donderdag 13 oktober 2016

Mediacommentaar NRC over Israel - 4



(september 2016)

= IMO Blog =  

Nogmaals Kiswanson
Na liefst vier artikelen over de bedreigingen aan het adres van Al Haq activiste Kiswanson verscheen er op 2 september eencommentaar van de NRC ombudsman over de zaak. Zij werd naar eigen zeggen bedreigd omdat zij materiaal aanlevert voor het Internationaal Strafhof over eventueel gepleegde oorlogsmisdaden in de Gaza Oorlog van 2014, wat zowel door haar als de NRC zonder enig bewijs aan de Mossad werd toegeschreven. Ik en velen met mij hoopten dat de ombudsman zich kritisch uit zou laten over de berichtgeving en zou wijzen op de journalistieke principes van hoor en wederhoor, en het checken van claims, zeker wanneer ze gevoelig liggen, bij onafhankelijke bronnen, onpartijdigheid etc. etc.. De ombudsman wijdt zijn verhaal echter voornamelijk aan de vraag wanneer een gefingeerde naam is toegestaan (bijna nooit) en wat daar allemaal mis mee is. Wel schrijft hij, haast als een terzijde:

Dat is onzin, het relaas van Kiswanson is waar mogelijk gecheckt, dát zij wordt gestalkt (maar niet door wie) wordt ondersteund door documenten, inclusief de „glimmende brochure” die volgens haar in haar buurt was verspreid en waarin zij als een moslim-knuffelaar wordt neergezet. Die had de krant er wat mij betreft ook (deels) bij kunnen laten zien.

Dit in reactie op ‘hatelijke kritiek van NRC-bashers’ dat het verhaal van Kiswanson compleet verzonnen zou zijn. Alsof dat door die verzonnen naam van haar bedreiger (Abu Rami in het stuk) zou komen! De ombudsman draait om de hete brij heen. Dat Kiswanson is bedreigd lijkt zeer waarschijnlijk (al had men daar zeker meer bewijzen van kunnen tonen), maar de beschuldiging dat Israel daarachter zit is gratuit. Er is geen enkel bewijs voor behalve argumenten in de trant van: Israel heeft er belang bij, de Mossad gaat professioneel te werk (wat volgens sommigen eerder een argument ertegen is), Israel heeft een hekel aan Al Haq en heeft Al Haq in eigen land vaker dwarsgezeten, etc.. Sinds wanneer zijn dergelijke speculaties voldoende om een dergelijke ernstige beschuldiging te uiten? Het lijkt wel de Story, RTL Boulevard, of GeenStijl wel. Een ombudsman die daar geen woord aan vuil maakt, maar wel een hele pagina vol pent over het toegenomen (en daarna weer afgenomen) gebruik van verzonnen namen in de NRC, is zijn naam niet waard.
Nir Baram
Op 10 september plaatste NRC een uitgebreid interview met Nir Baram, een kritische Israelische schrijver die in de bezette gebieden heeft rondgereisd en mensen vroeg naar de oplossing voor het conflict. Hij uit in het interview vooral kritiek op de bezetting en de muur, en hekelt de ‘vreselijke dingen’ die Israel de Palestijnen aandoet. Hij houdt ook enkel Israel verantwoordelijk voor de ‘nakba’ en stelt voor dat Israel daarvoor herstelbetalingen doet zoals Duitsland aan Israel deed. Hij vindt dat Israeli’s onder ogen moeten zien dat er apartheid heerst op de Westelijke Jordaanoever.

Door zijn gesprekken is hij gaan twijfelen aan de haalbaarheid van een tweestatenoplossing, en is nu actief in de beweging ‘Twee Staten, Eén Thuisland’: “Deze club, een burgerinitiatief van Israëliërs én Palestijnen, ziet heil in twee aparte staten met een fluïde scheiding, die samenwerken in een confederatie.” Dit deel van het interview is eigenlijk het interessantst, maar van de drie pagina’s die het interview in beslag neemt gaat maar een klein deel hierover; het merendeel wordt in beslag genomen door alle bekende aantijgingen tegen Israel. Een gemiste kans om nu eens uit de hoek van de beschuldigingen en het ‘wie heeft er gelijk’ te komen en naar de toekomst te kijken...

Baram doet zoals gezegd harde uitspraken in het interview. Hij zegt dingen als:
De Palestijnen wordt zo veel ontzegd: bewegingsvrijheid, de mogelijkheid om iets van hun leven te maken, om hun dromen na te jagen. Mijn land doet vreselijke dingen. En mijn landgenoten weten het niet. Dat moet anders.

Dat laatste wordt door veel Israeli’s betwist. Het hangt er ook erg vanaf waar je woont, en wat je wil weten en zien. Ouders met kinderen die in het leger dienen weten vaak vrij goed wat er speelt en dat er niet zo fraaie dingen gebeuren, en dat geldt des te meer voor mensen die zelf nog niet zo lang geleden dienden. Er zijn ook hopen films, boeken en artikelen verschenen waarin op vaak indringende wijze verslag wordt gedaan van de gevolgen van de bezetting en Israels veiligheidsbeleid voor de Palestijnen. Natuurlijk zijn er wegkijkers; er zijn ook zat Nederlanders die niet willen weten wat onze jongens in Afghanistan deden en wat onze vliegtuigen en schepen doen. Of waar ons spaargeld in belegd wordt. Of wat de gevolgen zijn van ons consumptiegedrag en onze spotgoedkope kleding voor mensen aan de andere kant van de wereld. Wegkijk gedrag zie je overal, en juist in Israel valt de vaak openhartige en felle interne kritiek op. Ook Baram is daarvan een voorbeeld, en hij kan in Israel vrij zijn mening verkondigen en rondreizen en met iedereen praten.
Baram zegt:
Als ik, ook onder linkse vrienden, een gesprek begin over een eventuele vergoeding van de schade aan de verdreven Palestijnen, krijg ik uitsluitend geïrriteerde reacties. Terwijl Israël jarenlang herstelbetalingen kreeg uit Duitsland.

Die geïrriteerde reacties begrijp ik wel. Als de verdreven Palestijnen een schadevergoeding moeten krijgen, dan ook de vele verdreven Joden uit Arabische staten. En ook de Palestijnen hebben onder de grootmoefti van Jeruzalem een hoop ellende veroorzaakt. De vergelijking met Duitsland gaat volledig mank, en zou je misschien zelfs om moeten draaien. De moefti  collaboreerde met de nazi’s en veel Palestijnen stonden achter hen en hoopten dat zij zouden helpen om ook het ‘Joodse probleem’ in Palestina op te lossen. De Palestijnen waren niet enkel slachtoffer zoals de Joden in Duitsland en Europa; zij waren de burgeroorlog eind 1947 begonnen, pleegden zelf talloze aanslagen op burgers (ja, ook toen al), en hun leiders hadden in de jaren ervoor consequent ieder compromis afgewezen. Zie voor een goed stuk hierover dit artikel van Benny Morris.

Baram vindt dat Israël de gevolgen van de Nakba onder ogen moet zien. Niet om al het veroverde land af te staan, zoals sommige Israëliërs vrezen, maar om het gesprek aan te gaan. „Ook mijn familie heeft van de Nakba geprofiteerd. Wij kregen, ver voor mijn geboorte weliswaar, een huis in West-Jeruzalem toegewezen waar een Arabier had gewoond. Maar juist degenen die van 1948 hebben geprofiteerd, willen er niet over praten.”

Dat klinkt nobel, maar zo’n gesprek is alleen mogelijk als men van twee kanten eerlijk naar de geschiedenis wil kijken en het eigen aandeel onder ogen wil zien. Weinig Israeli’s zien er geen been in om eenzijdig schuld te bekennen en daardoor nog meer eenzijdige claims en beschuldigingen over zich heen te krijgen. Ik sprak een tijd terug eens een vrouw uit Sderot die aan een dialooggroep met mensen uit Gaza deelnam, en er erg teleurgesteld uitkwam. Ze wees de ‘Israelische agressie’ af, ze was fel anti bezetting, en wat ze terug kreeg was geen afwijzing van terreur en opruiing tegen Israel maar de bewering dat Israel helemaal geen bestaansrecht heeft en het hele land eigenlijk de Palestijnen toebehoort. Zo is het meer goed bedoelende idealistische mensen uit de Israelische vredesbeweging vergaan. Ik vraag me af of Barams ervaringen in zijn gesprekken met Palestijnen beter zijn, en hoeveel hij er heeft gesproken die oprecht ook Israels bestaansrecht erkennen.
Daarbij is het de vraag of je van een nakba moet willen spreken, en veel Israeli’s zien dit als een provocatie omdat het Arabisch is voor ‘ramp’ ofwel shoah. Zo lijkt het alsof beide zaken op een lijn zijn te zetten, alsof de nakba een catastrofe was die het Palestijnse volk zomaar overkwam, zonder eigen aandeel….
Volgende keer meer over het ‘Twee Staten, Eén Thuisland’ idee.
Ratna Pelle

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen