren af aan.

Dubbelzinnigheid kenmerkte ook Attawila's thuissituatie. Hij was erg voor de verheffing van de minder bedeelde medemens, maar toen ik een kleinigheid wilde geven aan de dienstmeid die het huishouden runde en verder was veroordeeld tot een verblijf op een keukenstoel, raadde hij dat ten sterkste af: dat zou haar op verkeerde gedachten brengen.

Seksuele moraal
Aan verkeerde of althans merkwaardige gedachten overigens geen gebrek. De cultuursector van Rose al-Yusuf werd bevolkt door een groep jongere medewerkers die een enorme fascinatie voor de westerse seksuele moraal (waarvan ze een uitzinnige voorstelling hadden) paarden aan uiterst traditionele noties over liefde en romantiek. Zeg maar Deep Throat meets Arabian Nights. Nog zo'n curieuze combinatie: er kon met vuur worden gesproken over het onrecht dat de Arabieren in het algemeen en de Palestijnen in het bijzonder werd aangedaan door het Westen – waarna even later minachtende kwalificaties volgden over 'die Arabieren', dat wil zeggen het ongepolijste volk dat de Golfstaten en Syrië en Irak bevolkte. Maar waren ze zelf dan geen Arabieren? Nee, ze waren in de eerste plaats Egyptenaren, hetgeen overigens niet wegnam dat ze Caïro als het onbetwiste centrum van de Arabische wereld zagen.

Ik memoreer dit omdat het voor een Nederlandse calvinist wel even slikken was om met die contradicties en dubbele bodems om te gaan, maar ik er geleidelijk ook waardering voor kreeg. Ze vormden een soort overlevingsstrategie in een land waar inmiddels zo'n 50 miljoen mensen, ongeveer 60 procent van de totale Egyptische bevolking, zit samengepakt in de Nijldelta, die qua oppervlakte even groot is als de helft van Nederland.

Minder drukkend
Alle vormen van verdwazing en repressie die het Midden-Oosten teisterden, kwamen in Egypte ook voor, maar op een of andere manier waren ze minder drukkend. Nasser en Sadat wisten wel raad met tegenstanders, maar ze waren heilig vergeleken met de staatsterreur die de Baath-regimes in Syrië en Irak uitoefenden. Het maakte het leven draaglijker, er was een grotere geestelijke lenigheid, de Egyptenaren leken inderdaad meer savoir-vivre te hebben dan 'die Arabieren'.

Het bewind-Mubarak heeft, naarmate de staatsdwang en de corruptie toenamen, een zware wissel getrokken op die eigenschappen. Ze ontluikten weer in de eerste dagen van de volksopstand. Maar na het grimmige tegfenoffensief van het Mubarak-kamp vraag ik me af of Egypte nog wel beter in zijn vel zit dan Syrië en Irak.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen