donderdag 30 januari 2014

Motie tegen besluit Vitens geen meerderheid in provincies (IPI)

 
Vitens
 

Rol van Buitenlandse Zaken is nog steeds niet duidelijk

- door Tjalling - 

Begin december 2013 maakte het waterleidingbedrijf Vitens bekend de onlangs gestarte samenwerking met het Israëlische waterleidingbedrijf Mekorot weer te beëindigen. Vitens zegt dat te hebben besloten na overleg met het onder meer het ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar BuZa stelt in dat overleg alleen het Nederlandse beleid te hebben uitgelegd. Het besluit van Vitens is niet alleen onjuist, het is ook moeilijk te begrijpen. Het waterbedrijf heeft immers de publieke taak om voor schoon water en een goede riolering te zorgen, al dan niet in samenwerking met bedrijven elders. Veel provincies en gemeenten (de aandeelhouders van Vitens) waren dan ook ongelukkig getroffen door dit bericht.

Toelichting aan aandeelhouders

Directie aanleiding voor de beslissing was het afgelaste bezoek van minister Ploumen aan Mekorot tijdens de handelsmissie van Nederlandse bewindslieden aan Israël en de Palestijnse gebieden enkele dagen eerder. In een schriftelijke toelichting aan de aandeelhouders legden de raad van commissarissen en de directie van Vitens uit, waarom men dit besluit heeft genomen. Mekorot zou als verlengstuk dienen van de nederzettingenpolitiek van de Israëlische regering. Daarbij werd gerefereerd aan onder meer een recent onderzoeksrapport van de Verenigde Naties waarin Mekorot ervan wordt beschuldigd 'grondwater op te pompen uit Palestijns gebied en dit te gebruiken voor de nederzettingen en Israël'. De media-aandacht en het politieke debat dat daarop volgde, zorgden ervoor dat de samenwerking tussen Vitens en Mekorot, in de media en de politiek, onder een vergrootglas belandde.

Het is heel jammer en ook onjuist dat Vitens zich baseert op de bevindingen van een eenzijdig onderzoeksrapport van de VN Mensenrechtenraad, die notoir anti-Israël is. Vitens werkt ook samen met de waterschap autoriteiten in de door Hamas bestuurde Gazastrook en Hamas schendt zeker de mensenrechten. Maar daar is de VN Mensenrechtenraad niet ontvankelijk voor. De VN kiest vrijwel continu eenzijdig partij tegen Israël en neemt Palestijnse beschuldigingen vaak klakkeloos over. Saillant detail is dat het VN-rapport al in februari 2013 is uitgebracht, terwijl Vitens de beslissing pas in december nam. Het lijkt erop dat deze manoeuvre is voortgevloeid uit de angst voor imagoschade, en daarbij kon het VN rapport alsnog goed van pas komen.

Buitenlandse Zaken

Het ministerie heeft de afgelopen maanden voor flinke verwarring gezorgd. Sinds 2006 hanteert men ten opzichte van Israëlische activiteiten in de Palestijnse gebieden een 'ontmoedigingsbeleid'. Dit betekent dat Nederlandse bedrijven actief worden ontmoedigd om te investeren in of mee te werken aan Israëlische projecten op de Westelijke Jordaanoever. Maar onze regering creëert met dit ontmoedigingsbeleid onduidelijkheid en tegelijk ook een sfeer waarin het voor bedrijven verdacht wordt om in Israël te investeren. Bovendien kan het beslist niet consequent worden doorgevoerd, omdat veel Israëlische bedrijven hun activiteiten praktisch gezien niet kunnen scheiden in vóór en achter de Groene Lijn. Zo ontstond door het ontmoedigingsbeleid een 'boycotsfeer', en dat was nu ook weer niet de bedoeling van BuZa. Dus dan de regels nog maar eens goed uitleggen. Volgens minister Timmermans moet het nu wel duidelijk zijn dat 'het ontmoedigingsbeleid alleen geldt voor Nederlandse bedrijven die actief zijn op de Westbank. En nee, BuZa heeft uiteraard geen invloed op beslissingen zoals bijvoorbeeld Vitens die heeft genomen'. Het komische, satirische en muzikale programma Farce Majeure, uit de jaren 70 had als vast onderdeel het item 'Wat dacht je wat', waarvan het 'meezingrefrein' was: "Ik zie het niet meer zitten, ik kan er niet meer bij. Ik kan het niet meer volgen, het hoeft niet meer van mij". Beter dan dit refrein kan de verwarring rondom het ontmoedigingsbeleid van BuZa niet onder woorden worden gebracht.

Provinciale Staten

Vitens is een overheids- en monopoliebedrijf. De aandelen van Vitens zijn in handen van gemeenten en provincies,en die kunnen invloed op het beleid uitoefenen. Uit verschillende hoeken zijn er acties ondernomen tegen het besluit van Vitens. Zo vroeg onder meer de werkgroep WAAR in een brief aan de Provinciale Staten van Flevoland, Fryslân, Gelderland, Overijssel en Utrecht, er bij Vitens op aan te dringen deze beslissing terug te draaien. De fractie van de CU in de Staten van Fryslân wilde dat die provincie druk zou uitoefenen op Vitens om de samenwerking met het Israëlische Mekorot te hervatten. Een motie hierover haalde geen meerderheid in de Fryske Steaten. Ook in de provincie Gelderland haalde een dergelijke motie geen meerderheid. De PVV-fractie in de P.S. van Overijssel diende woensdag een motie in, die werd gesteund door de coalitiepartijen CDA, VVD, ChristenUnie en SGP. Deze motie werd wel aangenomen met 28 stemmen voor en 17 stemmen tegen. Het eindresultaat is dat de meerderheid van de aandeelhouders in de verschillende provincies het niet nodig vindt om Vitens op de vingers te tikken.

Pro Palestijnse actiegroepen

Het besluit van Vitens is voortgevloeid uit de boycotsfeer die de laatste maanden jegens Israël is ontstaan. Die sfeer wordt niet alleen door BuZa maar zeker ook door de pro Palestijnse actiegroepen veroorzaakt. Met name deze organisaties lobbyen al enige jaren bij Nederlandse bedrijven om hun banden met Israël te verbreken. De bedrijven gaan vervolgens gesprekken aan met BuZa. Daarna stoppen ze de samenwerking met Israëlische bedrijven, terwijl BuZa bij hoog en laag volhoudt dat het de eigen beslissing van bedrijven is. Maar Vitens houdt vol dat ze de beslissing genomen heeft na uitvoerig te hebben gesproken met BuZa.

En zo draaien we natuurlijk in een kringetje rond. Alleen BuZa kan deze cirkel doorbreken door helder uit te spreken dat zij afstand neemt van de boycot campagnes van pro Palestijnse organisaties. Minister Timmermans zei op 20 januari in Knevel en Van den Brink alvast dat, 'Nederland meer samenwerking wil met Israëlische bedrijven, dat komt het vredesproces ten goede'. Er mag geen boycotsfeer meer zijn tegen Israël. Hopelijk hebben zijn woorden invloed, dan hoeven de bedrijven zich veel minder zorgen te maken over imagoschade. Een goed imago is immers een middel dat tegen alle kwalen helpt?!


Externe bronnen:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen