woensdag 6 juni 2012

Bekendste zangeres Israël verovert harten Iraniërs (met video)

 

De liedjes van Rita zijn de laatste maanden zeer populair geworden in Iran en dat is omstreden, omdat muziek van een Israëlische zangeres luisteren in de islamitische republiek niet vanzelfsprekend is. Iraanse fans van Rita moeten online de maatregelen die het Iraanse regime tegen haar muziek heeft genomen zien te omzeilen of bij muziekwinkels op zachte toon vragen of ze haar nieuwste cd in een hoesje zonder opdruk mee kunnen krijgen.

 

Andersom geldt dat uiteraard niet; in Israel kun je gewoon Iraanse muziek kopen, zoals alle anti-Israel maatregelen uit Arabische landen en Iran andersom niet gelden. Israelische sporters, zangers en politici doen doorgaans niet moeilijk over het ontmoeten van mensen uit landen waarmee Israel geen diplomatieke banden heeft, maar die landen verbieden het hun inwoners wel om kontakten met Israeli’s te hebben of zelfs een wedstrijd tegen een Israeli te moeten spelen. Ziekelijk, en een groot obstakel voor vrede.

 

RP

--------

 

Opmerkelijk: bekendste zangeres Israël verovert harten Iraniërs

http://www.nrc.nl/nieuws/2012/06/05/opmerkelijk-bekendste-zangeres-israel-verovert-iran/

Screenshot uit de clip van Rita's nummer 'Shah Dumad'.

door Pim van den Dool

Israël en Iran zijn gezworen vijanden en de regeringen van beide landen uiten regelmatig dreigende taal in elkaars richting. Op muzikaal gebied is er nu iemand die de bevolkingen van de twee landen verbindt: de Israëlische zangeres Rita, die plotseling heel populair is geworden in Iran.

De 50-jarige Rita Jahanforuz is de bekendste zangeres van Israël en werd in Iran geboren. Als kind verhuisde de Iraanse Jodin naar Israël, waar ze sindsdien leeft en uitgroeide tot een grote ster. Op haar laatste album “All My Joys” steekt Rita oude Perzische liedjes in een nieuw jasje door ze in een snel en dansbaar tempo uit te voeren.

 

Bekijk hieronder de videoclip van Rita’s single “Shah Dumad”:

 

De liedjes van Rita zijn de laatste maanden zeer populair geworden in Iran en dat is omstreden, omdat muziek van een Israëlische zangeres luisteren in de islamitische republiek niet vanzelfsprekend is. Iraanse fans van Rita moeten online de maatregelen die het Iraanse regime tegen haar muziek heeft genomen zien te omzeilen of bij muziekwinkels op zachte toon vragen of ze haar nieuwste cd in een hoesje zonder opdruk mee kunnen krijgen.

“Tegenwoordig kennen mensen hier alleen de taal van oorlog, geweld en haat”, zegt Rita in een interview met The Wall Street Journal. Het feit dat ze tegenwoordig veel fanmail krijgt uit Iran laat volgens haar zien dat muziek “de muur van spanning kan doorbreken”:

 

“Ik hoop dat wij (Israëliërs en Iraniërs) dansend en zingend kunnen samenleven, want dat is iets dat zal beklijven.”

 

Bekijk hieronder een live-uitvoering van Rita’s laatste hit “Beegharar”:

 

 

Joden niet welkom in Jordaanse stad

 

Een triest verhaal, dat waarschijnlijk de heersende stemming in de Arabische wereld adekwaat weergeeft. Er is geen ruimte voor Joden in de Arabische landen, en ook niet voor samenwerking en vrede met een Joodse staat, los van wat deze staat doet en hoe redelijk men al dan niet is.

 

RP

-----------

 

"The people of Jordan do not accept Jews entering their homeland"

http://elderofziyon.blogspot.nl/2012/06/people-of-jordan-do-not-accept-jews.html

 

 

On Sunday afternoon, a group of Jews visited the Jordanian tourist site of Kerak in Jordan, where there is a Crusader castle and other sites.

So the Jordanian residents stoned them.

Al Jazeera (Arabic) reports:

Salem Jeradat - who owns a grocery in the town - was surprised Sunday afternoon by a delegation of Jewish men and women who were wearing the clothing of religious Jews, which led him to throw his shoes at them.

"Then the people of the town immediately came to the group and they threw shoes and stones, and they kicked them out of town immediately." Jeradat continued, "The people of Jordan do not accept the Jews entering their homeland, and the Wadi Araba treaty between Jordan and the Zionist entity does not represent us."

The idea is that those who occupy Palestine and desecrate holy places should not be allowed to roam freely in Jordan. Citizens of the town gathered in the evening in a grocery and committed themselves to prevent Jews from returning to their town.

 

A Jordanian website helpfully added that the Jewish tourists were wearing "provocative hats."

None of the articles mention "Zionists." Just Jews. 

But don't call them anti-semitic. They get angry.

 

dinsdag 5 juni 2012

Mediamissers Nieuwsbrief Israël mei 2012

 

De groeperingen Israël: 12 Points , Israël-Palestina.Info en de stichting WAAR hebben weer een Mediamissers Nieuwsbrief Israel samengesteld, over een reeks beweringen in de Nederlandse media die feitelijk niet juist zijn of een zeer vertekend beeld geven van de situatie in het Israelisch-Palestijnse conflict. Hieronder een samenvatting.

 

Wouter

________________

 

 

Samenvatting Mediamissers Nieuwsbrief Israël – mei 2012

In deze nieuwsbrief is met name de hongerstaking van 1600 Palestijnse gevangenen in Israël kritisch onder de loep genomen, naast andere berichten over onder meer pro-Palestijnse demonstranten op de Westelijke Jordaanoever die klappen kregen van Israëlische militairen, Israëls 64ste verjaardag en de rellen rond de Nakba Dag. De berichten verschenen vanaf eind maart, maar de nadruk ligt op de maand mei.

Wederom werd een groot aantal artikelen en uitzendingen over Israël aangetroffen die feitelijke onjuistheden bevatten of die misleidend zijn door wat onvermeld blijft.

Hongerstaking

Over de hongerstaking is berichtgeving van Trouw, NRC, Volkskrant en NOS bekeken. Opvallend was dat als motivatie voor de hongerstaking vooral de administratieve hechtenis en eenzame opsluiting naar voren werden gehaald, maar vaak niet duidelijk werd gemaakt dat slechts enkele honderden Palestijnen in administratieve hechtenis zit en enkele tientallen in eenzame opsluiting; ook de reden voor die maatregelen (dreiging van terreurdaden) werd zelden vermeld. De overgrote meerderheid zit vast na een veroordeling wegens geweld, het oproepen daartoe, het beramen en uitvoeren van aanslagen of lidmaatschap van een terreurgroep. Onder de leiders van de hongerstaking zijn beruchte terroristen die bloedige aanslagen tijdens de Tweede Intifada op hun geweten hebben. Dit onvermeld laten geeft een vertekend beeld van de situatie.

Interviews met familieleden en advocaten van de hongerstakers bevatten vrijwel geen kritische vragen of kanttekeningen, en wederhoor van Israëlische kant ontbrak vrijwel altijd. Zwaar overtrokken cijfers over aantallen gevangenen, afkomstig van Addameer, een belangengroep die als mensenrechtenorganisatie werd gekarakteriseerd, werden kritiekloos geciteerd in De Volkskrant.

Optreden IDF

Bij het stoppen van een illegale demonstratie (en naar verluid wegblokkade) van Westerse en Palestijnse activisten door het Israëlische leger in april, zijn enkele rake klappen gevallen. Op zich een klein en niet uitzonderlijk incident, dat in vrijwel alle landen ter wereld voorkomt. Uitzonderlijk was dat dit, mede door de aanwezigheid van camera’s die het incident vastlegden, groot in het nieuws kwam in diverse dagbladen en bij de NOS. Opvallend was verder de eenzijdige aandacht voor het verhaal van de actievoerders (waaronder een Nederlandse vrouw) zonder weerwoord van Israëlische kant. Ondanks hun duidelijk provocerend optreden, en het feit dat de Israëlische officier twee vingers had gebroken bij de schermutselingen, werden de actievoerders ‘vredesactivisten’ genoemd.

Een NOS reportage van een week later liet wel ook de kant van de IDF soldaten zien bij een (niet geweldloze) demonstratie op de Westoever.

Mavi Marmara

In berichtgeving over de relatie Turkije-Israël wordt nog regelmatig verwezen naar de entering door Israël van het Turkse schip de Mavi Marmara in mei 2010, zo ook in een ANP bericht dat vele kranten en nieuwssites op 23 april plaatsten. Dit bericht vermeldde: “Het vaartuig vervoerde hulpgoederen voor de Gazastrook”. Dit is pertinent onwaar. De Mavi Marmara vervoerde alleen actievoerders, waaronder veel leden van de radicale Turkse organisatie IHH, die de commando’s van het IDF te lijf gingen met metalen pijpen en andere geïmproviseerde wapens. Door te spreken van een ‘Turkse hulporganisatie’ en ‘hulpgoederen’ wordt een vertekend beeld gegeven. Ook bleef de agressie van deze activisten onvermeld zodat het leek alsof de Israëlische soldaten zonder enige noodzaak erop los begonnen te schieten.

De Telegraaf meldde op 23 mei over de Mavi Marmara: ‘In september veroordeelden de Verenigde Naties de Israëlische militaire interventie al als overdreven en onredelijk’. Dat laatste is zeer misleidend, want de VN oordeelden ook dat de interventie op zichzelf gerechtvaardigd was al was het in internationale wateren.

Westoever, nederzettingen en Jeruzalem

In een ANP bericht van 23 april wordt gesproken over de ‘muur’ op de Westoever, die echter voor 90% uit hekwerken bestaat, een veel voorkomende foutieve aanduiding in de berichtgeving.

In een ANP bericht van 24 april wordt gesteld dat de ‘illegale kolonies’ van Israël op de Westoever ‘het voornaamste obstakel voor een vredesakkoord tussen Israëli’s en Palestijnen’ zijn. Dit is een zeer discutabel politiek standpunt, en legt de schuld voor het uitblijven van een vredesakkoord ten onrechte eenzijdig bij Israël. Van Palestijnse kant zijn minstens zo grote struikelblokken het vasthouden aan een vermeend recht op terugkeer van miljoenen vluchtelingen en hun nakomelingen, en de pertinente weigering om Joodse nationale rechten en de Joodse geschiedenis in het land te erkennen. Daarnaast is de positie van Jeruzalem voor beide kanten een groot obstakel.

De NOS en andere media spreken steeds over het bouwen in nederzettingen in bezet gebied. Maar het bouwen of uitbreiden in bestaande wijken of dorpen in het zogenaamde C-gebied is niet in strijd met de Oslo akkoorden die Israël met de Palestijnen sloot. Ook sprak de NOS van “Palestijns Oost-Jeruzalem”, waarmee de Palestijnse claim op Oost-Jeruzalem ondersteunt wordt, terwijl Jeruzalem nooit Palestijns is geweest en volgens het VN delingsplan een aparte status had moeten krijgen.

Regelmatig wordt aandacht besteed aan geweld van kolonisten tegen Palestijnen, terwijl geweld van Palestijnen tegen kolonisten, dat ook regelmatig voorkomt, niet vermeld wordt tenzij er doden vallen.

Ook Israëlische ontruimingen van zogenaamde illegale buitenposten krijgen zelden aandacht.

Nakba Dag

Er was dit jaar minder aandacht voor de zogenaamde Nakba Dag dan in voorgaande jaren, maar de berichtgeving erover was zowel eenzijdig als onjuist.

Een ANP bericht van 15 mei vermeldde: ‘In 1948 veroverde Israël zijn huidige territorium en verdreef ruim 760.000 Palestijnen.’ Dit is onwaar: slechts een minderheid hiervan is verdreven door het Israëlische leger. De meerderheid van de Palestijnen ontvluchtte het oorlogsgeweld nadat ze zelf een oorlog waren begonnen om het door de VN aangenomen
delingsplan voor het gebied te verhinderen. Ook het getal van ruim 760.000 is te hoog: de VN schatte destijds 726.000 en stelde dit later bij naar 711.000.

Ook een reportage van Rolf Bos in De Volkskrant van 15 mei laat de context achterwege van de vlucht van Palestijnen in 1948, en vooral hun eigen actieve betrokkenheid daarbij. Ze worden slechts als slachtoffers van de stichting van Israël geportretteerd, wie in 1948 leed is aangedaan. Een blog van Rolf Bos naar aanleiding van Israëls 64ste onafhankelijkheidsdag hekelde het vlagvertoon en nationalisme in Israel.

Interview Hans Achterhuis

Het gepubliceerde interview in Trouw van 27 april bevat diverse onjuiste clichés, zoals dat ‘iedereen die kritiek levert op Israël onmiddellijk voor antisemiet wordt uitgemaakt’. Daarbij wordt -schijnbaar als bruggetje- ook Hannah Arendt te onpas genoemd. Dat zij aanvankelijk actief zioniste was wordt verzwegen, en haar latere positie wordt ook ongenuanceerd weergegeven. Ten onrechte wordt de zionistische beweging de leus ‘een volk zonder land voor een land zonder volk’ aangewreven, en een mank gaande vergelijking gemaakt met het lot van de Amerikaanse indianen bij de kolonisatie van Amerika.

 

 

 

zondag 3 juni 2012

Palestijnse schoolmeester overgeplaatst na dansen met Israeli's

 
De Palestijnse Autoriteit moet er niets van hebben dat Palestijnse jongeren met Israelische jongeren zouden dansen...
 
______________
 
 
Palestinian school principal punished after scandalous dance with Israelis

Abu Samra defends his position, saying he could not control pupils once they were on the beach

http://gulfnews.com/news/region/palestinian-territories/palestinian-school-principal-punished-after-scandalous-dance-with-israelis-1.1028903#.T8irocoV-4e.facebook

By Nasouh Nazzal, Correspondent
Published: 00:00 June 1, 2012
 

Ramallah: Mohammad Abu Samra, the youngest known school principal in the history of Palestinian Territories, paid a huge price for dancing and allowing his pupils to dance with Israelis on the Jafa beach.

The 33-year-old Mohammad Abu Samra, principal of Al Salam Secondary School in the city of Qalqiliya, north of West Bank, was transferred after he organised a picnic for 45 pupils of grade 11 and 12 to the Jafa beach in Israel. The pupils are up in arms against the Ministry of Education’s decision to transfer the principal to a school more than 30km away from his home.

The students went on a strike and organised several processions within the premises of the Ministry of Education, demanding Abu Samra be reinstated. He said each student who went on the picnic had to provide a parental approval saying that they knew that their sons were heading to the beach that would have women visitors. “It is illogical and unfair for me to be punished,” he said.

Photos taken on the beach show some of the pupils with women in bikinis, which are considered a disgrace by the pupils’ families.

According to Abu Samra, the ministry, had sent a memo, encouraging schools to organise picnics to the 1948 areas. The Israeli authorities also granted the students and their supervisors visit permits, which usually expire at 7 pm.

Speaking to Gulf News, Abu Samra said the pupils were 17-20 years and it was difficult to control them on the beach. “It is true that in keeping with the regulations of the Ministry of Education the pupils were not allowed to swim, but how could I have controlled them once they were there?” he said.

Abu Samra said at sunset, as the Israeli permits were about to expire, he instructed his pupils to get ready to go back home. However, at the same time, a group of Israeli men and women preparing a dance floor with a DJ.

“On our way to the bus, my pupils were attracted to the music and I could not say no to them,” he said. “My pupils started dancing and I also joined them at the beginning to let them have fun,” he said, stressing that their dance had attracted some Israeli men and women to the beach.

“Those Israelis and a child joined us on the dance floor and I could not object or ask them to leave,” he said, adding that the dance lasted 10 to 20 minutes. “It was purely unintentional and that has affected my future,” he said.

“Volunteers shot a video and took a couple of still photos and forwarded them to the Palestinian Ministry of Education, with a complaint that the incident would imply that there was normalisation of ties with Israel and it exposed the young generation of Palestinians to Israel’s illicit code of conduct,” he said.

“I was thereafter given two choices: either be downgraded to the position of a teacher with a final warning or voluntarily seek transfer to a far-away school,” he said.

A pupil said the school supports the principal and that they will fight until Abu Samra returns to the institution. “Our principal did not commit any mistake. It was the Israelis who loved the way we danced and they came forward and shared the dance floor with us,” the pupil said.

A senior official from the Ministry of Education told Gulf News that Abu Samra should not have allowed his pupils to dance in the first place. The fact that some Israeli women shared the dance floor with the pupils further complicated the issue.

The official stressed that Abu Samra had committed several administrative mistakes during the outing. Although the picnic was licensed by the ministry, mixing with Israelis on the beach should not have been allowed, the official said, speaking on condition of anonymity.

“This issue has serious social and political ramifications and trips such as this should be planned and executed in a more conservative way,” the official added.

donderdag 31 mei 2012

Palestijnse journalistenvakbond verlengstuk van PA

 

Israel en de Palestijnse gebieden scoren niet geweldig qua persvrijheid. 

 

Israel is in de laatste jaren afgezakt naar een middenpositie op de wereldranglijst van Reporters zonder Grenzen. In Israel geldt een militaire censuur op veiligheidsgebied, waardoor gevoelige kwesties niet altijd naar buiten gebracht kunnen worden. Desondanks is er een uitgebreide en onafhankelijke vrije pers, die kritiek op de regering en alle sectoren van de samenleving niet schuwt. Op de behandeling door Israel van Palestijnse en buitenlandse journalisten is wel geregeld kritiek. Bij conflicten zoals de Gaza Oorlog krijgen ze geen toegang, en meermaals zijn journalisten in dergelijke omstandigheden door geweervuur omgekomen. Ook zijn enkele Palestijnse journalisten in administratieve detentie beland nadat ze bij gewelddadige acties aanwezig waren of op beschuldiging van banden met terroristen, en waren er incidenten als bij de prijswinnende journalist uit Gaza die bij de grenscontrole getreiterd en zelfs gemarteld zou zijn, en invallen in radiostations op de Westoever, waaronder een Israelisch-Palestijns station dat vanuit Ramallah uitzond.

 

Van de eigen Palestijnse autoriteiten hebben journalisten echter nog meer te duchten, en niet alleen van Hamas in Gaza: kritiek op de Palestijnse Autoriteit, zoals het melden van corruptieschandalen, wordt niet gewaardeerd, en samenwerking met Israelische journalisten is niet toegestaan. De journalistenvakbond die het voor hen zou moeten opnemen is een marionet van de PA.

 

Wouter

_______________

 

Palestinian Journalists Union Fights Palestinian Journalists
Where Are the Media and So-Called Human Rights Groups?

http://www.gatestoneinstitute.org/3058/palestinian-journalists-union

by Khaled Abu Toameh
May 11, 2012 at 5:00 am

In recent weeks, Palestinian Authority security forces arrested at least nine journalists and bloggers in the West Bank for exposing corruption. The Palestinian Authority and its media group clearly do not want the outside world to receive information about the situation in the Palestinian territories.

As journalists worldwide celebrated World Free Press Day on May 3, the Palestinian Journalists Syndicate in the West Bank chose to wage a campaign of intimidation against Palestinian reporters who commit the "crime" of meeting with Israeli counterparts.

The decision to punish Palestinian journalists who hold meetings with Israeli colleagues began after a series of joint seminars that were held in Norway, Germany and France. At these seminars, Israeli and Palestinian journalists discussed joint cooperation and ways of promoting freedom of expression.

The syndicate, dominated by Fatah and affiliated with the Palestinian Authority leadership in Ramallah, threatened sanctions against any Palestinian journalist who engages in "normalization" with Israel.

The Palestinian Journalists Syndicate functions more as a political body than a union that is supposed to defend the rights of its members.

The syndicate wants Palestinian journalists to serve as soldiers on behalf of the Palestinian cause. Journalists, according to the syndicate, should first and foremost be loyal to their president, prime minister, government, homeland and cause. As for the truth, it appears at the bottom of the syndicate's list of priorities.

The syndicate's main task should be to defend freedom of media in the Palestinian territories. But instead of fighting for the rights of Palestinian journalists, who are facing a campaign of intimidation under the two Palestinian governments in the West Bank and Gaza Strip, the syndicate has also decided to join the clampdown on freedom of expression.

A syndicate that reports directly to the office of the president in Ramallah can never serve the interests of Palestinian journalists.

Cooperation between Israeli and Palestinian journalists has never been a new or unique phenomenon. Long before the establishment of the Palestinian Authority in 1994, representatives of the two sides maintained close ties, often exchanging information and helping each other cover stories both inside Israel and the West Bank and Gaza Strip.

But the Palestinian Authority's syndicate is now trying to put an end to this cooperation under the pretext of combating normalization with Israel.

Sanctions include expulsion from the syndicate and a boycott by Palestinian newspapers and other media outlets belonging to the Palestinian Authority.

If anyone stands to lose from the ban on holding contacts with Israeli media representatives, it is the Palestinian journalists themselves. Over the past few decades, Palestinian journalists have helped Israeli newspapers and TV stations cover the story on the Palestinian side. Thanks to this cooperation, the Israeli public learned a lot about what was happening in the West Bank and Gaza Strip.

In recent weeks, Palestinian Authority security forces in the West Bank arrested at least nine Palestinian journalists and bloggers for exposing corruption scandals and posting comments critical of Palestinian leaders on Facebook. The affected journalists complained that the syndicate did not make a serious effort on their behalf, limiting its response to issuing laconic statements demanding the release of some of the detainees.

The Palestinian Authority and its media group clearly do not want the Israeli public and the outside world to receive information about the situation in the Palestinian territories.

This is why they are now waging the new campaign of intimidation against journalists who are found guilty of meeting with Israeli counterparts.

woensdag 30 mei 2012

Israelisch staatsburgerschap voor Arabieren uit Oost-Jeruzalem

 
Een interessant artikel over Jeruzalem en Israelisch staatsburgerschap voor Arabieren daar.
 
________________
 
May 30, 2012

Citizen Klein and the East Jerusalem Citizenship Stats

http://blog.camera.org/archives/2012/05/post_88.html

Menachem Klein, a political science professor at Bar-Ilan University who in the past has accused Israel of practicing apartheid and following a "classical colonial approach" in Jerusalem, of all places, the Jewish people's historic capital, continues to mislead on Jerusalem. In Ha'aretz, he wrote May 25 that following Israel's annexation of eastern Jerusalem after the 1967 war:

it did not automatically grant Israeli citizenship to the Palestinians who live there. Up until the early 2000s, they could apply for citizen's status - though few did - but since Israel amended its citizenship law, it's almost impossible for them to attain it. (Emphasis added)

Further on, he reiterates his assertion that citizenship is practically unattainable for Arabs living in eastern Jerusalem:

But should they desire to obtain Israeli citizenship, their way is almost completely blocked because the government is worried by the demographic implications this would have for the country being a Jewish state and Jerusalem being its capital. (Emphasis added.)

It is unclear what amendment to the citizenship law Klein has in mind, but the B'Tselem board member would have benefited from checking B'Tselem's own site:

Permanent residents are permitted, if they wish and meet certain conditions, to receive Israeli citizenship. These conditions include swearing allegiance to the State, proving that they are not citizens of any other country, and showing some knowledge of Hebrew. For political reasons, most of the residents do not request Israeli citizenship.

In any event, the statistics do not bear out Klein's claim that in recent years, it has been impossible to obtain citizenship. As AP reported last year:

Over the past five years, about 3,000 Palestinians applied for Israeli citizenship, and about 2,300 received it, according to the Interior Ministry. The number of Palestinians granted Israeli citizenship has increased each year during that time, from 147 in 2006 to 690 in 2010.

In other words, more than three-quarters of those Jerusalem Arabs who applied for citizenship received it. Too bad the political science professor didn't/couldn't do the math.

But, if he doesn't trust the Israeli Interior Ministry, he would have done well to check an article that appeared a few short days ago on the +972 blog, whose ideological outlook is quite close to his own. There, Riman Barakat, the Co-Director of the Israel-Palestine Center for Research and Information (IPCRI), wrote:

As an East Jerusalem resident, I am struck by a recent trend: many of my friends and acquaintances who hold Jerusalem identification cards – documents of permanent residency rather than Israeli citizenship – are quietly applying for and obtaining Israeli passports. It’s not immediately clear why. Current residents of East Jerusalem – numbering over 350,000, or 38% of the city’s total population – already go about their daily lives, shop at Israeli malls, use Israeli services, frequent Israeli restaurants and bars, send their children to study at the Hebrew University of Jerusalem, and receive Israeli social and health benefits.

Posted by TS at May 30, 2012 07:35 AM

 

"Domela Nieuwenhuis was een platte antisemiet"

 
Ook binnen links gaat het antisemitisme ver terug in de geschiedenis; tot een paar jaar geleden dacht ik dat die twee elkaar per definitie uitsluiten...
 
Wouter
_______________
 
'Domela was een platte antisemiet'
Interview met biograaf Jan Willem Stutje
vrijdag 25 mei 2012

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) deed zich voor als een Jezus en gebruikte antisemitisme om nationalisme aan te wakkeren. Over de grondlegger van het socialisme in Nederland verschijnt volgende week Jan Willem Stutje's nieuwe biografie vol onbekende feiten.

door Anne Burgers

Er is al veel geschreven over Domela. Waarom dan toch deze biografie?
'In mijn vorige werk stond Ernest Mandel centraal, de Belgische marxist. Hij overleed in 1995: een periode die, met de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, het eind van de gloriedagen van de arbeidersbeweging kenmerkte. Daarna wilde ik ook meer weten over het begin van die tijd en zo kwam ik uit bij Domela. Hij kwam niet uit een traditie van de arbeidersbeweging en werd voor het eerst geconfronteerd met problemen rond de positie van de werkende klasse. Die problemen en gebeurtenissen wilde ik vergelijken met Mandels situatie.'

'Vervolgens kwam ik erachter dat wat er aan literatuur over Domela bestond, tekortschoot. Ik wilde me concentreren op zijn internationale reputatie, zijn charisma, het antisemitisme in de arbeidersbeweging en de hang naar verloren gewaande waarden als beroepstrots en solidariteit. Deze speelden net zo goed een rol in het socialisme als de materiële kant van het verhaal. Dat verklaart tevens de ondertitel van mijn biografie: 'Een romantische revolutionair'. Het ging Domela niet alleen om het kapitalisme, maar ook om het verlies van de oude waarden en het ontstaan van een nieuwe utopie.'

U noemt Domela een utopist, maar ook een rationele machtspoliticus. Is dat niet tegenstrijdig?
'Domela gebruikte waarden uit het verleden als mobilisatiemiddel om een nieuwe, socialistische utopie te schetsen. De historische betekenis van die verloren waarden laat zich natuurlijk bezien, maar het ging om het beeld, om de mythe. Domela begreep de mobilisatiekracht van beelden: hij kleedde zich en sprak als een Jezus.'

Was hij een populist?
'Hoewel zijn gedrag soms regelrechte populistische elementen vertoonde, kun je hem niet vergelijken met Fortuyn of Wilders. Populisten construeren hun eigen verleden met als doel persoonsverheerlijking. Daarnaast stellen zij zich in de plaats van het volk, als een vertegenwoordiger, terwijl figuren als Marx en Domela juist geloofden in zelfbevrijding van de arbeidersklasse, zonder afhankelijkheid van vertegenwoordigers.'

Het conflict tussen Domela en die andere grondlegger van het Nederlandse socialisme, Pieter Jelles Troelstra, is vaak verklaard als een tegenstelling tussen de revolutionaire en de parlementaire weg. U ziet dat anders.
'Die parlementaire kwestie was niet de kern van het meningsverschil. Domela en Troelstra hadden een ander beeld van wat de arbeidersklasse precies is. Troelstra zag deze groep als een moderne, geschoolde klasse die gedisciplineerd was en in staat was om te luisteren en te begrijpen. Ongesocialiseerde mensen als dieven en prostituees werden hiervan dus uitgesloten, terwijl Domela hen wel zag als deel van de arbeidersklasse. Dat was de bron van het grote conflict dat uiteindelijk in 1894 leidde tot de oprichting van de SDAP van Troelstra als alternatief voor Domela's SDB.'

Welke rol speelde Domela op het internationale toneel?
'In die tijd was de arbeidersbeweging, veel meer dan nu, een internationale beweging. De discussies vonden plaats op internationaal niveau; er was al een Internationale voordat er landelijke partijen werden opgericht. Domela kwam in conflict met de Duitse partij. De Duitse situatie was anders dan de Nederlandse, want Duitsland was verder geïndustrialiseerd en de arbeidersbeweging daar richtte zich op sociale wetgeving. Denk aan een achturendag en minimumloon.'

'In Nederland speelden andere kwesties, zoals antikolonialisme en de vredesbeweging. Dat verschil leverde spanningen op. Bovendien dachten de Duitsers dat wanneer de revoluties zouden plaatsvinden in Duitsland, Frankrijk en Engeland, de kleinere landen vanzelf zouden volgen. Toen Domela niet meer werd uitgenodigd op internationale bijeenkomsten escaleerde de situatie en in 1896 werd hij er definitief uitgezet.'

U schrijft dat er weinig aandacht is voor het antisemitisme in de socialistische beweging.
'Het algemene beeld is dat negentiende-eeuws antisemitisme vooral een neerbuigende houding tegenover Joden inhield. Grapjes, opmerkingen – het verdient geen schoonheidsprijs, is het idee, maar het was betrekkelijk onschuldig. Volgens mij klopt dat beeld niet en was Domela gewoon een platte antisemiet. Hij gebruikte antisemitisme als middel om Joden uit te sluiten en nationalistische superioriteitsgevoelens op te roepen bij mensen. Dat is fnuikend.
Sociale historici moeten systematisch onderzoek doen naar racisme en antisemitisme in de vroege arbeidersbeweging, want tot nu toe is daaraan volstrekt onvoldoende aandacht besteed.'

Hoe is de beeldvorming rond Domela na zijn dood gegroeid?
'Er zijn stromingen geweest die hebben geprobeerd zijn nagedachtenis te kapen, zoals de NSB. Kennelijk speelt hij een bepaalde rol in de mythevorming. Maar over het algemeen is er zeer weinig over hem bekend. Wat is de omlooptijd van ideologen? Mandels werk is in dertig talen uitgegeven, maar wie kent hem nog? Er komt vast wel een periode waarin links wat meer de wind in de rug krijgt en dan zal de interesse naar deze figuren weer toenemen. Maar ik zou Domela geen recht doen door dit boek aan te bieden aan iemand als Jolande Sap. Hij zou zich omdraaien in zijn graf.'

Jan Willem Stutje
Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Een romantische revolutionair
Atlas-Contact, € 34,95

Verschijnt op 30 mei 2012

Vrouwen en het sprookje van de religieuze hoogachting (Elma Drayer)

 

Een goed stuk van Elma Drayer.

 

Zie ook: Belgische minister kreeg geen hand van ultraorthodoxe Israelische collega in Geneve

 

---------------------

 

 

Het sprookje van de religieuze hoogachting

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/nieuws/article/detail/1808769/2010/10/23/Het-sprookje-van-de-religieuze-hoogachting.dhtml

Elma Drayer − 23/02/10, 06:12 

 

OPINIE Het vrouwenstandpunt van de SGP en moslima's met hoofddoekjes worden welwillend bejegend. Uit respect voor hun overtuiging - ook door feministen. Elma Drayer noemt dat misplaatst religieus seksisme.

Man en vrouw zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. En ze vullen elkaar prachtig aan. Deze mantra uit mijn - orthodox-gereformeerde - jeugd is tot op de dag van vandaag wijdverbreid, onder gelovigen van allerlei snit en signatuur. En nog altijd gaat die gepaard met roerende lofprijzingen aan het feminiene wezen.
 
Ik heb me daar van jongs af aan over verbaasd. Want als God Zijn vrouwelijke schepselen zo hoogacht, dan laat Hij dat op wel héél omslachtige wijze merken. Overal op aarde zijn zij het immers die in Zijn naam verstopt, verhuld, bedekt, vernederd, verminkt en nederig gehouden worden. Omdat wij zulke fijne wezens zijn, dienen wij een sluier te dragen, het altaar te mijden, geen ambten te begeren, en ook voor het overige in het openbaar onze mond te houden. Weliswaar heeft de Schepper ons begiftigd met hersenen, wij worden geacht die zo min mogelijk te gebruiken.
 
Houdt God eigenlijk wel van vrouwen?
 
Over talloze theologische vraagstukken mogen jodendom, christendom en islam diepgaand van mening verschillen, over één kwestie heerst hartverwarmende eensgezindheid: de buitenwereld is het domein van de man, terwijl de binnenwereld aan de vrouw toekomt.
 
De drie monotheïstische godsdiensten wisten zich daarbij van oudsher prettig gesteund door hun heilige geschriften. Daarin lazen ze dat God geheel aan hun zijde stond. En anno 2010 beroept Zijn aanhang, althans het rechtzinnige deel daarvan, zich nog steeds op de eeuwenoude verzen die verordonneren dat de ene helft van de mensheid zo veel mogelijk binnenshuis moet blijven. "Iets in verband met de baarmoeder en de daarmee verbonden seksuele en reproductieve functies vormt voor mannen een magische bedreiging", schreef de Amerikaanse historicus Edward Shorter in 'Geschiedenis van het vrouwelijk lichaam' (1982). "Deze angst van de man voor de seksuele macht van de vrouw raakt de kern van de zaak."
 
Velen hebben al gewezen op de samenhang tussen dit amalgaam van jaloezie, lust, onmacht en angst, en de godsdienstige voorschriften die vrouwen van oudsher op hun plaats moesten houden.
 
Fraaie illustratie biedt het 'vrouwenstandpunt' van de Staatkundig Gereformeerde Partij, thuishaven van bevindelijk-christelijk Nederland. Al sinds haar oprichting in 1919 tracht de SGP onder het volwaardig kiesrecht voor vrouwen uit te komen. Dat is in strijd 'met de roeping van de vrouw', aldus het Program van Beginselen. "Ik heb vrouwen ongelooflijk hoog staan", zei toenmalig fractieleider Bas van der Vlies in 2006. "Maar een meerwaarde in de politiek? Nee, dat kan ik niet zeggen. Ieder mens krijgt talenten van zijn Schepper mee. Dat geldt voor mannen en vrouwen. Alleen de vraag is: waartoe word je geroepen?"
 
Ten einde hun vrouwenstandpunt te mogen behouden beroepen SGP'ers zich op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Die gunt hun de ruimte, menen zij, om hun eigen visie volop te belijden en te beleven.
 
Lange tijd ging de Nederlandse overheid in die redering mee. In feite gedoogde zij zo dat de partij zich juist níet aan de Grondwet hield. Want onder de godsdienstvrijheid valt inderdaad dat gelovigen binnen de eigen muren van synagoge, kerk of moskee hun vrouwen naar hartelust de mond mogen snoeren. Niemand zal ze voor de rechter slepen als ze vrouwen weren van preekgestoelte, ambten of altaar. Maar bij politieke partijen ligt dat anders. Dan is zelfs de SGP gehouden aan de grondbeginselen van de rechtsstaat, en dus aan het volledig kiesrecht, ook voor penislozen.
 
In 2003 spande het Clara Wichmannfonds een juridische procedure aan. Interessant genoeg was op dat moment de achterban allang niet meer eensgezind. Uit onderzoek bleek dat driekwart van de SGP-jongeren geen enkel bezwaar meer had tegen vrouwen op de kieslijst. En ook elders in de bevindelijke hoek groeide de toeschietelijkheid. Binnen de partijtop bleef evenwel de klassieke visie domineren - dankzij een relatief kleine, maar uitstekend georganiseerde lobby.
 
Helaas drong die interne machtsstrijd tot de buitenwereld nauwelijks door. Daar bleef de misvatting voortleven dat de partij een massief blok vormde. En dat geen SGP-vrouw méér zeggenschap wenste dan ze nu bezat.
 
In april 2010 kwam de Hoge Raad met de langverwachte uitspraak in deze zaak: de partij mocht vrouwen niet langer uitsluiten van de kandidatenlijsten.
 
De partijtop was 'zeer verontwaardigd' en 'diep geraakt' door de uitspraak. Scheidend fractievoorzitter Bas van der Vlies kreeg naar eigen zeggen reacties 'van opperste verbazing en ergernis'. "Als je denkt de vrijheid te hebben naar de Bijbel te handelen zoals wij dat voorstaan", zei hij, "dan heeft dit een geweldige impact."
 
Het verdriet van de mannenbroeders was wellicht begrijpelijk. Ronduit onbegrijpelijk waren de reacties in de seculiere buitenwereld. Hier triomfeerde, meende weekblad Elsevier, de 'fundamentalistische ijver' van organisaties die niets liever doen dan de partij 'treiteren'. Dit was een manier, schreef NRC Handelsblad, om de SGP 'geforceerd' tot inkeer te dwingen. De krant vond het heel sneu dat de wet zo 'hard' uitpakte voor wat toch niet meer was dan 'politiek-religieuze folklore'. Zeer velen, schreef de Amsterdamse hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart, vroegen zich inmiddels af waar deze uitspraak 'eigenlijk' voor nodig was. "De SGP'ers doen geen vlieg kwaad."
 
Heel roerend natuurlijk, die solidariteitsbetuigingen. Maar ook behoorlijk misplaatst. Zo steunden deze buitenstaanders niet de krachten binnen de partij die verlangen naar gelijke rechten - naar privileges waarover zijzelf, hun vrouwen en hun dochters in ruime mate beschikken. Zij steunden het handjevol scherpslijpers dat de rest in gijzeling houdt.
 
Wat zich hier bovenal openbaarde, was het schrijnend gebrek aan religieuze kennis bij de seculiere buitenwacht.
 
Rechtzinnige gelovigen mogen graag beweren dat zij hun heilige geschriften letterlijk opvatten. Naar eigen zeggen nemen zij Bijbel of Koran 'van kaft tot kaft' serieus. Buitenstaanders hebben de neiging om dat voetstoots aan te nemen. Wij moeten, menen zij, de strenggelovigen daarin respecteren. Hoe achterhaald wijzelf hun opvattingen ook vinden, als die teksten voor hen zo veel betekenen, dan mogen wij daaraan niet tornen. Seculieren, kortom, nemen blindelings aan dat die orthodoxe claims kloppen.
Geheel ten onrechte.
 
Neem de argumentatie waarmee de rooms-katholieke kerk tot op de dag van vandaag het vrouwelijk wezen weert uit het priesterambt. Vaticaankenners voorspellen dat nog eerder het verplichte celibaat sneuvelt dan dat een vrouw ooit het altaar mag betreden. Belangrijkste argument: Jezus verkoos destijds uitsluitend mannen tot zijn apostelen.
 
Dat beamen Ophelia Benson en Jeremy Stangroom in hun boek 'Does God hate women?' (2009). Jezus koos, schrijven zij, waarschijnlijk óók alleen Aramees sprekende Joden. En hij had een uitgesproken voorkeur voor eenvoudige lieden die niet veel van de wereld hadden gezien. Toch zal geen prelaat heden ten dage aanvoeren dat alleen Aramees sprekende vissers van Joodse komaf geschikt zijn voor het gewijde ambt. Waarom zou dan wél het geslachtsdeel der twaalven doorslaggevend moeten zijn?
 
Vanwege hun gebrekkige bijbelkennis beseffen buitenstaanders te weinig dat rechtzinnige gelovigen veel minder consequent zijn dan ze zelf beweren.
 
Slavernij is in de Bijbel vanzelfsprekend. Dat de ene mens de andere mens tot zijn bezit rekent, keurt de Schepper nergens af.
Deze teksten, zou je zeggen, zijn even goddelijk geïnspireerd als die over vrouwen. Toch zijn de verzen over slavernij (en trouwens ook over zwagerhuwelijk en steniging) zoetjesaan tijd- en contextgebonden verklaard. Zelfs de allervroomste gelovigen nemen ze anno 2010 niet langer serieus.
 
Met andere woorden: steile gelovigen winkelen net zo selectief door Gods Woord als hun vrijzinniger tegenvoeters doen. Alleen komen zij er niet rond voor uit. Zij zijn evenzeer gevoelig voor de tijdgeest, en ook tot hen dringen nieuwe inzichten door - al is het met grote vertraging. Dat de aarde rond is, hoor je het Vaticaan zelden meer bestrijden. Toch was die bewering een paar eeuwen geleden nog genoeg voor levenslang huisarrest. Het maakt het des te merkwaardiger dat uitgerekend de voorschriften die vrouwen op hun plaats moeten houden, de status van onaantastbaarheid verwierven. (En die over homo's natuurlijk.)
 
In de islamitische wereld geldt dit alles nog vele malen sterker. Volgens de Brits-Amerikaanse oriëntalist Bernard Lewis is de islam van de drie monotheïstische religies het minst vatbaar voor secularisatie. (Hij wijt dat aan de traditioneel sterke vervlechting van godsdienst en macht; Mohammed was Profeet én politiek leider.) Een vrijere omgang met heilige teksten heeft in de islam van meet af aan moeilijker gelegen dan in jodendom of christendom. Geen wonder dat ook de teksten over vrouwen moeiteloos hun actualiteit wisten te behouden.
Hedendaagse apologeten worden niet moe erop te wijzen dat de introductie van de islam destijds een enorme verbetering betekende voor het lot der Arabische vrouwen. Mohammed maakte in één klap een einde aan tribale praktijken als het vermoorden van meisjesbaby's en ongelimiteerde polygamie. En zijn eigen echtgenotes waren bepaald niet op hun mondje gevallen.
 
"Vrouwenemancipatie", beweert de Britse theologe Karen Armstrong, "was een onderwerp dat de Profeet na aan het hart lag."
Dat mag zo zijn, die voorsprong is allang verkeerd in zijn tegendeel. Van de drie religies-van-het-boek is de islam het hevigst geobsedeerd door het vrouwenvraagstuk. Nergens is een meisjesleven zo weinig waard als in de moslimlanden - zie de indexcijfers van het Global Gender Gap Report, dat de kloof tussen mannen en vrouwen in kaart brengt. Nergens is er zo'n immens verschil tussen het mannenbestaan en het vrouwenbestaan. Als vrouwen überhaupt al een bestaan wordt gegund. Een moslimstaat als Pakistan, schrijft Betsy Udink in 'Allah & Eva' (2006), heeft méér 'verdwenen vrouwen' dan China met zijn beruchte éénkindpolitiek. "In Pakistan zijn miljoenen vrouwen zoek, zestig tot negentig miljoen: vrouwen die nooit geboren zijn omdat ze als foetussen al afgevoerd werden of omdat ze na de geboorte meteen gedood zijn of als gevolg van discriminatie en verwaarlozing zijn gestorven." Pakistan is volgens Udink voor vrouwen het 'dodelijkste land ter wereld'.
 
Hoe krachtiger de sharia geldt, hoe scherper de segregatie in het dagelijks leven is doorgevoerd. In de Saoedische stad Mekka, bakermat van de islam, brak in 2002 brand uit in een meisjesschool. De religieuze politie belette de schoolmeisjes te vluchten omdat hun kleding niet decent genoeg was, en ze zonder mannelijke bloedverwanten niet op straat mogen komen. Vijftien meisjes kwamen om in de vlammen.
 
Zo'n aberratie is in het Westen goddank ondenkbaar. Maar de seksesegregatie rukt op. Regelmatig klinken in landen met een relatief grote moslimpopulatie pleidooien voor gescheiden zwemmen, gescheiden gemeenteloketten, gescheiden patiëntenzorg. Dat heeft alles te maken met het succes van de aartsconservatieve, salafistische stroming die een terugkeer naar de 'zuivere' islam wenst, uit de tijd van Mohammed. Oude teksten symbolisch of contextgebonden lezen is voor hen nóg onverteerbaarder dan voor steile joden of steile christenen.
 
Het afgelopen decennium groeide het hoofddoekje uit tot middelpunt van het integratiedebat - ook in Nederland. Begrijpelijk genoeg. In steden met een flinke moslimpopulatie is het straatbeeld immers ingrijpend veranderd. Zag je daar vroeger sporadisch een moslimvrouw met hoofddoek, nu is dat volstrekt normaal. Islamieten zelf zeggen dat zij zich slechts beroepen op een soera uit de Koran: "En zeg tegen de gelovige vrouwen, dat zij hun blikken neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun aantrekkelijkheden niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen."
 
Collectief lijken moslima's er ineens van overtuigd dat ze zich moeten houden aan een handige kledingtip uit de Koran, bedoeld voor de zevende-eeuwse Arabische samenleving. Niemand dwingt hen daartoe, zeggen ze. Ze willen het zelf.
 
Een béétje moslima streeft er tegenwoordig naar haar haren te bedekken zodra ze de huwbare leeftijd bereikt. Maar ook premenstruele meisjes van acht, negen jaar zie je volledig verpakt en ingesnoerd over straat lopen en in klaslokalen zitten. Blijkbaar schept de Barmhartige, Edelmoedige en Alziende daar eveneens behagen in.
Een kongsi van christenvrouwen, feministen en zedenkenners werpt zich de laatste jaren op als verdedigers van de hoofddoek. Zij vinden dat wij ons niet druk mogen maken om iets wat niet meer is dan 'een lapje stof '. Nogal triomfantelijk trekken zij daarbij de vergelijking met het regenkapje van hun moeder, de nonnensluier van hun tante of het boerenmutsje van hun grootmoeder. Die vonden we toch ook gewoon?
 
Karla Peijs, voormalig CDA-minister van verkeer en waterstaat, zag in 2006 het licht, op een internationale vrouwenconferentie in Aboe Dhabi. Plotseling ontdekte ze dat het hoofddoekje vrouwen 'vrijheid' geeft. "Sluiers vormen geen belemmering, maar kunnen islamitische vrouwen verder helpen in de wereld." Een hoofddoek, zei ze, biedt 'kansen' aan vrouwen die anders binnen zouden moeten blijven. Peijs' bewijsvoering, het moet gezegd, was indrukwekkend. Een situatie verdedigen met dezelfde argumentatie als waarmee ze in het leven is geroepen - het is een fraaie variant van een petitio principii, ofwel een cirkelredenering.
 
Zo mogelijk nog schriller klinken de apologieën van Anja Meulenbelt, ooit boegbeeld van het Nederlandse feminisme, nu SP-senator. Volgens haar dragen moslima's met hun hoofddoek uit "dat ze zich hun identiteit niet afhandig laten maken. Dat ze zich in een steeds vijandiger wordende omgeving het recht voorbehouden om te laten zien wie ze zijn. Geen daad van onderwerping, maar van moed."
Ook elders in de westerse wereld zijn er vrouwen die de hoofddoek op virtuoze wijze weten te duiden als een teken van vrijheid. Volgens de Britse theologe Karen Armstrong bijvoorbeeld is de sluier slechts een symbool 'van islamitische zelfbevestiging'. "Veel vrouwen", betoogde ze in oktober 2006 in The Guardian, "wier moeders de sluier verheugd hadden afgeworpen, adopteerden de hijab om zich te distantiëren van agressief seculiere regimes." De gesluierde vrouw is in haar ogen een heldin: zij trotseert de verderfelijke mores van het Westen, met zijn 'vreemde drang' tot exhibitionisme.
 
"Interpreteren wij de moslimse seksuele moraal niet radicaal verkeerd?", schreef de Amerikaanse feministe Naomi Wolf in 2008.
 
"Zijn we niet blind voor de manier waarop wij zelf vrouwenonderdrukking in stand houden?" Bovendien zijn sluiers vanwege hun geheimzinnigheid eigenlijk reuze sexy. "Het is de moeite waard", besloot Wolf, "om genuanceerder na te denken over wat vrouwenvrijheid werkelijk betekent."
 
Curieus, die westerse ijver om aan het moslimse modedictaat tegemoet te komen. Waarom niet wat kloeker gezegd: u mag gerust uw ideetjes hebben over de scheiding der seksen, wij doen daar niet aan mee?
 
Het islamitische hoofddoekje is natuurlijk geen onschuldig 'lapje stof ' - een argument dat zichzelf sowieso in de staart bijt. Als het echt zo onschuldig zou zijn, waarom het ding dan niet gewoon afgedaan? Dat gebeurt niet, omdat de islamitische hoofdbedekking voor veel méér staat. Elke moslimhoofddoek, hoe vrijwillig of modieus ook omgeknoopt, verspreidt hetzelfde bericht: ik leg mijzelf als vrouw beperkingen op, omdat de mannen om mij heen worstelen met hun libido. Ik zing een toontje lager, omdat mannen een probleempje hebben met hun lusthuishouding. De islamitische hoofddoek beloont de diepe angst voor al wie een vagina bezit.
 
Bovendien betekent elke nieuwe moslimhoofddoek een stille overwinning voor de salafisten en hun diepe haat tegen het Westen - ook al houdt de draagster in kwestie nog zo vol dat zij slechts haar Schepper eer wil bewijzen. Waarom zou je dat in hemelsnaam toejuichen?
 
Gelukkig kent het Nederlandse feminisme nog enkele witte raven. Cisca Dresselhuys, jarenlang hoofdredacteur van Opzij, wees de hoofddoek principieel af. "In het koffiehuis verdraag ik geen seksisme", zei ze in maart 2001 tegen de Volkskrant, "vrouwenbesnijdenis is bij mij taboe en redactrices met een hoofddoek komen er bij Opzij niet in." (Onder het bewind van haar opvolgster Margriet van der Linden daarentegen mag een gesluierde moslima gerust een geinige column schrijven.) Ook sociologe Jolande Withuis heeft zich er consequent tegen verzet. "Een van de dringendste argumenten tegen het massaal dragen van hoofddoekjes", schreef ze in 'De vrouw als mens' (2007), "is dat het de wereld voor vrouwen die er geen dragen onveiliger maakt. Er gaat een intimiderende werking vanuit. Aparte mannen- en vrouwenwerelden leveren vrouwen geen bescherming op, maar haat."
 
Dresselhuys en Withuis zijn de uitzonderingen die de communis opiniobevestigen. Hoon is dan ook hun deel - temeer daar de hoofddoek verder alleen bij populisten in de belangstelling lijkt te staan. Dat ondervond ook GroenLinks-fractieleider Femke Halsema, toen ze vorig jaar een interview gaf aan dagblad De Pers. Waar ze eerder geen bezwaar zag in de hoofddoek voor magistraten en politieagentes, bleek ze nu mugged by reality. "Als ik op de school van mijn kinderen kom", zei Halsema, "valt het mij weleens moeilijk dat ik dan tussen allerlei gesluierde vrouwen zit. Ik zal hun rechten niet aantasten daarin. Maar ik kan niet wachten op het moment waarop ze in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos."
 
Halsema was nog niet uitgesproken of ze werd op hoge toon terechtgewezen. Anja Meulenbelt vond het een schande dat 'godbetert' Femke Halsema de hoofddoekdiscussie oprakelde. "Zijn de moslimmeiden nu juist hard bezig om ondanks vooroordelen hun plek op de arbeidsmarkt te veroveren, krijgen we de voorzitter van GroenLinks nog even langs. Is ze nou helemaal!" Voormalig Midden-Oostencorrespondente Tineke Bennema hief in dagblad Trouw een 'driewerf hoera' aan voor de hoofddoek. 'Bitter teleurgesteld' was ze in Halsema, omdat ze zich aansloot 'bij het rijtje islambashers'.
Welbeschouwd gedragen deze hoofddoekadvocates zich als linkse intellectuelen ten tijde van de Koude Oorlog.
 
Ook die konden maar niet komen tot een veroordeling van de onsympathieke trekjes van het communisme. Ook zij trokken voortdurend de parallel met het Westen: alsof het hier zo'n pretje was. Ook bij hen heerste veel begrip voor een cultuur waarin nu eenmaal héél anders werd gedacht over de universele mensenrechten. En wie het beestje wél bij de naam noemde, kreeg te horen dat hij de 'rechtse krachten in de kaart speelde'.
 
Wie tegenwoordig hardop de onaangename trekjes in de islamitische praktijk aanwijst, krijgt een soortgelijk verwijt. Die gaat al snel door voor 'Verlichtingsfundamentalist'. Of nog erger, voor heimelijk aanhanger van Geert Wilders, leider van de 'islamofobe' Partij voor de Vrijheid. Blijkbaar word je geacht afstand te doen van je opvattingen, zodra een bedenkelijk personage die óók uitvent. Maar laten vegetariërs hun principes varen omdat ze die toevallig delen met zekere dictator te Berlijn, bij wie ook geen vleeslapje op tafel kwam?
 
Ik moet de eerste nog tegenkomen. Waarom zou je je overtuiging dan wél moeten verloochenen als het om vrouwen gaat?
Andere kwestie is of je de islamitische hoofddoek uit de openbare ruimte moet weren, zoals de Partij voor de Vrijheid in dit verkiezingsjaar bepleitte. Welnu, voor een ban op de boerka valt alles te zeggen. De allesbedekkende gezichtssluier maakt normale communicatie per definitie onmogelijk. Bovendien, zoals de Franse filosofe Elisabeth Badinter in juli 2009 in Le Nouvel Observateurbetoogde, maken vrijwillige boerkadraagsters nogal ostentatief duidelijk dat ze een hekel hebben aan de vrijheid in de westerse samenleving. "Eigenlijk", schreef Badinter, "misbruikt u democratische vrijheden door ze in stelling te brengen tegen de democratie. Of u het nu uit ondermijning doet, uit provocatie of uit onwetendheid, het echte schandaal is de klap die u uitdeelt aan al uw onderdrukte zusters die de dood riskeren om eindelijk van de vrijheden te kunnen genieten die u zo veracht."
 
Inderdaad, tolerantie voor lieden die zelf intolerantie propageren is nergens voor nodig. En lastig in te voeren kan zo'n boerkaban niet zijn: vermommingen als bivakmutsen of maskers zijn (buiten carnavalstijd) al uit den boze. Even verdedigbaar is een hoofddoektaboe voor vrouwen die bij overheidsinstanties werken. De staat dient neutraal te zijn, zoals de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur in zijn boek 'The Secular Outlook' (2010) overtuigend betoogt. Alleen een secularistische overheid kan immers de grote verschillen tussen de bevolkingsgroepen overkoepelen. En dus kan zij geen religieuze symbolen bij haar ambtenaren accepteren. Maar de staat, zoals Cliteur zei in juni 2010 tegenFilosofie magazine, is iets anders dan de stráát. Daar kan 'in beginsel' iedereen zich uitdossen zoals hij wil.
Femke Halsema heeft gelijk: het enige wat erop zit is hopen dat moslima's op een dag de hoofddoek uit eigener beweging taboe verklaren. Simpelweg, omdat ze beseffen in welke abjecte logica ze verstrikt zijn geraakt.
 
Het sprookje van de religieuze hoogachting - God houdt zo veel van vrouwen dat Hij ze het liefst de mond snoert - blijkt buitengewoon taai. Geen wonder, zeggen Ophelia Benson en Jeremy Stangroom. "Religie geeft tradities een ruggengraat, en een sausje van rechtvaardiging." Juist door je op de Eeuwige te beroepen, wordt het eenvoudiger je af te schermen van moderne fratsen als vrouwenrechten. Het is immers de Schepper zelf die alles zo heeft verordonneerd?
 
Zorgwekkend in dit verband is dat het islamitisch fundamentalisme wereldwijd lijkt toe te nemen. Anno 2010 zijn er zo'n vijftig landen waar de sharia geheel of gedeeltelijk geldt. En, zoals de Amsterdamse emeritus hoogleraar sociologie Abram de Swaan het in 2006 mooi formuleerde: "Overal waar de religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd." De Swaan ontvouwde een interessante stelling: het islamitisch radicalisme van deze tijd is volgens hem ingegeven 'door angst van mannen om hun meerderwaardigheid boven vrouwen te verliezen'. De botsing der beschavingen is in zijn ogen 'een strijd tussen de geslachten'. In het Westen, aldus De Swaan, raakten masculiene superioriteitsgevoelens langzaam taboe. Dat vrouwen de mindere soort zijn durft (bijna) geen man meer hardop te beweren. In niet-westerse samenlevingen beginnen de machtsverhoudingen nu pas 'te kruien'.
 
Volgens de socioloog vormt de toegenomen scholing van vrouwen de belangrijkste bron van bedreiging. Vrouwen die leren lezen en schrijven, zegt hij, krijgen hoe dan ook 'een nieuw zelfbewustzijn'. "Zij gaan denken dat zij mensen zijn, misschien nog niet de gelijke van mannen, maar toch ook niet meer enkel wezens voor de fok en voor de zorg." Mannen in deze culturen beseffen voor het eerst dat hun meerderwaardigheidsgevoelens in feite op niets zijn gebaseerd. En bij gebrek aan enig ander machtsmiddel, grijpen zij terug op de Koran en andere 'rotsvaste beginselen van weleer'.
 
Als De Swaans these klopt, dan gaat hetzelfdeop voor onze eigen SGP - zij het uiteraard in veel zachtzinniger mate. Antropologe José Baars deed een paar jaar geleden onderzoek naar meisjes op een reformatorische scholengemeenschap. Anders dan hun moeders, blijken de dochters fikse ambities te koesteren. En dat is onmiskenbaar het gevolg van het gestegen opleidingsniveau. Nog steeds, ontdekte Baars, verlangen de meeste refomeisjes naar de 'standaardbiografie': ze willen trouwen (liefst op hun vijfentwintigste) en kinderen krijgen. Maar de levenslange, exclusieve toewijding aan het gezin raakt uit de gratie. Deeltijdwerken als de kinderen jong zijn vindt 'een kleine meerderheid' al vanzelfsprekend. En 'herintreden' als de kinderen groter zijn vinden de meesten doodgewoon. De eerste reformatorische crèches dienden zich al aan. De traditionele opvattingen omtrent de seksen, concludeerde de antropologe, zijn tanende. Het ligt voor de hand om de verbetenheid waarmee de mannenbroeders van de SGP hun 'vrouwenstandpunt' verdedigen in dat licht te zien. Ook zij hebben alle reden om het verlies van hun privileges te vrezen.
 
Is dit religieus gefundeerd seksisme, zoals Abram de Swaan opperde, de laatste stuiptrekking van een stervend patriarchaat? Ik help het graag hopen. Het enige wat het Westen intussen kan doen, is onverkort vasthouden aan het universele van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens - zeker op zijn eigen grondgebied. En juist dat gebeurt naar mijn smaak op dit moment te weinig.
 
Altijd verhelderend: vervang de categorie 'sekse' door de categorie 'ras'. Beide kenmerken zijn met de geboorte meegegeven. Geloof kun je afleggen, met je genitaliën en je huidskleur zit je opgescheept.
Racisme is in de beschaafde wereld inmiddels taboe. Natuurlijk lopen er nog genoeg lieden rond die zichzelf superieur wanen op grond van hun blank-zijn, maar hardop je afkeer etaleren van donkerhuidigen geldt als not done. Racisme wordt beschouwd als een kwaad dat principiële bestrijding verdient - eerst en vooral door de overheid. Volkomen terecht.
 
Maar stel, er waren in dit land patiënten die uitsluitend blanke dokters aan hun bed wilden zien. Of zwembaden die aparte uurtjes voor zwarten wilden invoeren. Of straatcoaches die zwarten weigerden aan te raken, gewoon omdat zoiets nu eenmaal niet mag van hun geloof. Zou iemand dan durven beweren dat dit 'dingetjes' zijn waarover wij niet mogen zeuren? En stel, er was een politieke partij die op grond van haar negerstandpunt zwarten het passief kiesrecht onthoudt. Zou de seculiere buitenwacht haar dan ook in bescherming nemen tegen het 'doorgeslagen gelijkheidsdenken'? Schrijven dat het hier slechts 'religieus-politieke folklore' betreft? Of dat de betreffende partijleden 'geen vlieg' kwaad doen? Die kans lijkt me klein. En zouden de betreffende racisten deze ordening tussen blank en zwart rechtvaardigen met een beroep op Bijbel of Koran, we zouden ze op hoge toon terechtwijzen: u mag daarin best lezen dat uw Schepper het zo heeft bedoeld, wij denken daar tegenwoordig anders over. Dus gaan wij niet mee in uw redenering - ook niet als de zwarten in kwestie beweren er zélf geen enkel probleem mee te hebben.
 
Als het om religieus geïnspireerd racisme gaat, kortom, dan zouden overheid en publieke opinie een streep trekken. Nu het om religieus geïnspireerd seksisme gaat, ligt de zaak blijkbaar héél anders. Dan moeten wij begrip opbrengen voor gelovigen die nog niet door de Verlichting heen zijn gegaan. Dan vindt spraakmakend Nederland dat je geen Prinzipienreiter mag zijn.
 
Maar waarom eigenlijk niet? Hierin openbaart zich immers een principekwestie van jewelste: de bereidheid dan wel weigering om mallotige opvattingen over het vrouwelijk wezen te honoreren. De bereidheid dan wel weigering om de mensenrechten te beschouwen als universeel en ononderhandelbaar.
 
Daar kunnen wij niet genoeg over door blijven zeuren.

 

... en voorts is Iran van mening dat Israel vernietigd moet worden


Nog steeds wordt beweerd dat Iran Israel niet wil vernietigen, dat dat een keer is gezegd en toen verkeerd vertaald is. In werkelijkheid is het vele malen en in vele varianten en bewoordingen gezegd, door verschillende Iraanse leiders. 
 
RP
---------- 

 

Oh, by the way, Iran's leader said he wants to destroy Israel

http://elderofziyon.blogspot.com/2012/05/oh-by-way-irans-leader-said-he-wants-to.html

 

And defeat the US, too.

From Israel HaYom:

 

Israel has, for years, cautioned against Iran's intentions and the dangers of its nuclear ambitions, but on Wednesday former Spanish Prime Minister Jose Maria Aznar gave the world yet another reason to heed those warnings. Aznar, speaking to a crowd in Jerusalem, recalled a meeting with Iran's Supreme Leader Ayatollah Ali Khamenei in which he expressed his intention to destroy Israel.

"In a private discussion we held in Tehran in October of 2000, Ali Khamenei told me that Israel must be burned to the ground and made to disappear from the face of the Earth," Aznar told the audience. The former Spanish prime minister went on to say that Iran's spiritual leader also said that "Iran's war against the United States and Israel is inevitable."

Aznar was in Israel as a guest of the Jerusalem Center for Public Affairs, currently headed by former Israeli ambassador to the United Nations Dr. Dore Gold.

Gold asked him, "When Khamenei was talking about wiping Israel off the map, was he referring to a gradual historical process involving the collapse of the Zionist state, or rather its physical-military termination?"

Aznar answered, "He meant physical termination through military force." The former Spanish leader also told the crowd that Khamenei described Israel as "an historical cancer, an anomaly," and said that he was "working toward Iran defeating the United States and Israel in an inevitable war against them."

 

This is only surprising to Juan Cole's acolytes, who won't believe it anyway.

 

 

Iranian commander confirms Iran's commitment to destroy Israel

http://elderofziyon.blogspot.com/2012/05/iranian-commander-confirms-irans.html  
 

How much more explicit can they get?

From Iran's official FARS news agency:

 

Chief of Staff of the Iranian Armed Forces Major General Hassan Firouzabadi said threats and pressures cannot deter Iran from its revolutionary causes and ideals, and stressed that the Iranian nation will remain committed to the full annihilation of the Zionist regime of Israel to the end.

Addressing a defense gathering here in Tehran on Sunday, General Firouzabadi said that nations should realize the threats and dangers posed by the Zionist regime of Israel. 

He reiterated the Iranian nation and Supreme Leader's emphasis on the necessity of support for the oppressed Palestinian nation and its causes, and noted, "The Iranian nation is standing for its cause that is the full annihilation of Israel." 

The top military official reminded that the Iranian Supreme Leader considers defending Palestine as a full religious duty and believes that any kind of governance and rule by anyone other than the Palestinians as an instance of usurpation. 

Earlier this year, Supreme Leader of Islamic Revolution Ayatollah Seyed Ali Khamenei stressed in explicit remarks Iran's direct involvement in the Palestinian and Lebanese confrontation with Israel, including the Lebanese Summer 2006 33-day resistance against the Zionist regime. 

"Wherever Iran interferes, it announces it in a very straightforward manner. For instance, we interfered in confrontations against Israel, which resulted in the (Lebanese) victory in the 33-day war and (Palestinians' victory in) the 22-day (Gaza) war," Ayatollah Khamenei said, addressing millions of Friday Prayers worshippers on Tehran University Campus in February. 

"In future too, we will support and help everyone who opposes the Zionist regime," the Leader underscored. 

"The Zionist regime is a real cancerous tumor that should be cut and will be cut, God Willing," Ayatollah Khamenei underscored.

 

Time for Iran's Western apologists to work overtime to parse these words as if they aren't aggressive or threatening.

 

 

Bewijzen nucleair wapensprogramma Iran stapelen zich op

 
Elder of Ziyon geeft op zijn gebruikelijke wijze aan dat Günter Grass zijn gedicht aan het verkeerde land heeft opgedragen...
 
_____________________
 
 

http://elderofziyon.blogspot.com/2012/05/evidence-of-irans-nuclear-weapons.html  

 

From JPost: 

 

Iran is accelerating its nuclear weapons program, according to a report Mujahedin-e Khalq (MEK) Iranian opposition group compiled and The Jerusalem Post obtained on Friday.

The report first appeared in the Die Welt German daily, and Brussels-based Iran expert Emanuele Ottolenghi, who provided it to the Post, was asked by the paper to verify its contents.

The report and various additional charts outline the different offices involved in Iran's weapons program and identify some 60 directors and experts working in various parts of SPND and 11 additional institutions and companies affiliated with the program.

The SPND headquarters is based in Mojdeh, a military facility near Tehran. Mohsen Fakhrizadeh-Mahabadi, whom western intelligence agencies have identified as the man responsible for the nuclear weapons program, heads the facility. He is under United Nations sanctions.

MEK also identified a facility called the "Center for Explosives, Blast Research and Technologies" – known by its Persian acronym METFAZ – which is based in a five-story nondescript office building in Tehran's Pars neighborhood.

Scientists there are responsible for building high-explosives for nuclear detonators and conducting tests at the Parchin site, a facility long suspected of being connected to nuclear activity which Iran has refused to open to UN inspectors.

SPND, according to the report, is comprised of seven sub-divisions: 1) a division that works on the main element for the bomb, including the enriched uranium; 2) a division that shapes and molds the material needed to build a warhead; 3) a division that produces metals required for a nuclear warhead; 4) a division that produces high-explosive material used to cause a nuclear detonation; 5) a division which conducts research on advanced chemical materials; 6) a division that conducts electronic calculations required for building a nuclear warhead; 7) and a division which is responsible for laser activities needed for a nuclear weapon.

"The information sharply contradicts the assessment by some that Iran has not yet made the decision to go forward with the weapons program, as well as the observation by others who suggest that the Supreme Leader Ali Khamenei has forbidden the development of a nuclear bomb, because it would be a 'sin' to do so," the report said.

The report claims that the Fordow uranium enrichment facility built in a mountain near the city of Qom was built under the personal supervision of Fakhrizadeh-Mahabadi. It said that experts who work at another facility involved in the weapons program are in direct contact with the Fordow site and supervise activities there.

"This makes increasingly clear the objectives with which the Fordow site was built," the report said.

MEK, which is a member of the National Council of Resistance of Iran (NCRI), has long been suspected of working closely with the Mossad and the CIA. In 2002, for example, the NCRI revealed the existence of the Natanz uranium enrichment facility which until then had not been known to the world.

Ottolenghi, a senior fellow at the Foundation for Defense of Democracies, said the MEK report could be a "game changer" in Western perceptions of Iran's nuclear program.

"Until now, intelligence agencies and policymakers surmised that Iran sought civil nuclear energy but kept the option open for nuclear weapons, while pending a decision from its religious leaders," he explained.

"These documents support the opposite conclusions – namely that Iran's program was always military and its civil nuclear component was just a façade. Iran decided long ago to make nuclear weapons – the only question is when."


And from AP:

A drawing based on information from inside an Iranian military site shows an explosives containment chamber of the type needed for nuclear arms-related tests that U.N. inspectors suspect Tehran has conducted there. Iran denies such testing and has neither confirmed nor denied the existence of such a chamber.

The computer-generated drawing was provided to The Associated Press by an official of a country tracking Iran's nuclear program who said it proves the structure exists, despite Tehran's refusal to acknowledge it.

That official said the image is based on information from a person who had seen the chamber at the Parchin military site, adding that going into detail would endanger the life of that informant. The official comes from an IAEA member country that is severely critical of Iran's assertions that its nuclear activities are peaceful and asserts they are a springboard for making atomic arms.

A former senior IAEA official said he believes the drawing is accurate. Olli Heinonen, until last year the U.N. nuclear agency's deputy director general in charge of the Iran file, said it was "very similar" to a photo he recently saw that he believes to be the pressure chamber the IAEA suspects is at Parchin.

He said even the colors of the computer-generated drawing matched that of the photo he had but declined to go into the origins of the photo to protect his source.

 And from ISIS:

ISIS has acquired commercial satellite imagery of the Parchin site in Iran showing new activity that substantiates the International Atomic Energy Agency's (IAEA) stated concern regarding recent "activity" at the site. The new activity seen in the satellite image occurred outside a building suspected to contain an explosive chamber used to carry out nuclear weapons related experiments (see figure 1). The April 9, 2012 satellite image shows items lined up outside the building. It is not clear what these items are. The image also shows what appears to be a stream of water that emanates from or near the building. Based on new information that the IAEA received, the Agency asked Iran to visit this building at the Parchin site, but Iran has not allowed a visit. IAEA Director General Yukiya Amano noted recently that the IAEA has "information that some activity is ongoing" at the Parchin site 1. When asked if he was concerned that these activities could be associated with cleansing the site, Amano replied, "That possibility is not excluded…We cannot say for sure because we are not there." The items visible outside the building could be associated with the removal of equipment from the building or with cleansing it. The stream of water that appears to emanate from the building raises concerns that Iran may have been washing inside the building, or perhaps washing the items outside the building. Satellite images of the building from recent months do not show any similar activity at the site—indicating that such activity is not a regular occurrence at this building (see figures 2 and 3).

Iran should immediately allow IAEA inspectors into the Parchin site and allow access to this specific building. It should also explain the purpose of the activities seen at the building in this recent satellite image.


But some anti-Israel idiots will keep claiming that Israel's concern over Iran is really to deflect world attention from Israel's primary purpose, which is of course to persecute poor Palestinian Arabs.