dinsdag 9 september 2014

NRC ziet veel dwarsverbanden CIDI met politiek (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2014/09/09/nrc-ziet-veel-dwarsverbanden-cidi-met-politiek/  

= IMO Blog =   

In het NRC artikel over de ‘héle goede lobbyclub’ CIDI werd op 18 augustus uit de doeken gedaan hoe het CIDI politiek en media handig zou weten te bespelen. In een laatste reactie van mij komen de innige banden met politici aan bod.

De goede kontakten van het CIDI met de VVD worden in het artikel breed uitgemeten, en de persoonlijke banden tussen enkele personen komen uitgebreid aan bod:

De partij spreekt bijna dagelijks met aan het CIDI gelieerde personen. „We zien elkaar in de wandelgangen of in de kroeg”, aldus een VVD’er. Ten Broeke ziet er geen probleem in. „Het CIDI is nuttig, deskundig en heel evenwichtig”, zegt hij.

En weer bekruipt je het gevoel dat men het wel erg dik aan zet. Poehpoeh, een lobbyorganisatie die goede banden heeft met enkele Kamerleden, veel gekker moet het niet worden. Men ziet elkaar zowaar in de wandelgangen of in de kroeg!

Ook bij andere partijen zijn er dwarsverbanden. Oprichter van de CIDI-jongerenorganisatie was Simone Kukenheim. Zij werd hierna beleidsmedewerker van D66-leider Pechtold en is nu wethouder in Amsterdam. Voormalig ChristenUnie-jongeren-voorzitter IJmert Muilwijk en oud-Tweede Kamerlid voor het CDA Henk de Haan zitten in een andere, aan het CIDI gelieerde organisatie: het Iran Comité.

Wederom: heftig. Kukenheim heeft op Pechtold of het beleid van D66 niet veel invloed kunnen uitoefenen tot nu toe, want dat wordt alleen maar Israel kritischer, en Pechtold wilde niet eens de CIDI-petitie tegen Jodenhaat tekenen. Ik heb ook niet de indruk dat zij haar wethouderschap inzet ten gunste van de zionistische zaak. Dat mensen die bij het CIDI hebben gewerkt later de politiek ingaan of andere maatschappelijk relevante functies bekleden, lijkt mij niet vreemd; het ligt zelfs redelijk voor de hand, zoals veel mensen uit GroenLinks later bij milieu- of derde wereldorganisaties belanden en vice versa, en mensen uit de VVD bij bedrijven of ondernemerslobbies. Er zijn talloze dwarsverbanden tussen politiek en maatschappelijke- en lobbyclubs. De banden tussen Milieudefensie en GroenLinks zijn behoorlijk nauw, en die tussen GroenLinks en de pro-Palestina beweging evenzeer.

Politici laten zich graag informeren door organisaties in het veld die deskundig zijn op een bepaald terrein, ook als die voor een bepaald belang opkomen. Daar is niks mis mee, zolang men zich niet uitsluitend baseert op deze informatie en zich bewust is van de kleur. Ik denk dat Han ten Broeke dondersgoed weet wat het CIDI voor club is, en zijn onafhankelijkheid prima weet te bewaren. Maar dit artikel suggereert van niet. Een tip: zoom voor een volgend artikel eens in op de relatie tussen GroenLinks en het Palestina Komitee. Of de politieke en maatschappelijke banden van diverse leden van The Rights Forum en hun invloed op het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Van het Iran Comité hebben we overigens al een tijd niks meer mogen vernemen. Ik heb nog nooit iemand van het Iran Comité bij Nieuwsuur of een andere veel bekeken TV programma gezien. Ik herinner me ook geen opiniestukken in de krant. Ik vraag mij dan ook af of het lidmaatschap van deze club een groot wapenfeit is op het cv van de heren Muilwijk en De Haan.

Ook een partijleider uit de Tweede Kamer die anoniem wil blijven kwam in aanvaring met het CIDI. In een speciaal aangevraagd gesprek met de ambassadeur van Israël en een medewerker van het CIDI werd deze partijleider aangesproken op de Israël-kritische houding van zijn fractie, stelt een partijgenoot.

Esther Voet ziet geen problemen. Volgens haar is het CIDI geen lobbyclub. „Wij nemen mensen niet mee op dure reisjes en gaan niet met ze uit eten, zoals veel lobbyisten doen. Er wordt geen politicus door het CIDI gefêteerd.” Wat is het CIDI dan wel? Voet: „Een belangenorganisatie.”

Wat is er erg aan het feit dat een partijleider wordt aangesproken op een bijzonder negatieve houding tegenover Israel? Het wordt wederom gebracht als zeer dubieuze zaak, vooral ook met dat ‘Esther Voet ziet geen problemen’. Het is een feit dat met name de linkse partijen behoorlijk eenzijdige standpunten innemen, en zich in hun informatie vooral op (pro)Palestijnse bronnen baseren. Het lijkt me erg goed dat het CIDI dat in de gaten houdt, en politici daarop aanspreekt. Sterker nog, dit lijkt me een van haar kerntaken. Ik denk dat de pro-Palestina lobby precies hetzelfde doet: politici en bedrijven bestoken die naar hun mening niet Israel kritisch genoeg zijn. Ook dat is hun goed recht. Zo werkt de democratie. Het wordt pas problematisch wanneer partijleiders of de top van het bedrijfsleven op dure etentjes en snoepreisjes worden getrakteerd, waar dan natuurlijk wel wat tegenover staat. Dat is overduidelijk niet de werkwijze van het CIDI.

Het NRC artikel ademt een sfeer van dat men iets op het spoor is dat niet in de haak is, dat er licht geworpen moet worden op iets dat het daglicht niet helemaal verdraagt. Daarbij ontbreekt iedere context: niet alleen over hoe belangenorganisaties en lobbyclubs in het algemeen werken (nog een stuk agressiever dan het CIDI en vooral met veel meer budget), maar vooral ook over het succes en de assertiviteit van de pro-Palestina lobby en het anti-Israel klimaat in het algemeen.

Het CIDI moet opboksen tegen een steeds vijandiger wordende publieke opinie en mediaklimaat. De inleiding bij het artikel luidt: ‘Kritiek op Israël? Dan verschijnt het Centrum Informatie en Documentatie Israël al snel in beeld. Hoe werkt de lobby en hoe effectief is die?’ Dat is nogal misleidend. Het CIDI (7,5 fte zoals het NRC zelf meldt) kan natuurlijk onmogelijk steeds ‘in beeld komen’ wanneer er weer ergens een anti-Israel artikel verschijnt of activiteit plaatsvindt. Meestal is er geen CIDI te bekennen; ze zijn al lang nagenoeg verdwenen uit de krantenkolommen van de grote kranten.

Het zou interessant zijn een artikel te wijden aan het veranderende klimaat rond en perceptie van Israel en het conflict met de Palestijnen en de Arabische landen. Daarin kan het CIDI als voorbeeld dienen. Het zou boeiend zijn iets te lezen over de zaken waarmee zij zich in de jaren ’70 en ’80 bezig hield, haar bekendheid en hoe publiek en politiek tegen het CIDI aankeken. Het zou interessant zijn over de worsteling van het CIDI met bepaalde zaken in Israel te lezen. Zo laat men duidelijk merken niet achter het nederzettingenbeleid te staan. Ook op het vastzetten van minderjarige niet-veroordeelde Palestijnen is felle kritiek. Toch geldt het CIDI in de publieke opinie als ultra zionistisch en nationalistisch. Dat is mede het gevolg van een op hol geslagen mediaklimaat waarin alles wat pro-Israel is bij voorbaat verdacht lijkt. In dit klimaat kom je met 7,5 fte en 600.000 euro niet ver.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen