woensdag 27 november 2013

Israëlische spionnen en de massavernietigingswapens van Syrië (Joods Actueel)

 

Israëlische spionnen en de massavernietigingswapens van Syrië

·        http://joodsactueel.be/2013/11/06/israelische-spionnen-en-de-massavernietigingswapens-van-syrie/

·        Woensdag 6 November 2013 8:56

 

In september 2007 werd de nucleaire installatie in Deir ez-Zor, Syrië, door de Israëlische luchtmacht plat gebombardeerd. Vanaf het ontstaan van de Joodse staat was Syrië één van Israëls gezworen vijanden. Israël investeerde heel veel in het opzetten van een informatienetwerk in Syrië. Er werden Israëlische agenten in Syrië gedropt en er werden Syrische militairen gerekruteerd. 

 

Lieve Schacht 

 

"Wanneer het Syrische regime chemische wapens aanwendt in de burgeroorlog, is voor de Verenigde Staten de rode lijn overschreden." Met deze oneliner suggereerde Obama op 20 augustus 2012 voor het oog van de internationale televisiecamera's dat dit voor Amerika een reden was voor een militaire interventie in Syrië. Waarschijnlijk deed Obama die uitspraak omdat hij ervan overtuigd was dat het Syrische regime nooit zover zou durven gaan. Dat werd toen algemeen gedacht. Ook de Israëlische inlichtingendiensten geloofden toen dat Assad zijn arsenaal aan chemische wapens achter de hand zou houden om hiermee te onderhandelen over een mogelijk asiel voor hem en zijn onmiddellijke entourage.

Op 10 maart 2013 meldden Israëlische militaire informatiebronnen dat president Bashar al-Assad toch chemische wapens had ingezet tegen zijn burgers. Gericht afluisteren van Syrische tactische frequenties bevestigde deze waarnemingen. Aan de hand van de satellietbeelden kon bovendien beweging geregistreerd worden in en rond een gekende opslagplaats voor chemische wapens. Die informatie werd onmiddellijk doorgespeeld naar de Amerikaanse inlichtingendiensten. Maar in Washington bleef het aanvankelijk heel stil. Pas wanneer het hoofd van de Israëlische militaire inlichtingendienst, Itai Brun, een maand later op een conferentie in Tel Aviv publiekelijk het inzetten van chemische wapens in Syrië vermeldde, vroeg Washington aan Israël om nadere uitleg. Na de aanval op een buitenwijk in Damascus op 21 augustus kon het gebruik van chemische wapens niet meer genegeerd worden.

Partners in informatieverwerving

Israëlische en Amerikaanse inlichtingendiensten zijn sinds jaar en dag partners. Informatie afkomstig van Israëls afluistereenheid, Unit 8200, dient vaak als basis voor verder onderzoek door de NSA (U.S. National Security Agency) zoals The Guardian onlangs onthulde. Toch was dit niet altijd een succesverhaal. Bij het uitbreken van de Golfoorlog van 1990-1991 was er zowel aan Israëlische als aan Amerikaanse kant weinig concrete informatie over Irak te delen. Over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Syrië hebben beide inlichtingendiensten meer en betere informatie verzameld.

De Amerikanen kwamen er achter dat de Noord-Koreaanse eerste minister in maart 1990 in Damascus een militair samenwerkingsakkoord met Syrië ondertekende. In het kader van die overeenkomst zou Noord-Korea Scud C raketten en raketlanceerders aan Syrië leveren. De NSA was begin februari 1991 een eerste overdracht via de haven van Latiakia op het spoor gekomen. Toch brachten de Amerikanen Jeruzalem hiervan niet op de hoogte. Ze vermoedden dat Israël een poging zou ondernemen om de zending te onderscheppen. De NSA vreesde dat dit mogelijk tot een nieuw conflict in de regio zou kunnen uitgroeien.

Maar Israël had zo zijn eigen bronnen en was ook op de hoogte. Twee Mossad-agenten in Marokko waren erin geslaagd om, vermomd als toeristen, onder het bewuste vrachtschip te duiken en een krachtige transponder aan de romp van het vaartuig te bevestigen. Daardoor zou het schip kunnen worden gevolgd en aangevallen. Uiteindelijk gaf eerste minister Itzhak Shamir geen toelating voor een aanval. Hij vreesde dat een dergelijk actie in de Middellandse Zee een lont in een kruitvat zou kunnen worden. Met de Golfoorlog in het vooruitzicht wilde hij verdere verwikkelingen voorkomen.

Een aantal voormalige hoofden van de Mossad en Aman (Israëls militaire inlichtingendienst) verklaarden later deze beslissing van Shamir te betreuren. "Hadden we er toen een punt van gemaakt om niet toe te laten dat Syrië de mogelijkheid creëerde om massavernietigingswapens in bezit te krijgen, dan was het hele Israëlische grondgebied nu niet bedreigd door raketten die met chemische wapens kunnen uitgerust worden."

Weten wat de vijand van plan is

Vanaf het ontstaan van de Joodse staat was Syrië één van Israëls gezworen vijanden. Het bevocht Israël in '48, '67, '73 en in 1982 in Libanon. Na de Jom Kipoer oorlog van 1973, bleef het gedurende veertig jaar kalm aan de Syrisch-Israëlische grens. In tegenstelling tot Egypte en Jordanië heeft het nooit een vredesverdrag met Israël afgesloten. Maar het zorgde er wel voor dat er na 1973 geen terroristische aanvallen meer op het getouw gezet werden vanop Syrische bodem.

Israël investeerde heel veel in het opzetten van een informatienetwerk in Syrië. Er werden Israëlische agenten in Syrië gedropt en er werden Syrische militairen gerecruteerd. Af en toe slaagde Syrië erin om Mossad-agenten te ontmaskeren. Dit overkwam Eli Cohen in 1965. (zie kader)

Eli Cohen (Alexandrië, 24 december 1924  Damascus, 18 mei 1965)  

Cohen was een geboren Egyptenaar en sprak vlekkeloos Arabisch. Hij kwam als Mossad-agent terecht in Syrië. In zijn luxueus appartement in Damascus organiseerde hij regelmatig feestjes. Onder meer de president, een generaal en andere belangrijke militairen waren zijn gasten. Zijn vrienden konden ook gebruik maken van zijn appartement als Cohen er niet was. Zo werd hij een vertrouwenspersoon in militaire kringen. Tijdens een excursie in de Golanhoogten merkte Cohen op dat de Syrische soldaten nauwelijks beschermd waren tegen de grote hitte. Hij stelde daarom voor om eucalyptusboompjes te planten bij elke ondergrondse bunker en mortierstelling in de hoogvlakte. Dit advies werd zonder meer opgevolgd. Dankzij deze boompjes en Cohens fotografisch geheugen kon de Israëlische luchtmacht tijdens de Zesdaagse Oorlog het merendeel van de Syrische ondergrondse bunkers en mortierstellingen gemakkelijk lokaliseren en uitschakelen. De eucalyptusbomen staan er vandaag nog altijd. Het zijn de stille getuigen van Cohens spionagewerk. In 1965 liep Cohen tegen de lamp. De Indiase ambassade in Damascus had geklaagd over storingen bij het zenden van radioberichten naar India. De Syrische contraspionage ontdekte dat er vanuit Eli Cohens appartement een radiozender actief was. Na een proces werd hij in het openbaar opgehangen in Damascus.

Unit 8200: draaischijf van de informatieverwerving
Deze eenheid staat in voor het breken van codes, het vertalen en het analyseren van de gegevens. Dankzij deze informatie konden de Israëli's een snelle overwinning behalen op Syrië en Egypte in de Zesdaagse Oorlog (1967). Daarna onthulde Israël voor het eerst zijn spionagecapaciteit. Men had ontdekt dat de Egyptische president Nasser gelogen had over de oorlogssituatie tegen de Jordaanse koning Hoessein. De Egyptische luchtmacht was vanaf het prille begin van de vijandelijkheden door de Israëli's uitgeschakeld. Maar in een poging Jordanië over de streep te trekken om aan de oorlog deel te nemen, stelde Nasser de toestand veel rooskleuriger voor. Na afloop van de oorlog beslisten de Israëli's om het afgeluisterde telefoongesprek te publiceren om Nasser verder te vernederen.

De Jom Kipoer oorlog van 1973 verraste Israël. Toch kon de Syrische luchtmacht nooit het luchtruim overheersen, ondanks de Russische oorlogsvliegtuigen en het gesofistikeerde Russische luchtafweergeschut. In volle oorlog werd een hooggeplaatste officier van Unit 8200 door de Syriërs gevangen genomen. De Syriërs konden hem ervan overtuigen dat de oorlog door Israël verloren was, waardoor de man ging praten. Zijn bekentenissen veroorzaakten enorme schade voor het Israëlische spionagenetwerk.

De Syriërs waren ervan overtuigd dat ze Israël "doof en blind" gemaakt hadden voor de volgende jaren. Maar het draaide anders uit. Op 1 april 1978 vonden technici van de Syrische telefoondienst tijdens onderhoudswerken op grote diepte een eigenaardig apparaat. De geheime dienst werd er bij geroepen. De agenten herkenden er een Israëlische afluisterapparaat in. Tijdens een poging om het toestel op te graven, ontplofte het.

In 1982 viel Israël Libanon binnen. Het was een reactie op de aanvallen op Israëlische doelwitten vanuit Zuid-Libanon door de PLO. Daarbij haalden de Israëli's een honderdtal Syrische gevechtsvliegtuigen neer terwijl de Syriërs niet één Israëlisch vliegtuig konden neerschieten. Ook dit was onder meer te danken aan de waardevolle informatie van de inlichtingendienst. Daarna wijzigde Hafez al-Assad (de vader van de huidige Syrische president) zijn militair beleid.

De luchtmacht werd heropgebouwd en het rakettenarsenaal uitgebreid en gemoderniseerd. Hij opteerde er toen voor om een voorraad chemische wapens aan te leggen. In de vroege jaren negentig betrof het bommen gevuld met saringas die vanuit een vliegtuig kunnen gedropt worden. Later kozen de Syriërs ervoor om de koppen van de lange afstandsraketten met gifgas uit te rusten. In 2001 ontdekten de Israëli's dat de Syriërs over Scud D raketten beschikken. Daarmee kunnen ze het volledige Israëlische territorium bestrijken en ook grote delen van Turkije en Jordanië. Omstreeks 1995 slaagden de Syriërs erin om het uiterst giftige VX te produceren.

VX zenuwgas  Dit product werd door de VN (UNO resolutie 687) bestempeld als een massavernietigingswapen. De productie en de stockering ervan is door de Chemische wapenconventie van 1993 verboden. Het product heeft de textuur van motorolie. Het is geur- en smaakloos. Het kan zowel als vloeistof of via een aerosol verspreid worden. Het werkt in op het centrale zenuwstelsel, waarbij verlamming optreedt, met hartstilstand of verstikking tot gevolg.

Daarbij konden ze rekenen op de medewerking van Anatoly Kuntsevich. Deze Russische generaal was de adviseur van Boris Yeltsin in verband met de internationaal overeengekomen ontmanteling van de chemische wapenvoorraden. De aanwezigheid van Kuntsevich in Syrië kaderde officieel binnen de normale militaire relaties tussen beide landen. In werkelijkheid werd hij rijkelijk betaald voor het leveren van de know-how voor het produceren van het zenuwgas VX. Dit vond plaats in het Scientific Studies and Research Center in Al-Safir (Noord- Syrië). Volgens Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten is dit SSRC de draaischijf van de productie en de stockering van het chemische en biologische wapenarsenaal.

In 1998 bracht eerste minister Ehud Barak president Yeltsin op de hoogte van de activiteiten van Kuntsevich. Maar Moskou reageerde niet. Op 3 april overleed Kuntsevich op mysterieuze wijze tijdens een vlucht tussen Damascus en Moscou. Syrië zag hierin de hand van de Mossad. In 2007 leidde een incident in het productieproces van VX raketkoppen tot een enorme ontploffing in de site in Al-Safir. Volgens de Mossad kwamen hierbij vijftien Syriërs om het leven en tien Iraanse ingenieurs. Daarnaast raakten nog ongeveer tweehonderd mensen ernstig gewond. Een vooraanstaande Israëlische minister noemde de ramp van Al-Safir "Een fantastisch ongeval."

In juli 2000 volgde Bashar al-Assad zijn vader op als president. Generaal Mohammed Suleiman werd het nieuwe hoofd van alle geheime militaire projecten. Nu werd Noord-Korea benaderd om een kernreactor te leveren, om een eigen kernwapen te ontwikkelen. Vijf jaar lang bleven die plannen verborgen voor de Israëli's. Alle informatie erover werd schriftelijk uitgeprint en verspreid door koeriers op motorfietsen, de Syriërs vertrouwden zelfs hun eigen computernetwerken voor geen haar. Per toeval kwamen Mossad-agenten in Londen de nucleaire plannen op het spoor.

Een agent brak binnen in de hotelkamer van een Syrische gezant en kopieerde het geheugen van diens laptop. Tot algemene verbazing stuitten ze daarbij op de gedetailleerde gegevens over Syriës nucleaire plannen. In september 2007 werd de nucleaire installatie in Deir ez-Zor door de Israëlische luchtmacht plat gebombardeerd. Generaal Suleiman versterkte de band met het Libanese Hezbollah via militaire leider Imad Mughniyeh. Die werd zowel in Europa als in de Verenigde Staten gezocht als verantwoordelijke voor verschillende aanslagen. In februari werd Mughniyeh in Damascus gedood door een autobom. Suleiman onderging hetzelfde lot enkele maanden later. Niemand eiste de daden op maar het is duidelijk vanuit welke wind de richting waait.

En verder?

Onlangs verklaarde de Syrische president aan de Hezbollah gezinde Libanese krant Al-Akbardat zijn land sinds de jaren tachtig een voorraad chemische wapens heeft aangelegd tegen Israël. "Op dit ogenblik beschikken wij over wapens die nog meer gesofistikeerd zijn en die Israël in een oogwenk in zijn zwakke plek kunnen raken." De samenwerking met de Russen is volgens Assad opperbest. Mochten de Verenigde Staten toch een aanval op Syrië ondernemen dan heeft hij de verzekering dat Moskou troepen zal steuren om het regime te ondersteunen. Israël neemt de dreiging ernstig. Meer dan ooit kijken de geheime diensten toe.

Elk verdacht transport vanuit de gekende opslagplaatsen richting Libanon wordt gebombardeerd. De Israëlische burgers hebben hun gasmakers ontvangen en de Iron-Dome staat op scherp om de eventuele Scuds neer te halen. Ondertussen werkt de Israëlische geheime dienst naarstig voort om hun landgenoten te behoeden tegen aanvallen. De meeste van hun succesvolste acties zullen voor de buitenwereld mogelijk steeds verborgen blijven.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen