woensdag 16 november 2016

Antwoord aan NRC ombudsman Sjoerd de Jong (2)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/11/16/antwoord-aan-nrc-ombudsman-sjoerd-de-jong/

 

Op 19 oktober stuurde ik een open brief naar NRC ombudsman Sjoerd de Jong. Hij reageerde in zijn rubriek op de NRC site en naar mij direct. Mijn antwoord op zijn stuk in de NRC had ik eerder al geplaatst. Hieronder nog mijn antwoord op zijn reactie naar mij.

Ik ben blij dat dit gesprek tot stand is gekomen, en hoop dat het heeft geleid tot een goed gesprek op de redactie en meer oog voor hoe bepaalde opvattingen over Israel en het conflict (vaak wellicht onbewust) de krant in sluipen en de berichtgeving kleuren. Ik blijf de NRC in elk geval kritisch volgen, en (hopelijk) de ombudsman ook.


Beste Sjoerd de Jong,

Ik wil u oprecht en hartelijk danken voor uw uitgebreide reactie. Fijn dat u er zo uitgebreid op in bent gegaan, fijn ook dat u mij niet over een kam scheert met al die andere critici uit het pro-Israel kamp die de NRC van van alles betichten, van extreemlinks, antisemitisch tot fascistische tendensen (‘NSB Handelsblad’).

Ik heb een openbare reactie geschreven op uw reactie in de krant, waarin ik probeer toe te lichten waarom ik achter de berichtgeving in de NRC een hetze tegen Israel bespeur. Die heb ik bijgevoegd en verschijnt vandaag op de website OpinieZ. Ik wil hier graag op een paar andere zaken die u noemde ingaan.

Wat betreft het verkeerd adresseren: daar heeft u wel een punt, maar juist vanwege uw onafhankelijke positie heb ik me tot u gewend (met overigens een cc aan de hoofdredacteur maar de adressering klopte mogelijk niet). Daarbij staat de krant vaak niet erg open voor kritiek is mijn ervaring. Toch zou ik het erg waarderen als u (als dat nog niet is gebeurd) mijn brief en deze reactie ook aan de redactie kunt voorleggen en mijn kritiek met hen wilt bespreken.

Dan uw voorbeeld van de kop ‘Vijf Palestijnen gedood door Israëlische politie’ die na protesten werd aangepast in ‘Palestijnse geweldplegers gedood door Israëlische politie’. Nu objectiever? Vraagt u, waarop u de kritiek van pro-Palestijnse critici weergeeft, die meenden dat ‘tieners die stenen gooien’ geen geweldplegers zijn en de Palestijn die met een mes op een militair was afgerend nog geen geweld had gebruikt. Het spijt me, maar die kritiek vind ik totaal geen hout snijden. Natuurlijk waren die Palestijnen wel geweldplegers, stenen kunnen dodelijk zijn (en waren dat meermaals) en iemand die met een mes op je afkomt of het vuur opent, wat is dat anders dan iemand die geweld pleegt? Terecht dus dat die kop werd aangepast, en wat mij betreft zeker geen voorbeeld van ‘te snel rechtsomkeert maken’ zoals u lijkt te suggereren.

U gaat uitgebreid in op de serie over Kiswanson en de vraag of die aandacht overdreven is. Ik begrijp de journalistieke overweging bij een eigen scoop en ook het belang van de feiten, namelijk de bedreigingen. U ontkent dat de krant de aantijging overnam dat de Mossad erachter zat. De krant schreef:

Als de politie Kiswanson vertelt dat ze het telefoontje van Volksgezondheid niet kunnen traceren – exceptioneel, vertelt de politie erbij – worden voor Kiswanson haar ergste vermoedens bevestigd: Israël zit hierachter. „Wie anders heeft er belang bij dat ik mijn werkzaamheden neerleg? En wie kan een nummer uit de logboeken van het Nederlandse telefoonnet laten verdwijnen?”

De politie vindt die redenering heel plausibel, krijgt Kiswanson van verschillende agenten te horen. De dreigementen lijken veel te geavanceerd voor een particulier. Hier moet een grote organisatie achter te zitten.

De Israëlische Mossad staat bekend als een zeer professionele geheime dienst, die verantwoordelijk wordt gehouden voor tal van geraffineerde spionageacties en liquidaties, ook op Europees grondgebied. In 2010 richtten de Israëlische veiligheidsdiensten een speciale eenheid op die informatie verzamelt over organisaties die volgens Israël de reputatie van het land kunnen schaden. https://www.nrc.nl/nieuws/2016/08/10/ze-dacht-dat-nederland-veilig-was-3652144-a1515668

Daarna volgt een korte ontkenning door ‘een woordvoerder van het Israelische ministerie van buitenlandse zaken’. De redenering ‘wie anders heeft er belang bij’ etc. is, aldus de NRC, volgens de politie ‘heel plausibel’, met als argument dat de dreigementen ‘te geavanceerd’ lijken voor een particulier en er daarom wel een grote organisatie achter moet zitten. Dan volgt een alinea over hoe professioneel en geraffineerd de Mossad wel niet is, en dat men een speciale eenheid heeft die achter organisaties aanzit die Israels reputatie zouden kunnen schaden.

Zeg nou zelf, dit is toch een uiterst geraffineerde manier om zonder enig bewijs Israel de schuld in de schoenen te schuiven? Er is een motief, men is ertoe in staat, dus men zal het wel gedaan hebben, aldus de NRC. In een rechtszaal zou je er niet ver mee komen. En nee, men geeft hier niet alleen de vermoedens van Kiswanson weer, maar versterkt die met eigen info over de Mossad en het klakkeloos herhalen van wat ‘verschillende agenten’ volgens Kiswanson tegen haar gezegd hebben. Dit vind ik dus een voorbeeld van hoe de NRC subtiel de lezer een bepaalde richting op duwt en Israel in een negatief daglicht plaatst. In hetzelfde artikel wordt Al Haq zo ongeveer de hemel in geprezen als onberispelijke organisatie, om de lezer verder klaar te stomen voor de aantijging dat het boze Israel erachter zit:

Al Haq geniet bovendien een uitstekende reputatie. Zo ontving de organisatie in 2009 de Nederlandse Geuzenpenning uit handen van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen, onder meer vanwege haar ‘betrouwbare aanpak’. Al Haq documenteert en agendeert vermeende mensenrechtenschendingen in Palestina door Israël en door Palestijnse autoriteiten.

Israël toont zich al jaren getergd door mensenrechtenorganisaties die zijn beleid bekritiseren. Zo sprak een Israëlische bewindsman in 2010 van ‘juridische oorlogsvoering’ tegen Israël. „Vandaag de dag zijn de loopgraven in Genève bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, (…), of bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.”

En Israël vuurt terug. Mensenrechtenactivisten worden geregeld gearresteerd en vernederd. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt, hun kantoren worden leeggehaald. De Israëlische minister van Justitie vraagt buitenlandse collega’s te stoppen met het subsidiëren van organisaties als Al Haq. De Nederlandse overheid subsidieert Al Haq al jaren.

Al Haq is een radikale organisatie die wordt geleid door iemand die betrokken was bij een terroristische organisatie en daarvoor  in Israel is veroordeeld en door Jordanië een inreisverbod heeft gekregen. Hij heeft nooit afstand gedaan van dit verleden. Hij praat geweld tegen Israelische burgers goed. Hij is tegen vrede en een tweestatenoplossing. Dat hij die Geuzenpenning heeft gekregen vind ik persoonlijk onbegrijpelijk, en een voorbeeld van hoe kritiekloos er tegenwoordig vaak naar Palestijnse (zogenaamde) mensenrechtenorganisaties wordt gekeken. Dat hij subsidie krijgt van Nederland is mij een doorn in het oog; dat geld kan beter aan projecten en initiatieven worden besteed die werkelijk naar vrede en verzoening streven, waarbij beide kanten met elkaars perspectief en leed worden geconfronteerd. Dat Israel daartegen ageert lijkt me dan ook alleszins begrijpelijk.

Hoewel ik me ook zorgen maak over het rechtsere en repressieve klimaat in Israel, betwijfel ik of Israel zomaar kantoren leeghaalt en mensenrechtenactivisten in de gevangenis gooit. Vaak gaat er een reële verdenking aan vooraf, en het komt helaas voor dat dergelijke organisaties kontakten hebben met terroristen en hen faciliteren. Over de banden tussen bijvoorbeeld UNRWA en Hamas is een en ander bekend. De formulering van Walters dat  ‘Mensenrechtenactivisten worden geregeld gearresteerd en vernederd. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt, hun kantoren worden leeggehaald’ is zo niet te checken. Wat is de bron? Heeft hij weerwoord gehaald?

Wanneer Al Haq beweert dat Al Haq zo door Israel wordt dwarsgezeten en een juriste in dienst van datzelfde Al Haq beweert dat ze door de Mossad wordt bedreigd neem ik dat niet zomaar aan. De bedreigingen zijn ernstig genoeg, maar over wie of wat erachter zit lijkt me duidelijk nog te weinig bekend om er wat zinnigs over te kunnen zeggen. Waarom nam de NRC niet meer afstand van de beweringen van Kiswanson?

In een ander artikel komt Al Haq directeur Shawan Jabarin uitgebreid aan het woord, zonder enige tegenspraak, alsof hij een objectieve neutrale bron is, en geen radikale activist. Dit noem ik geen objectieve berichtgeving. Waarom wordt hem die ruimte gegeven? En als, waarom wordt hij dan niet kritischer bevraagd? Hoe rijmt u dat met de opdracht van de krant objectief nieuws te verslaan en feit en mening van elkaar te scheiden?

Tot slot schrijft u:

Uiteindelijk is de toetssteen voor de vraag of de krant ‘partij’ heeft gekozen de plek waar die expliciet geacht wordt stelling te nemen, het hoofdredactioneel Commentaar. Daar wil ik tot slot een meer persoonlijke opmerking over maken, zodat u weet hoe ik dat Commentaar beoordeel.

Waarop u het belang van  de onaantastbaarheid van Israels bestaansrecht benadrukt. Dat ben ik erg met u eens en ik ben ook erg blij dat u dit zo expliciet benoemt. En inderdaad, door iemand als Abou Jahjah steeds weer uitgebreid de ruimte te geven en over hem te zeggen dat hij ‘meeviel’ wordt een verkeerd signaal gegeven. Antizionisme wordt gelegitimeerd. Het is wat mij betreft echter niet genoeg wanneer de krant in zijn commentaar een enkele keer per jaar het belang van Israels bestaansrecht onderstreept, terwijl de berichtgeving voor de rest een heel andere sfeer ademt. Ik vond het vrij schokkend hoeveel ruimte Abou Jahjah kreeg, hoeveel mensen het voor hem opnamen, maar evenzeer hoe kritiekloos Jabarin aan het woord werd gelaten en Al Haq opgehemeld. Ook dat zijn antizionisten die tegen vrede zijn.

De krant kiest partij in de keuze van haar onderwerpen, in de keuze van de mensen die men aan het woord laat en in de manier waarop nieuws wordt gebracht. Het hoofdredactionele commentaar is daar maar een klein onderdeel van. Het heeft wellicht ook niet meer de waarde van vroeger, toen het prominent in de krant stond en men opzag tegen wat ‘de krant’ zelf nou vindt.

Ik hoop dat u nog een keer de tijd kunt vinden mij te antwoorden.

Met vriendelijke groet,

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen