woensdag 15 april 2015

Tegen de stroom in (Alfred Muller)

 

Er wordt veel haat en aversie geuit via de sociale media, zo schrijft Alfred Muller hieronder. Mij viel die vooral op, al jaren, in reacties op nieuwsberichten en opiniestukken van allerlei krantensites en dergelijke. Op Facebook zie ik gelukkig ook juist verzoenende initiatieven, zoals Israel Loves Palestine en Palestine Loves Israel, of Face the Bridge. Zelf proberen we met MidEastWeb for Coexistence ook een steentje bij te dragen.

 

De nieuwe Israelische president Rivlin is een curieus geval: hij zet zich overtuigd in voor verzoening tussen Joden en Arabieren, maar anders dan zijn voorganger Peres is hij voor de nederzettingen, tegen een Palestijnse staat en voor een soort één-staat-oplossing, ‘desnoods’ met staatsburgerschap voor de Palestijnen op de Westoever. Misschien staat hij daarmee verder dan Peres af van het verklaarde beleid van Netanyahu, maar dichterbij het feitelijke beleid...

 

Wouter

___________

 

President Reuven Rivlin legt een krans in Kafr Qasim. Foto: GPO.

Alle keren waren we thuis toen de afgelopen zomer de sirenes loeiden. De anderhalve minuut die we hadden om het trapportaal aan de binnenkant van de flat te bereiken, bleek ruim voldoende. Wij en onze buren waren erop voorbereid de dreun van een raketinslag te horen, maar we hoorden geen dreun. Het was geen gemakkelijke tijd, maar we beseften dat het in de Gazastrook zelf vele malen erger was toen Hamas en Israël in juli en augustus oorlog voerden. Hamas bestookte Israël met duizenden raketten, het leger probeerde daar een einde aan te maken.

De Gazaoorlog was niet het enige wat leidde tot een moeilijke zomer en najaar. Allerlei ontwikkelingen werkten eraan mee dat de verhoudingen tussen Joden en Arabieren op scherp kwamen te staan. In maart 2014 liepen de door Washington gesponsorde vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen vast. Drie Israëlische jongens en een Palestijnse jongen werden ontvoerd en gruwelijk vermoord. Radicale Palestijnse leiders zetten aan tot haat en sommige Israëlische politici scherpten het negatieve beeld dat burgers al hebben van de andere kant verder aan in de hoop op verkiezingswinst. Dat rechtse Knessetleden spraken over de wens de status quo op de Tempelberg te veranderen, veroorzaakte eveneens grote onrust onder moslims.

Wat zorg veroorzaakte onder de Arabieren in Israël was het wetsvoorstel ‘Israël als de natiestaat van het Joodse volk’, dat de regering Netanyahu wil doorvoeren. Tallozen spraken hun oppositie uit tegen deze wet, waaronder de Israëlische president Reuven Rivlin. Israël is namelijk al een Joodse én democratische staat. Velen vrezen dat het democratisch gehalte van de staat door deze wet zal inboeten. Het voorstel stelt ondermeer dat de rechterlijke macht de Joodse traditie kan gebruiken als bron van inspiratie.

Maar waarschijnlijk heeft niets zo bijgedragen aan het negatieve beeld dat Israëliërs en Palestijnen van elkaar hebben dan uitingen in de sociale media. Israëliërs, Palestijnen en ja, ook buitenlanders, etaleerden daar hun haatgevoelens jegens Palestijnen dan wel Israëliërs. Ook allerlei gelovigen in Jezus Messias deden daar aan mee. Ze lieten zich meeslepen door de wereld.

Tegenstemmen

Maar gelukkig waren er ook tegenstemmen. De meest vooraanstaande persoon die zich uitsprak tegen de golf van haat en racisme was Israëls president Reuven Rivlin. Hij staat aan de rechterkant van het politieke spectrum. Hij is tegen de oprichting van een Palestijnse staat naast Israël en zou in het kader van een vredesoplossing de Palestijnen het staatsburgerschap willen geven. Nadat de Knesset hem in juli vorig jaar tot staatshoofd had gekozen zei hij dat “terrorisme gevaarlijk is, maar een sfeer van aanzetting tot haat niet minder gevaarlijk is.” Hij riep het land op daartegen in verzet te komen.

Zelf deed hij zijn best relaties te verbeteren. Op 26 oktober bracht hij een bezoek aan Kafr Qasim. Op die dag herdenken de Arabieren dat de grenspolitie in 1956 49 mannen, vrouwen en kinderen doodschoot. Dat was omdat ze een uitgaansverbod hadden overtreden. Maar daarvan hadden zij niet gehoord omdat ze op het land werkten. Rivlins oom Avraham Shapira werkte in 1957 aan een sulha. Zo’n ceremonie beoogt de relaties tussen beide groepen te verbeteren.

“De Joodse en Arabische gemeenschappen kunnen niet net doen of de andere zijde niet bestaat”, hield Rivlin zijn gehoor voor. “We kunnen niet hopen dat de andere zijde verdwijnt, als we het gordijn dichtdoen.”

De 75-jarige politicus zei ook dat Joden en Arabieren gezamenlijk de verantwoording moeten nemen voor de toekomst. “De relatie tussen ons kan veranderen van een bron van frictie in een bron van kracht  en in een symbool van het vermogen van Joden en Arabieren, de kinderen van Abraham, Izak en Ishmael, om samen te leven.”

Brandstichting

Niet iedereen kon zijn vreedzame visie delen. In de late uren van 29 november staken rechtsradicalen de Jeruzalemse Max Rayne Hand in Hand school in brand. De vijf Hand in Hand scholen in Israël hebben zowel Joodse als Arabische leerlingen en leerkrachten. Ze bieden lessen in beide talen en besteden aandacht aan de Joodse, christelijke en islamitische feestdagen.

Op een van de muren schilderden de vandalen de kreten ‘Kahane had gelijk’ en ‘Er is geen coëxistentie met kanker’. Rabbijn Meir Kahane was voorstander van etnische zuivering van Arabieren. De Knesset verbood in 1994 zijn Kachpartij.

Na de brand arresteerde de politie een aantal activisten van de groep Lehava (‘vlam’), die in de voetstappen van Kahane wensen te treden. Defensieminister Moshe Ya’alon vroeg het juridisch departement van het kabinet te kijken of Lehava tot een terreurorganisatie uitgeroepen kan worden.

De vlammen verwoestten twee lokalen. Het kostte de school twee weken om de ruimtes weer op te knappen. De kinderen konden echter worden ondergebracht in andere leslokalen. Ook president Rivlin stelde zijn presidentiële ambtswoning een dag voor hen open.

Al voor de brandstichting kalkten rechtsradicalen twee keer racistische leuzen op het schoolgebouw. “De kinderen voelden zich bedreigd”, zegt mediacontact Gaby Goldman. “Ouders en supporters in de wijk brachten ’s morgens de kinderen naar school.”

Na de brandstichting toonden velen support. “De hoeveelheid reacties verbaasde ons. We hadden nooit verwacht dat duizenden ons brieven en emails zouden zenden of deel zouden nemen aan protesten. Dit gaf ons nieuw vertrouwen. We voelden ons echt bemoedigd.”

De Hand in Hand school gaat dus stug door. Andere landen kunnen hun voordeel hebben van wat de betrokkenen in de afgelopen 15 jaar hebben geleerd. Goldman benadrukt dat haar conclusie niet alleen rust op praktijkervaring, maar ook op uitgebreid wetenschappelijke onderzoek. “Kinderen die een tijd doorbrengen in een tweetalige school, zijn zich beter bewust van het bestaan van de andere groep”, zegt ze. “Ze zijn het misschien niet altijd met de ander eens, maar ze weten wel dat ze ermee kunnen praten. En dat ze de ander dus niet hoeven uit te sluiten. Als ze weten dat ze er een relatie mee op kunnen bouwen, dan vormt dat de basis voor meer tolerantie en minder racisme.”

- Lees verder op de website van Alfred Muller.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen