zaterdag 5 oktober 2013

Peres in Nederland: meer misverstanden over Israel-Palestina (IMO)

 
Rutte-Peres
 

= IMO Blog =

Het bezoek van Shimon Peres aan Nederland is uiteraard aanleiding voor Israel critici en antizionisten om weer met een aantal clichés op de proppen te komen. Zo spreekt Willem-Gert Aldershoff op Joop.NL van:

het minimum waarop de Palestijnen recht hebben. Namelijk niets minder dan de 22  procent van het oorspronkelijke Palestina die nog overblijft voor een eigen Palestijnse staat. 78 procent van het vroegere Palestina is immers al Israëls nationale grondgebied, bijna de helft meer dan wat de VN Verdelingsresolutie uit 1947 voorzag.

Onzin. Er was geen vroeger Palestina waarvan het merendeel al door Israel is ingelijfd. Er was een mandaatgebied Palestina, waarvan de Britten in 1922 Transjordanië hadden afgesplitst. In dit gebied zou volgens de Balfour verklaring en de voorwaarden van het mandaat dat de Britten over het gebied kregen, een 'Joods Nationaal Thuis' worden gesticht. Hier was nooit een eigen Palestijns-Arabische staat gevestigd; het gebied was voor 1917 onderdeel van het Ottomaanse Rijk en de Arabieren die er woonden hadden geen aparte Palestijnse identiteit of autonomie en ambieerden dat ook niet.

Het delingsplan bestond uit verschillende Joodse en Arabische enclaves die door middel van smalle corridors met elkaar verbonden waren. Aldershoff verzwijgt, zoals bijna alle Israel critici, dat de Arabieren (zowel binnen als buiten het mandaatgebied) het VN delingsplan afwezen en een oorlog begonnen. Het doel daarvan was duidelijk: het hele gebied moest Arabisch worden en de Joden zouden worden verdreven. Dit plan mislukte, en de Arabieren verloren de oorlog. Het was duidelijk dat het delingsplan met zijn onverdedigbare grenzen niet kon werken in deze vijandige sfeer. Overigens kun je ook betogen dat de VN tussen beide had moeten komen toen Israel werd aangevallen en met vernietiging bedreigd. Het druist immers tegen het internationale recht in dat de Arabische staten zomaar een ander land binnenvielen en het VN delingsplan aan hun laars lapten.

Over de grenzen

Aldershoff hekelt de kritiek van Israel, en president Peres, op de nieuwe EU richtlijnen en het besluit producten uit de nederzettingen te labelen. Hij laat daarmee zien dat hij naast een verwrongen beeld van de geschiedenis ook weinig van de huidige situatie en Israels positie begrijpt. Hij stelt dat de richtlijnen de 'grens van 1967 bekrachtigen' wat zoals eerder betoogd onzin is, want dit zijn nooit erkende grenzen geweest. Daarnaast is zijn onbegrip voor Israels positie stuitend voor een EU adviseur. De richtlijnen zijn totaal eenzijdig, en gaan uit van de idee dat de grenzen van een toekomstige Palestijnse staat al vast staan. Daarmee is alle onderhandelingsruimte voor Israel weg. Want voor een geslaagd vredesverdrag zijn tegenover een Palestijnse staat Palestijnse concessies nodig, zoals het opgeven van het imaginaire 'recht op terugkeer' van de vluchtelingen en een einde aan de opruiing tegen Israel en de verheerlijking van geweld.

Daarnaast zal Israel graag zoveel mogelijk nederzettingenblokken willen houden en uitruilen tegen ander gebied. De Palestijnen hebben nu en eerder aangegeven maximaal twee procent te willen uitruilen, maar voor Israel is een hoger percentage natuurlijk veel gunstiger, zodat minder nederzettingen ontruimd hoeven worden en Jeruzalem wat minder kwetsbaar en omringd door Arabisch gebied is. Deze eis is niet onredelijk: voor 1967 lag de Knesset binnen schietafstand van Jordanië. Het is verre van denkbeeldig dat Palestijnse extremisten belangrijke Joodse plaatsen in Jeruzalem weer onder vuur zullen nemen als dat zo makkelijk is, en dat de Palestijnse overheid dat niet altijd zal kunnen voorkomen. Bovendien moet Israel er rekening mee houden dat Hamas eventuele volgende verkiezingen wint (of een coup pleegt zoals in Gaza), en hoewel Hamas in staat is de eigen extremisten eronder te houden, kan Israel er niet zonder meer van op aan dat dit altijd zal gebeuren.

Maar er zijn meer argumenten voor een uitruil van gebieden: eigenlijk zouden Joden in Palestijns gebied moeten kunnen wonen zoals Arabieren in Israel, maar dat lijkt weinig realistisch gezien de haat die er onder Palestijnen tegen Joden is. Het mag begrijpelijk zijn dat de Palestijnen niet zo op de kolonisten gesteld zijn, feit is wel dat de Westbank voor Israel een grote historische (en ook religieuze) waarde heeft, en hier voor 1948 ook Joden woonden. De eis dat heel 'Palestina' op de grenzen van de Westbank vrij van Joden wordt is daarom onredelijk. Als compromis zou een wat royalere landruil kunnen werken: Israel geeft geïsoleerdere voor haar belangrijke historische plekken zoals Hebron op en kan daarvoor de grote blokken rond Jeruzalem houden.

Een derde argument is dat het nederzettingenproject, en de Gush Emoniem beweging die het in gang hebben gezet, zo invloedrijk s.c. succesvol waren mede dankzij de Arabische vijandigheid en weigering tot een compromis. Toen Israel de Westoever veroverde in 1967 wilden de meeste politici dit gebied inruilen voor vrede, in plaats van het langdurig te bezetten. De overwinning zelf, maar meer nog de drie nee's van Khartoem hebben de nationalistisch-religieuze Joden enorm gesterkt in hun visie dat het hele land de Joden toebehoort.

Aanvankelijk werden illegale kampen en bebouwing op de Westoever verwijderd, maar dit stuitte op steeds meer weerstand bij de bevolking: te midden van een zee aan vijanden werden Joden nu ook door de enige Joodse regering ter wereld uit hun eigen hartland verwijderd. Een vergelijk met de Arabieren zat er niet in; waarom dan niet deze gebieden open stellen voor Joden die er graag willen wonen? Langzaamaan kreeg het nederzettingenproject gestalte, en de Likoed regering die in 1977 aan de macht kwam versnelde dit proces. De zionisme is racisme resolutie van de VN in 1975 en Arafats 'overwinningstoespraak' in de VN in 1974 (toen de PLO, zonder enige toezegging te hebben gedaan, waarnemersstatus kreeg) droegen bij aan een klimaat waarin Israel de internationale gemeenschap steeds meer ging wantrouwen en de kolonisten en revisionisten aan invloed konden winnen.

EU richtlijnen

Een andere bekende mythe uit anti-Israel hoek, waar ook Aldershoff weer mee komt aanzetten, is:

Israel dat zich niets gelegen laat liggen aan de veroordelingen door de VN Veiligheidsraad, het Internationaal Gerechtshof en de oproepen van de VS en de EU, ja de gehele wereldgemeenschap. Alsof de richtlijnen van de EU "sancties" zijn en niet louter een formele bevestiging op papier van wat de EU al jaren verklaart. 

Hier wordt het nodige op een hoop gegooid, zodat het heel wat lijkt. Het oordeel van het Internationaal Gerechtshof betrof echter een advies en is geen internationaal recht. De VN Algemene Vergadering neemt automatisch iedere anti-Israel resolutie aan, dus 'de hele wereldgemeenschap' is niet bepaald fair en als Israel daarnaar zou moeten luisteren, zou het allang niet meer bestaan. De Veiligheidsraad en de VS zijn redelijk genuanceerd, en veroordelen niet alleen Israel maar ook de Palestijnen en roepen beide partijen op om meer te doen voor de vrede. De EU is de laatste jaren steeds kritieklozer geworden tegenover de Palestijnen en kritischer tegenover Israel. Zij lijkt te denken, met een steeds groter wordend leger aan Israel critici, dat de nederzettingen het enige echte obstakel zijn voor de vrede, en dat als Israel maar hard genoeg onder druk wordt gezet om daar een einde aan te maken vrede in het verschiet ligt. De EU richtlijnen zijn daar een duidelijk voorbeeld van.

De nederzettingen helpen inderdaad niet, en kritiek daarop is op zichzelf geen probleem. Ik zie ook geen probleem in oproepen aan de regering om deze kritiek aan Peres over te brengen, al denk ik dat men dat zo ook wel doet. Peres is zelf overigens ook geen voorstander van verdere uitbreiding van de nederzettingen, en zou veel verder willen gaan voor vrede dan de regering Netanyahu. Peres' oproep de EU richtlijnen niet in te voeren en de vredesbesprekingen een kans te geven, is echter niet onredelijk. Zoals betoogd lopen die richtlijnen vooruit op de af te spreken grenzen, en de voorwaarden waaronder er een Palestijnse staat zal komen en daarmee op het hele vredesproces.

Als de EU en Nederland ze al in zou willen voeren, dan moeten ze vergezeld gaan van eisen en voorwaarden aan de Palestijnen die evenzeer op de van hen gewenste concessies vooruitlopen. Het risico bestaat echter in dat geval dat beide partijen weinig meer van de betweterige EU moeten hebben en zij haar invloed verder zal verminderen. Een EU adviseur zou oog moeten hebben voor het belang van goede relaties waarbij achter de schermen (felle) kritiek wordt geleverd en men voor de schermen een aardig toneelstukje opvoert. Hij zou ook moeten weten dat als een partij onder druk wordt gezet, de bereidheid tot het doen van compromissen van de andere partij alleen nog maar minder wordt. En die houdt bij de Palestijnen al bepaald niet over. Ik hoop dat weinig mensen de 'adviezen' van de heer Aldershoff serieus nemen. Ze verschillen in niets van wat men van de Palestijnse lobby te horen krijgt.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen