zaterdag 19 maart 2016

De vergeten oorlog in Jemen (IMO)

 

De vernieling na een bombardement in september jl.

Er zijn nauwelijks recente foto’s te vinden op internet.

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/03/19/vergeten-oorlog-jemen/  

= IMO Blog = 

Afgelopen week vielen bij bombardementen in Jemen meer dan 40 doden en 75 gewonden. Ik las erover omdat iemand me erop wees en een link stuurde naar een Engelstalig nieuwsbericht erover. Na even googelen bleek er ook op een paar Nederlandstalige nieuwssites een kort berichtje over te staan. In de papieren Volkskrant kon ik de afgelopen dagen er niks over vinden, en ook het NOS Journaal had andere prioriteiten.

Op donderdagavond verscheen op verschillende sites het ANP bericht dat er veel meer doden zijn gevallen, namelijk 116:

Door de luchtaanvallen op een markt in Jemen zijn dinsdag veel meer doden gevallen dan de 41 die eerder bekend werden. Volgens een provinciale chef van de gezondheidsdienst en een VN-functionaris vonden 116 mensen de dood door de aanvallen in Mustaba in de provincie Haja en raakten 47 mensen gewond.

De Volkskrant meldt het geweld in Jemen nu wel en spreekt zelfs van 119 doden. Men schrijft dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties Saoedi-Arabië heeft beschuldigd van internationale misdrijven in Jemen. Men schrijft ook dat de VN woensdag het gebied heeft bezocht om de zaak te onderzoeken, en linkt door naar nog twee aanvullende artikelen erover (van december), waarvan eentje als lead heeft dat de oorlog in Jemen compleet wordt overschaduwd door die in Syrië.

De BBC meldde dat er het afgelopen jaar ruim 6000 doden zijn gevallen sinds een aantal landen onder leiding van Saoedi-Arabië een jaar geleden een militaire campagne startte om de Houthi rebellen te verslaan. Afgelopen maand zouden 168 burgerdoden zijn gevallen, merendeels als gevolg van bombardementen. Een bloedige oorlog dus, waarbij je, om het voorzichtig uit te drukken, vragen kunt stellen bij de legitimiteit van de Saoedische bombardementen die zoveel burgerslachtoffers maken.

Maar die vragen worden niet gesteld, of althans niet opgepikt door de media, en voor de vele bombardementen was nauwelijks aandacht. Ik heb niemand het afgelopen jaar in wanhoop horen uitroepen dat het eens afgelopen moet zijn met het bombarderen van zoveel onschuldige burgers in Jemen, dat we misschien Saoedi-Arabië eens moeten aanspreken en misschien ook met sancties dreigen. Er waren geen demonstraties, geen boze brieven of stukken op Joop. Er waren ook geen ‘inspectieteams’ die bij de tankstations stonden om de olie te inspecteren. Dat komt onder andere omdat we geen bloederige beelden zagen tijdens de avonddis en geen reportages zagen met verhalen als deze:

“The scene was terrifying,” witness Showei Hamoud told the Associated Press by telephone after Tuesday’s attack. “Blood and body parts everywhere.”

“People collected the torn limbs in bags and blankets,” he said, adding that many of the dead were children who worked at market stalls or carried goods.

En dat komt weer omdat de NOS (en RTL, en andere media) er geen correspondent heeft zitten, die met die getuigen praat, en geen cameraman, die de wanhopige mensen en de enorme ravage kan filmen. Voor het hele Midden-Oosten, een gebied groter dan de EU, is er één correspondent, en die heeft zijn handen vol aan Syrië. Nou ja, uitgezonderd een klein land, dat vanuit Syrië overigens nog wel te bereizen is, maar waarvoor er een aparte correspondente is die met grote regelmaat vertelt hoe vreselijk het is wat dit land allemaal doet. Een democratisch land, een land met goede beveiliging en goede leefomstandigheden, kortom een land waar je veilig bent en er een westerse levensstijl op na kunt houden.

Aandacht

Dat we vanuit Israel zoveel nieuws en reportages krijgen is omdat het daar relatief gezien zo veilig is. Ik heb ooit gelezen dat het een populair land is voor journalisten en ontwikkelingswerkers om stage te lopen: behoorlijk veilig en westers en toch ook een echt oorlogsgebied dat je de bijbehorende status geeft. Nergens lopen zoveel buitenlandse journalisten, hulpverleners, vredesactivisten en ontwikkelingswerkers rond en over geen land wordt zo veelvuldig zo negatief geschreven. Natuurlijk zijn er ook andere redenen, zoals schuldgevoelens tegenover de Palestijnen en/of de Joden, het feit dat we het moeilijk kunnen begrijpen dat de slachtoffers van toen nu zelf ook rottigheid uithalen en macht uitoefenen ze goed afgaat, en de hoge eisen die we aan Israel stellen.

RTL weet een half jaar geleden een stukje aan de vraag waarom er zo weinig aandacht is voor Jemen:

Het is één van de bloedigste conflicten van dit moment: nergens ter wereld zijn er dit jaar meer slachtoffers door bombardementen gevallen dan in Jemen. Zelfs niet in Syrië of Irak. En toch hoor je er bijna niets over: vier vragen over de vergeten oorlog in Jemen.

Op de vraag waarom we er niks over horen antwoordt men eerlijk:

Jemen is zó gevaarlijk dat het voor journalisten, fotografen en cameramensen lastig is hun werk te doen. Omdat Jemen al een hele tijd geen sterke regering meer heeft hebben terroristische organisaties als Al Qaeda er vrij spel. Ontvoeringen zijn aan de orde van de dag. Tel daar de bombardementen en gevechten tussen de rebellen en het regeringsleger bij op en je begrijpt dat je daar niet zomaar heen kan om reportages te maken. Beelden die binnenkomen via persbureaus zijn vaak niet goed genoeg om een verhaal neer te kunnen zetten. Daarnaast ligt de oorlog in Jemen binnen de internationale gemeenschap wat gevoelig: sommige landen willen Saudi-Arabië te vriend houden, of juist Iran niet tegen zich in het harnas jagen. Verwacht daarom geen verontwaardigde reacties van regeringsleiders. Kortom: de oorlog in Jemen is geen mediagenieke oorlog.

Men meldt ook nog dat Nederland de VN had gevraagd een missie naar Jemen te sturen om oorlogsmisdaden in kaart te brengen. Volgens mensenrechten organisaties worden er aan beide kanten oorlogsmisdaden gepleegd en volgens Human Rights Watch wordt bij de bombardementen op grote schaal clustermunitie ingezet. Saoedi-Arabië is tegen een onderzoek, en dus neem ik aan dat het er niet is gekomen. Men eindigt met de opmerking dat de 38 burgerdoden die vielen toen een bom insloeg op een bruiloft, het RTL nieuwsbulletin niet hadden gehaald: er waren immers geen beelden van.

Gevaarlijke gebieden

Klinkt allemaal heel eerlijk en oprecht, maar de vraag is dan wel wat media eraan kunnen doen om ons toch over belangrijke zaken te informeren. Vaker dit soort artikelen schrijven misschien, of de nieuwslezer laten vertellen over de bombardementen waarna een verslaggever op tv eerlijk zegt dat er helaas geen beelden zijn maar men ons dit nieuws toch niet wilde onthouden? Misschien ook wat meer uitleg over dit bij velen onbekende conflict? Opvallend ook dat er in andere gevaarlijke gebieden zoals delen van Syrië wel verslaggevers zijn en cameramensen, die er met gevaar voor eigen leven proberen vast te leggen wat er gebeurt. Zoals RTL ook toegeeft: deze oorlog ligt gevoelig omdat Saoedi-Arabië en Iran erin tegenover elkaar staan en die willen velen toch te vriend houden. Vooral SA, onze grote olieleverancier waar de VS miljarden inpompen om de Koninklijke familie in het zadel te houden. Jammer dat al die vredes- en mensenrechtenactivisten zoiets niet meer en feller aan de kaak stellen. Waar blijft nogmaals de verontwaardiging van het linkse en ‘verschillige’ Joop, dat er altijd als de kippen bij is om Israel negatief neer te zetten?

Kort na de vreselijke aanslagen in Parijs was er ook al aandacht voor de grote kloof tussen wat media zien als ‘dichtbij’ en wat als verder weg (zie ook mijn blog daarover). Een grote aanslag in Beiroet met 48 doden was een kort berichtje van een halve minuut, over Parijs ging het een week lang een (groot) deel van alle journaals en in de kranten. Een aanslag in Liberia met eveneens tientallen doden was helemaal de moeite van het vermelden niet waard. Uit protest tegen het eenzijdige meeleven met Parijs kwam ik op Facebook profielfoto’s tegen met allerhande vlaggen.

Marcel Gelauff zei er kort iets over in reactie op mijn open brief:

Onze journalistieke selectie van het nieuws over Israël wordt altijd bepaald door relevantie voor ons publiek maar ook door het overige nieuws. Iets wat vandaag nieuws is of een kort bericht, komt misschien morgen helemaal niet aan de orde door ander aanbod of juist uitgebreid, omdat we een achtergrond willen schetsen. 

‘Relevantie voor het publiek’, is dat een nette manier om te zeggen dat men brengt wat de mensen het liefst zien? Ze zien graag hun beeld bevestigd dat Israel zich weer eens misdraagt, ze willen natuurlijk alles weten van een grote aanslag in hun favoriete weekendje-weg stad en vakantieland, ze willen iets van het conflict in Syrië snappen omdat we worden overspoeld met vluchtelingen uit dat land, en wat gekke en enge mensen in Jemen of Liberia doen, dat interesseert ze geen hol. Het is ver weg in een achtergebleven regio waar we ons verder weinig bij kunnen voorstellen. Dat het overige nieuws beïnvloedt wat de selectie haalt snap ik wel, maar nu zie je vaak dat er wel uitgebreid aandacht is voor flut items zoals terrasweer, hoeveel er de afgelopen maand is gewinkeld, hoeveel mensen gaan skiën of de redding van een zeehond (ook dat zijn onderwerpen die ‘het publiek’ aanspreken, zoals blijkt uit het succes van programma’s waarin dergelijk luchtig nieuws centraal staat), terwijl zware aanslagen of politiek nieuws uit derde wereldlanden wordt genegeerd.

Gekrompen

Onze wereld is wat betreft de tv journaals sinds het beeld zo allesbepalend is geworden behoorlijk gekrompen. Het lijkt tegenstrijdig: hoe meer beeld we hebben, hoe makkelijker correspondenten de wereld over kunnen reizen, hoe minder aandacht voor conflicten ver weg en hoe minder achtergronden. En de achtergronden die worden gegeven zijn vaak van een bedroevend laag niveau, alsof je naar het jeugdjournaal kijkt. De kranten zijn wat dat betreft een stuk beter, en hebben ook ruimte om meer verschillende onderwerpen te behandelen. Maar juist de invloed van tv journaals is groot, de beelden zijn soms indringend en roepen veel emoties op. Daarbij is de NOS publieke omroep en heeft daarom een extra verantwoordelijkheid om goed en evenwichtig te berichten. Rekening houden met het publiek is één ding, maar dit mag niet leiden tot zelfcensuur omdat men verwacht dat bepaalde zaken bij een deel van dat publiek minder lekker liggen.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen