dinsdag 31 december 2013

Het Nederlandse evenwicht in Israel en Palestina (IMO)

 

 

Het Nederlandse evenwicht in Israel en Palestina

http://www.israel-palestina.info/actueel/2013/12/29/het-nederlandse-evenwicht-israel-en-palestina/  

= IMO Blog =     

Diverse media constateren een verandering in vooral de toon van het Nederlandse kabinet jegens Israel. Terwijl premier Rutte dit ontkent en graag continuïteit met zijn eerste kabinet suggereert, en Frans Timmermans zich op de vlakte houdt, is de verandering journalisten niet ontgaan. Veelal zegt men dat dit kabinet een evenwichtiger koers vaart dan het voorgaande. Men zou ‘met nadruk’ een middenkoers varen, aldus de Volkskrant op 9 december. Het artikel vervolgt:

“Men is tegen de nederzettingen, voor de grens van 1967 en voor een evenwichtige benadering. Timmermans erkent dat de toon harder is geworden. ‘Maar je kunt ook niet anders verwachten als je tijdens de onderhandelingen bouw in de nederzettingen blijft aankondigen’. Meest concreet bleek Timmermans’ inbreng zaterdag tijdens het bezoek aan de Palestijnse gebieden. Dat er een Palestijnse tak is toegevoegd aan het aanvankelijk alleen voor Israel bedoelde initiatief voor een samenwerkingsforum over handel en kennis, is vooral zijn werk. ‘Want waar Israel profiteert, moeten de Palestijnen eveneens profiteren’.”

Neutraal en nog neutraler

Nu.nl kopte met ‘Kabinet wijst op noodzaak neutraliteit Israel en Palestina’, met als onderkop: ‘De context van het conflict tussen Israel en Palestina is veranderd, waardoor een neutrale houding van Nederland extra urgent is’. Nadat Rutte in dit interview omstandig uitlegt dat er geen verandering is ten opzichte van zijn vorige kabinet, zegt hij:

“Wat ik wel mooi vind is dat we in het vorige kabinet een samenwerking wilden opzetten met de Israëli’s en dat nu Frans (Timmermans, red.) het idee heeft opgevat om het met beide partijen te doen. En dat ook de Palestijnen nu zeer geïnteresseerd zijn vind ik wel een meerwaarde van de extra accenten die we nu aan het zetten zijn”, aldus Rutte.

Het thema dat men nu ‘nog neutraler’ is dan het vorige kabinet, wordt meermaals benadrukt:

Timmermans: “Daar ben ik het mee eens. Mijn beide ambtsvoorgangers Rosenthal en Verhagen hebben heel nadrukkelijk het nederzettingenbeleid veroordeeld en de grenzen van 1967 benadrukt.” 

“Als ik dat doe krijgt dat ineens een andere dimensie, maar we zeggen hetzelfde. In het regeerakkoord staat het nu anders opgeschreven, dat trekt de aandacht. Wij kiezen nog uitdrukkelijker voor het expliciteren van de noodzaak van balans tussen de benadering van beide partijen”, aldus Timmermans.

In een ANP bericht kort na de missie naar Israel en de Palestijnse gebieden, wordt hetzelfde nog eens benadrukt:

‘Onze evenwichtige verhouding wordt hier gewaardeerd. Zo voorkomen we dat het Palestijns-Israëlisch conflict een ‘proxy-fight’ wordt in het Nederlandse kabinet’, zei Rutte. ‘Zo’n gevecht leidt tot helemaal niets, want dan is de enige vraag nog: aan welke kant sta je en dat lost hier niets op. In de Tweede Kamer lukt het misschien niet altijd en dat is ook niet erg, maar wel in het kabinet.’ De premier ontkent dat dit een andere benadering is dan die van zijn vorige kabinet toen in het regeerakkoord alleen Israël werd genoemd. ‘Ook toen streefde Nederland evenwicht na. Ik nodig bijvoorbeeld zowel Netanyahu als Abbas uit in het Catshuis. Ook toen veroordeelden we de bouw van nederzettingen’, aldus Rutte.

Het feit dat deze nog grotere neutraliteit zo benadrukt moet worden, zegt wel wat. En natuurlijk is er een verschuiving in het beleid ten aanzien van het vorige kabinet. Dat kan ook haast niet anders, met de Israel-kritische PvdA erin en het meer pro-Israelische CDA en gedoogpartner PVV eruit. Maar niemand is zo eerlijk om te zeggen dat ofwel het vorige kabinet meer pro-Israel was, of het huidige meer pro-Palestijns, of beide.

Eisen en richtlijnen

De media is het verschil wel opgevallen, en de probleempjes tijdens de missie eerder deze maand werden breed uitgemeten. De container scanner die Israel ‘weigerde in gebruik te nemen’, de geplande wandeling van Timmermans door Hebron waarbij Israel stond op begeleiding door het leger, en het afgezegde bezoek van minister Ploumen aan Mekorot, waarna Vitens besloot de kersverse samenwerking ook maar stop te zetten: het werd uitgebreid besproken waarbij vooral Israel als onwelwillend werd neergezet. Het komt mij vooral wat onhandig over. Nederland wist volgens verschillende bronnen al eerder dat Israel op deze termijn niet aan de eis zou voldoen om de export tussen Gaza en de Westoever toe te staan, maar Nederland stelde dit wel als voorwaarde. En begeleiding door het leger is niet zo vreemd in een gebied waar de situatie nog steeds gespannen is en Israel de verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid. Minister Ploumen had voordat zij de afspraak met Mekorot maakte kunnen weten dat dit bedrijf water levert aan alle Israeli’s, ook die in de nederzettingen.

Nadat Vitens de regering hierover om advies vroeg, heeft men, zo geeft men met zoveel woorden toe, geadviseerd de samenwerking stop te zetten omdat Mekorot ook over de Groene Lijn actief is. En dat laatste is in mijn ogen het duidelijkste bewijs dat er een andere wind is gaan waaien en dat men wel heel erg neutraal is geworden. Zo neutraal dat men bedrijven adviseert om geen samenwerking aan te gaan met bedrijven en instellingen die ook op een of andere manier met de nederzettingen te maken hebben. Eerder al heeft Royal Haskoning zich teruggetrokken uit een waterzuiveringsproject in Oost Jeruzalem en het lijkt een kwestie van tijd voor de volgende zich aandient. Ik heb eerder uitgelegd waarom dit zo onredelijk is: op dit moment zijn er honderdduizenden kolonisten en zij hebben recht op voorzieningen, van wegen tot schoon water tot scholen. Hun toekomst is onderwerp van de door onze regering zo uitvoerig geprezen onderhandelingen. Dus laat die lui nou hun werk doen en wacht de resultaten daarvan af.

Voor de Palestijnen gelden geen richtlijnen die samenwerking ontmoedigen zolang niet aan allerlei voorwaarden is voldaan, en dat geldt ook voor diverse Arabische staten waar het nodige mis mee is, van bezettingen tot allerhande binnenlandse mensenrechtenschendingen. Doorgaans worden handel en moraal door de zo pragmatische Nederlandse overheid netjes gescheiden. Zo handelt men gretig met Rusland en China, om vervolgens op diplomatiek niveau zijn beklag te doen over het martelen van journalisten en dissidenten en het discrimineren van homo’s. Niet erg consequent, hoor je dan weleens ter linkerzijde, maar geld gaat vaak voor de moraal. Ik zou een wat principiëler houding niet verkeerd vinden, al moet je je wel blijven afvragen wat je ermee kunt bereiken, behalve dat andere landen graag in het gat springen en je als het irritante zelfgenoegzame landje met dat wijsvingertje wordt gezien. Ik ben echter ook erg voor algemene richtlijnen wat dit betreft en niet een speciale richtlijn voor slechts één land, een land dat het beter doet qua mensenrechten dan menig ander land waar onze bedrijven graag handelen. Deze richtlijn haalt alle mooie woorden over ‘nog meer neutraliteit’ en de ‘met nadruk gevaren middenkoers’ onderuit.

Kritiek op nederzettingen

Het lijkt alweer vergeten, maar eerder dit jaar kwamen verschillende supermarkten in het nieuws omdat zij producten uit de nederzettingen zouden boycotten, en zolang men niet kon garanderen dat producten uit Israel ook echt uit Israel proper zouden komen, werden de producten geheel uit de schappen geweerd. Deze discussie kan op zijn beurt niet los worden gezien van de discussies over de etikettering van producten uit de nederzettingen. Dit zou aanvankelijk verplicht worden gesteld door de overheid maar is toen toch weer uitgesteld in afwachting van Europese wetgeving op dit gebied (ofwel van het huidige vredesoverleg). Er is daarbij al vaker gewezen op het vreemde feit dat alleen Israelische producten zo’n behandeling zouden krijgen, en producten uit de West Sahara, Tibet, Turks Cyprus en andere omstreden/bezette gebieden buiten beschouwing zouden blijven (later heeft Timmermans toegezegd ook naar de West Sahara te zullen kijken).

Hoe nadrukkelijk de middenkoers tegenwoordig wordt gevaren blijkt ook uit het feit dat bij alle mooie verklaringen over hoe belangrijk Nederland de vriendschap met beide partijen vindt, er steeds maar één wordt bekritiseerd. Steeds weer komen de nederzettingen naar voren als het grote probleem, het obstakel. In bovenstaand Volkskrant citaat worden ze genoemd, Rutte noemde ze in Nieuwsuur; concrete problemen aan Palestijnse zijde worden zelden benoemd in dergelijke algemene interviews en verklaringen. De nederzettingen zijn natuurlijk ook een probleem, want als je uitgaat van een tweestatenoplossing is het nogal onhandig als er steeds meer land dat de Palestijnen claimen door Israel wordt bebouwd. Israel loopt hiermee zelf ook vooruit op een oplossing en duwt die een bepaalde kant op. Bij grote blokken dichtbij de Groene Lijn kan ik me daarbij wat voorstellen, zeker wanneer het gaat om plaatsen die volgens alle serieuze tot nu toe gepresenteerde vredesplannen bij Israel zullen blijven. De kritiek is echter alleszins voorstelbaar, met uitzondering van wijken in Jeruzalem die een duidelijk Joods verleden hebben en je met de beste wil van de wereld niet ‘bezet’ kunt noemen.

Onthullend is echter dat de kritiek daar veelal ophoudt. Na veel aandringen gaf minister Timmermans schoorvoetend toe dat de PA, indirect met Nederlands belastinggeld, ex gevangenen met bloed aan hun handen geld betaalt en dit niet helemaal de bedoeling is (aanvankelijk had hij het nog over  hun ‘re-integratie in de samenleving’). Alleen rechtse partijen doen moeilijk over zulke zaken, over de opruiing in Palestijnse media en schoolboeken, over onverzoenlijke uitspraken van Abbas en andere leiders, de heldenstatus van hen die Israelische burgers ombrachten.

Ongelijke monniken, gelijke kappen?

Terwijl de eisen aan Israel dus veel hoger zijn dan aan de Palestijnen, en er in feite nauwelijks eisen aan de Palestijnen worden gesteld, worden de relaties op andere gebieden dwangmatig gelijkgetrokken. Israel een bilaterale overeenkomst, de Palestijnen ook. Israel een bezoek van Nederlandse bedrijven, dan eenzelfde bezoek aan de Palestijnen. Het schijnt dat op het uur is uitgeteld dat de delegatie even lang aan beide zijden van de grens verbleef. Maar beide partijen zijn natuurlijk niet gelijk. Israel is een ruim 65 jaar oude natie, een democratie en rechtstaat, die zich met veel moeite en hard werken heeft opgewerkt tot de internationale top op het gebied van technologie en medische wetenschap. Dat is voor Nederland interessant, dat zelf evenals Israel tot de top behoort op het gebied van watermanagement. De Palestijnen zijn nog volop bezig met het ontwikkelen van regeringsinstituties en totaal afhankelijk van buitenlandse hulp. Er is geen democratie en maar een zeer beperkte rechtstaat en vrijheid van meningsuiting. Het is goed dat Nederland hen met de opbouw van het land probeert te helpen, waarbij wat meer toezicht op hoe gelden worden besteed zeer welkom zou zijn.

Maar maak samenwerking met de één op een gebied waar dat beiden voordeel brengt niet afhankelijk van een project van dezelfde omvang met de ander. Daarbij vind ik het welhaast kwetsend om onze sterke band met Israel, die teruggaat tot de jaren ’50, gelijk te stellen met die met de Palestijnen. Israel heeft zich bewezen als staat, bewezen levensvatbaar te zijn en bewezen dat het de wereld wat te bieden heeft. Het staat voorop bij internationale rampenbestrijding, het heeft talloze derde wereld landen geholpen met bijvoorbeeld landbouw in droge gebieden, medicijnen etc. Dat soort zaken is helaas volledig ondergesneeuwd door de voortdurende eenzijdige aandacht voor Het Conflict en De Bezetting. Ook heden ten dage helpt Israel op medisch gebied en worden vele duizenden Palestijnen geholpen in Israelische ziekenhuizen. Nederland heeft in het verleden haar steun aan en warme gevoelens voor Israel meermaals laten blijken. Het is alsof je de betrekking met een goede, oude vriend, waarmee je van alles hebt meegemaakt, opeens gaat gelijkstellen met die van zijn kleine neefje, of nieuwe buurman. Dat vriendschappen veranderen is een gegeven, en dat Nederland zich nu anders opstelt dan in 1967 mag begrijpelijk zijn, maar dat staat wat mij betreft los van onze relatie met de Palestijnen.

Het beleid van de regering van het afgelopen jaar wat betreft Israel en de Palestijnen was onevenwichtig en contraproductief. Terwijl met de mond steun aan John Kerry en de vredesbesprekingen wordt beleden, loopt men in feite op de uitkomst vooruit. En terwijl men een – tot in het absurde doorgevoerde – gelijke behandeling van beide partijen en neutraliteit zegt na te streven, wordt met name Israel bekritiseerd en onder druk gezet. Mijn wens is dat de regering in 2014 een waarlijk evenwichtige koers zal varen en ook de Palestijnen op hun daden aan zal spreken.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen