zondag 9 oktober 2016

Mediacommentaar NRC over Israel - 1

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/10/06/mediacommentaar-nrc-israel-1/  

(augustus 2016)

= IMO Blog =  

De laatste twee maanden stapelden de eenzijdige en suggestieve artikelen over Israel in NRC Handelsblad zich op, en schreeuwden om een kritische bespreking. In de Medianieuwsbrief waar ik ook aan meewerk, heb ik ze al kort behandeld. Hieronder in twee delen een uitvoeriger kritiek op de belangrijkste artikelen van augustus. Het ging om zeven artikelen (een artikel dat in de nieuwsbrief wel is geteld blijkt van 31 juli te zijn).

 

Abou Jahjah

Het eerste artikel is behoorlijk typerend voor waar de NRC tegenwoordig is beland qua niveau en objectiviteit inzake Israel-Palestina: een dankwoord van Dyab Abou Jahjah aan Nederland voor de vele positieve reacties op zijn Zomergasten optreden. Het stuk stinkt behoorlijk naar eigenwaan en het slijm druipt ervan af.  Mensen dachten vroeger negatief over hem omdat ze werden misleid door propaganda, maar na het zien van Zomergasten stelden ze hun mening bij, wat getuigt van een ‘openheid van geest die ooit zo typerend was voor Nederland’. Dit alles ‘in tegenstelling tot veel opiniemakers, die vaak niet in staat zijn om een positie aan te passen of om objectief te zijn’. Het wordt nog erger wanneer hij op neerbuigende toon over Thomas Erdbrink schrijft:

Een gevolg hiervan is hoe Thomas Erdbrink werd aangepakt door het publiek, omdat men de indruk had dat hij beledigend en agressief was. Het is waar dat Erdbrink mij heeft geïnterviewd alsof het Oog in Oog en niet Zomergasten was. En het is ook waar dat hij niet over de kalmte en ervaring beschikt die dit soort interviews vereist, waardoor hij vaak uit de bocht vloog en de indruk gaf dat hij van slechte wil was. Maar ik geloof dat ik juist daardoor veel vooroordelen en stereotypen kon ontkrachten. Op een bepaalde manier geloof ik dat Erdbrink zijn entree in de show voor mijn bestwil heeft opgeofferd. Hij zorgde voor het perfecte contrast dat mijn ware standpunten en aard duidelijk maakte.

Ik weet niet door welk publiek hij ‘aangepakt’ werd, maar feit is dat er altijd massaal wordt geklaagd over de Zomergasten presentator. Het is echter ongebruikelijk dat een gast zich naderhand negatief uitlaat over de presentator en daarbij ‘het publiek’ als dekmantel gebruikt van waarachter wordt uitgehaald naar het vermeende gebrek aan professionaliteit en ervaring. Het is ook laag bij de gronds dat op deze verkapte manier te doen zonder dat Erdbrink zich daartegen kan verdedigen. Ook Erdbrink heeft een column, en ook hij kwam terug op Zomergasten, maar in tegenstelling tot Abou Jahjah hield hij de toon luchtig en bescheiden en haalde naar niemand anders uit. Alleen zijn eigen fouten kwamen aan de orde. Zo hoort het. De combinatie van eigendunk en kritiek in dit artikel is tenenkrommend, en ik hoop van harte dat Abou Jahjah wat hij al aan goodwill mag hebben opgebouwd door zijn dubbele tong bij Zomergasten, nu weer kwijt is. Dus in dat opzicht is dit eigenlijk wel een goed artikel. Op een bepaalde manier heeft de NRC wellicht haar goede naam voor de bestwil van Jahjah’s tegenstanders opgeofferd. Dit artikel zorgt voor het perfecte contrast dat zijn ware aard duidelijk maakt.

 

Mossad

Daarna volgden in NRC een serie artikelen over een vermeend nieuw schandaal dat men op het spoor is. Ongehinderd door de journalistieke principes van hoor en wederhoor, het checken van feiten bij van elkaar onafhankelijke bronnen en de scheiding van feit en mening, werd het verhaal opgetekend van de Nederlands-Jordaanse mensenrechtenactiviste Nada Kiswanson, die naar eigen zeggen door de Mossad wordt bedreigd en geïntimideerd, omdat zij belastend materiaal verzamelt voor een vooronderzoek van het Internationaal Strafhof naar Israelische oorlogsmisdaden. De krant toont nergens bewijzen, men lijkt haar op haar woord te geloven. Zij doet dit onderzoek in opdracht van de radikale pro-BDS organisatie Al Haq, die eerder Nederlandse bedrijven voor de rechter probeerde te krijgen omdat zij met Israel zaken doen. Al Haq noemt Palestijns geweld legitiem verzet, is tegen het vredesproces (dit is ‘een stok op de Palestijnen mee te slaan’) en Al Haq directeur Sjawan Jabarin was in de jaren ’80 actief in de terreurgroep PFLP, waar hij volgens de Shin Beth nog steeds bij betrokken is. Hij is in Israel meermaals veroordeeld, o.a. voor het opzetten van trainingsprogramma’s voor PFLP strijders, en kreeg vanwege zijn kontakten met terroristen van zowel Israel als Jordanië jarenlang geen in- en uitreisvisa. NRC meldt echter slechts dat Al Haq een mensenrechtenorganisatie is ‘met een uitstekende reputatie’, waarna de toekenning van de Geuzenpenning in 2009 wordt vermeld. De krant hekelt vervolgens Israels strijd tegen Al Haq, die wordt neergezet als het tegenwerken en vernederen van mensenrechtenactivisten.

NRC geeft zoals gezegd geen enkel bewijs voor de aanname dat de Mossad achter de bedreigingen zit. Een niet te traceren telefoontje dat zogenaamd van Volksgezondheid komt, is genoeg voor Kiswanson om te concluderen dat ‘haar ergste vermoedens worden bevestigd: Israël zit hierachter. „Wie anders heeft er belang bij dat ik mijn werkzaamheden neerleg? En wie kan een nummer uit de logboeken van het Nederlandse telefoonnet laten verdwijnen?” De politie zou dit een hele plausibele redenering vinden, krijgt Kiswanson te horen van verschillende agenten (NRC zelf is blijkbaar niet even gaan informeren), want ‘De dreigementen lijken veel te geavanceerd voor een particulier. Hier moet een grote organisatie achter te zitten’. Daarop vertelt de NRC hoe professioneel en geraffineerd de Mossad is, met spionageacties en liquidaties op Europees grondgebied en zelfs een speciale eenheid ‘die informatie verzamelt over organisaties die volgens Israël de reputatie van het land kunnen schaden’. Bewijs geleverd, blijkbaar.

Het komt allemaal nogal complottheorie-achtig over. Al Haq heeft Israel in het verleden al vaker van absurde zaken beschuldigd, en het is een gebruikelijke bezigheid van veel Arabische organisaties en politici om Israel (of ‘zionisten’) van allerlei de schuld te geven. De NRC had daar niet zo kritiekloos in mee mogen gaan. De bedreigingen zijn erg genoeg, maar wie of wat daar achter zit is een ander verhaal en lijkt vooralsnog onduidelijk. Men had eventueel verschillende mogelijkheden kunnen geven, of zelf met een onafhankelijk iemand kunnen praten. Zo heb ik op pro-Israelische media gelezen dat Al Haq bij de Palestijnse Autoriteit en Hamas ook niet echt lekker ligt, terwijl weer anderen opperden dat als de Mossad een probleem met je heeft, men dat wel anders aanpakt. En was het risico dat het naar buiten zou komen sowieso niet te groot geweest voor de Mossad? Op alles wat Israel doet ligt immers een vergrootglas. Weegt de mogelijke winst van het stoppen van Kiswanson met het leveren van info voor een vooronderzoek (dat volgens insiders weinig kans zou maken om tot een echte aanklacht te leiden) op tegen het risico op negatieve publiciteit? Dat betwijfel ik.

Liefst 4 artikelen zijn aan de kwestie gewijd, inclusief een eigen hoofdcommentaar, een interview met de griffier van het Internationaal Strafhof en een artikel van de ombudsman. De ombudsman van NRC, die zich in het verleden weleens mild-kritisch uitliet over bijvoorbeeld de overdreven aandacht voor de ‘heel erg goede’ lobbyclub het CIDI, grossiert dit keer in nietszeggendheid. Het artikel gaat bijna uitsluitend over het gebruik van een gefingeerde naam voor de bedreiger van Kiswanson, wat tegen het NRC Stijlboek indruist. Verder meldt hij slechts:

‘Het relaas van Kiswanson is waar mogelijk gecheckt, dát zij wordt gestalkt (maar niet door wie) wordt ondersteund door documenten, inclusief de „glimmende brochure” die volgens haar in haar buurt was verspreid en waarin zij als een moslim-knuffelaar wordt neergezet. Die had de krant er wat mij betreft ook (deels) bij kunnen laten zien.’

Daaruit kunnen we dus concluderen dat de NRC meer bewijzen had moeten tonen en niet zomaar mocht meegaan in Kiswansons conclusie dat de Mossad hier wel achter moet zitten, maar dat zegt hij niet en hij zal de redactie daar dus ook wel niet op hebben aangesproken. Verschillende andere media, waaronder de NOS en RTL, namen het nieuws over, inclusief de aantijgingen richting de Mossad.

(Zie ook deel 2.)

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen