dinsdag 20 augustus 2013

Doe eindelijk recht aan het Israelisch-Palestijns conflict (IMO)

 
HistoryWarofIndependanceBattleForRoads2
 
 

IMO Blog

Afgelopen week verscheen in de Volkskrant, als reactie op een aardig stuk van historicus Dirk Jan van Baar, weer het zoveelste Israel bashing artikel. Van Baar had het gewaagd te zeggen dat we in Nederland al genoeg voor de Palestijnen opkomen en het tijd wordt voor Een Ander Europees Geluid inzake Israel. Een stelling die ik van harte onderschrijf. Juist door begrip te tonen voor Israels veiligheidswensen en positie, versterk je de gematigde krachten daar en vergroot je het vertrouwen in het vredesproces. Ik heb daar onlangs ook al over geschreven voor de Volkskrant.

Willem Aldershoff, adviseur (!) EU beleid Israel-Palestina (hoe lukt het de pro-Palestina scene toch steeds om hun mannetjes op dit soort plekken te krijgen? Van enige objectiviteit of feitenkennis is bij de beste man geen sprake) mocht in een uitgebreide reactie op Van Baar de bekende anti-Israel riedel weer afsteken. Hij schrijft:

Maar nieuwe initiatieven in die richting (voor de christenen in het M.O, RP) mogen nooit leiden tot een verminderde inzet voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Europa's kritiekloos volgen van Amerika heeft tot een voortduren daarvan bijgedragen. Door haar verleden (Balfour Verklaring, Holocaust, VN Verdelingsresolutie) heeft Europa hier echter een bijzondere historische verantwoordelijkheid die zij veel serieuzer dient te nemen. Een Ander Europees Geluid, zoals Van Baar stelt, is dus inderdaad nodig. Maar dan één dat zich krachtiger inzet voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict en zich daarnaast serieus richt op de positie van christenen.

De EU besteedt, net als de VN, al overmatig veel tijd aan dit conflict. Veroordelingen van Israel volgen elkaar in rap tempo op, EU consuls in Jeruzalem brengen anti-Israel rapporten uit, het parlement stemt erover, er worden strengere regels voor de labeling van producten voorbereid, bepaalde handelsverdragen of delen ervan uitgesteld, de EU steunt de Palestijnen diplomatiek en in VN verband, etc. etc. etc. Europa neemt heel veel verantwoordelijkheid, vooral om de Palestijnen eenzijdig te steunen, maar komt erachter dat ze de werkelijkheid niet zomaar even naar haar hand kan zetten. Door maar genoeg anti-Israel maatregelen te nemen (en heus niet alleen harde woorden te spreken zoals Aldershoff beweert) krijg je nog geen einde aan de bezetting. De voor velen onaangename werkelijkheid is dat Israel een soeverein land is dat niet zomaar doet wat wij zeggen, of we nou gelijk hebben of niet. En we hebben een wereldorde waarin we niet zomaar in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen kunnen ingrijpen, dan wel er binnenvallen, zelfs niet als zij zich volgens internationale maatstaven niet netjes gedragen. Er zijn vervolgens verschillende dingen die landen of blokken kunnen doen om hun onvrede met andere landen kenbaar te maken, en de EU past er al een heel aantal toe op Israel, meer dan op een aantal landen die veel extremere mensenrechtenschendingen plegen, zoals China, Turkije of Rusland. Dus die zogenaamde historische verantwoordelijkheid wordt ruimschoots genomen.

Europese verantwoordelijkheid

Maar hoe groot is onze 'historische verantwoordelijkheid', en waar ligt die dan precies? De implicatie van Aldershoff is dat we die slechts naar de Palestijnen hebben. Zij zijn, zoals het vaak populair wordt uitgedrukt, het tweede slachtoffer van de nazi's en moesten boeten voor onze zonden. Of om het met een ander cliché te zeggen: door de vestiging van Israel, waarmee een vluchtelingenprobleem werd opgelost, ontstond een nieuw vluchtelingenprobleem waarvoor we evenzeer verantwoordelijk zijn. Europa steunde de stichting van Israel, uit schuldgevoel over de Holocaust, en maakte daarmee een schuld bij de Palestijnen.

Dit soort clichés kloppen van geen kant, want door de vestiging van de zionisten in Palestina werden Palestijnen geen vluchteling. Zij werden vluchteling omdat zij het VN delingsplan niet accepteerden, geen enkel compromis accepteerden en een oorlog begonnen. Toen werd een deel van hen vluchteling, waarna de Arabische staten ervoor kozen om deze vluchtelingen niet in eigen land te huisvesten en te integreren, zoals Israel met de Joodse vluchtelingen had gedaan, maar in kampen te houden. De internationale gemeenschap koos ervoor voor de Palestijnse vluchtelingen een aparte VN organisatie op te zetten, met een eigen mandaat en eigen definitie van wie een vluchteling is. Zij richtte zich niet op het permanent huisvesten van de vluchtelingen zoals de UNHCR, maar op het voort laten duren van het probleem en het in stand houden van de irreële eis dat zij allemaal naar Israel moesten terugkeren.

Bovendien steunde Europa Israel helemaal niet zo eenduidig; de Britten waren in de laatste jaren van het mandaat steeds openlijker anti-Joods en stuurden vele tienduizenden Joodse vluchtelingen die over zee het land probeerden te bereiken terug naar Europa of interneerde ze in kampen op Cyprus. Men had de Joodse immigratie zoals vastgelegd in het mandaat sterk ingeperkt en aan strenge quote onderworpen. Dit deed men vooral om aan Arabische grieven tegemoet te komen en de Arabieren niet teveel van zich te vervreemden. Groot-Brittannië onthield zich van stemmen bij het delingsplan, en alleen onder grote Amerikaanse druk was er net een tweederde meerderheid voor een plan, dat de Joden een onverdedigbare staat zonder Jeruzalem beloofde. Een staat die overigens al min of meer realiteit was geworden; de VN of Europa 'gaven' dan ook niks, maar bekrachtigden hooguit wat de Joden in de voorafgaande decennia zelf hadden opgebouwd, gekocht en ontwikkeld. Waaraan nog toegevoegd kan worden dat de Arabieren in het land mee profiteerden van deze ontwikkeling, en hun welvaart en levensverwachting fors toenamen in de tijd dat de zionisten Palestina ontwikkelden.

De populaire idee dat we een soort schuld hebben naar de Palestijnen en hun lelijk hebben laten zitten is dan ook onjuist. De Palestijnen hadden een staat kunnen hebben als zij met het delingsplan of het eerdere Peel Plan hadden ingestemd (dat hun een nog veel groter deel van het land had gegeven) maar zij weigerden ieder compromis en kozen, al in de jaren '20, voor geweld. Zij hadden niet een soort vanzelfsprekend recht op Palestina dat hun vanwege de Holocaust is ontnomen. In Palestina, wat overigens nooit een Arabische staat is geweest, woonden al eeuwenlang ook Joden, en toen bijna alle andere landen in het Midden-Oosten (waar ook Joden en christenen woonden) Arabisch werden, was het niet vreemd dat er ook een smal reepje land naar de Joden ging. Hoewel de Holocaust de sympathie voor een Joodse staat wel deed toenemen, staat het Joodse recht op zelfbeschikking hier los van.

Vluchtelingen

Aldershoff schrijft:

Even makkelijk is het om te roepen dat de Palestijnen zich blijven overvragen op het punt van terugkeer van vluchtelingen. Volkenrechtelijk bestaat dit recht op terugkeer echter overduidelijk. Ook Israël heeft dit erkend toen het in 1949 VN-resolutie 194 aanvaardde als voorwaarde voor zijn VN-lidmaatschap. Eenmaal lid wilde het van dat document niets meer weten. Nog voor het eenzijdig uitroepen van de Joodse staat begon het met de verwoesting van vierhonderd verlaten Palestijnse dorpen om terugkeer onmogelijk te maken. Al het achtergelaten Palestijnse land werd geconfisqeerd, zonder betaling van compensatie. Ingewijden weten dat Palestijnse onderhandelaars desondanks bereid zijn om op het punt van terugkeer uiterst zware concessies te doen.

Was er eindelijk eens iemand die durfde op te schrijven wat bijna iedereen ergens wel weet, maar wat niet gezegd schijnt mogen te worden: er is geen recht op terugkeer van de miljoenen nakomelingen van de vluchtelingen en zo'n 'recht' zou bovendien het Joodse recht op zelfbeschikking en daarmee de tweestatenoplossing torpederen. Moet dat direct weer ontkend worden, met de gebruikelijke onwaarheden. Israel heeft dit 'recht' nooit erkend zoals Aldershoff beweert. Israel heeft in vredesbesprekingen na de 1948 oorlog aangeboden om 100.000 vluchtelingen op te nemen, maar dat werd afgewezen. De Arabische staten en ook de Palestijnen wezen resolutie 194 overigens af omdat daarin impliciet Israels bestaansrecht werd erkend. Dit was bovendien een resolutie van de Algemene Vergadering, niet de Veiligheidsraad, en is daarmee geen internationaal recht. Ami Isseroff schrijft hierover, eerst het relevante deel van de resolutie aanhalend:

(194) Resolves that the refugees wishing to return to their homes and live at peace with their neighbours should be permitted to do so at the earliest practicable date, and that compensation should be paid for the property of those choosing not to return and for loss of or damage to property which, under principles of international law or in equity, should be made good by the Governments or authorities responsible;

Notable in this wording, is the fact that a "right of return" was not mentioned, and the reference to "refugees," rather than "Arab refugees"  and "governments," rather than the government of Israel. This implies that the framers had in mind the rights of Jewish refugees in Palestine as well, and would also be applicable to Jewish refugees forced to flee Arab countries as a result of the conflict. The number of Jews were forced out of Arab and Muslim countries because of the conflict is about equal to the number of Arab Palestinian refugees.

Bernadotte had recommended a much stronger resolution, but his reference to a "right" of return was rejected. The original wording of his report included this wording:

"the right of the Arab refugees to return to their homes in Jewish-controlled territory at the earliest possible date… and their repatriation, resettlement and economic and social rehabilitation, and payment of adequate compensation for the property of those choosing not to return…"

(Progress Report of the United Nations Mediator on Palestine, UN Doc. A/648 (18 September, 1948)

As this wording was rejected, the framers of resolution 194 apparently rejected the notion of a "right" of return. Likewise, reference to "Arab refugees" was omitted. It could not have been accidental.

Inmiddels gaat het allang niet meer om de ca. 700.000 vluchtelingen die in 1948 wegvluchtten of werden verdreven uit Israel, maar voornamelijk om hun kinderen en kleinkinderen. Volgens de gangbare VN definitie krijgen kinderen en kleinkinderen niet automatisch de vluchtelingenstatus, maar bij Palestijnen is dat wel het geval. Vandaar dat het aantal vluchtelingen met honderdduizenden per jaar groeit. Een minderheid (ca. een miljoen) van hen leeft in zogenaamde vluchtelingenkampen waar de UNRWA zorgt voor voedsel, kleding, medicijnen en scholing. De overige vluchtelingen leven in Palestijns gebied, waar de PA regering ze al lang permanent had kunnen huisvesten, in Jordanië waar ze nagenoeg gelijke rechten hebben en dus in feite geen vluchteling zijn, of in andere landen in het Midden-Oosten waar ze geen gelijke rechten hebben en vaak in bittere armoede leven. Een kleine groep leeft in het Westen.

Oorlog 1948

De reden dat Israel voor haar oprichting een aantal Palestijnse dorpen verwoestte is dat men de inval van vier Arabische legers verwachtte en die deze dorpen konden gebruiken als uitvalsbasis van waaruit men kon aanvallen. Israel moest alles op alles zetten om de aanstaande invasie te overleven; het had net met veel moeite het Arabische Bevrijdingsleger en privé troepen bestaande uit Palestijnse strijders weten te verslaan. In tegenstelling tot wat de antizionisten doorgaans beweren, had Israel geen overwicht in wapens of mankracht, en moest zij het hebben van superieure organisatie en motivatie. Zij had in het begin van de oorlog zelfs veel minder zware wapens en mankracht, en vocht duidelijk tegen een overmacht. De balans veranderde na het eerste bestand (Zie verder het artikel 'War of Independence').

Israel verhinderde inderdaad ook actief de terugkeer van de vluchtelingen. Dat deed zij echter niet uit bloeddorst of racisme, maar omdat ze bij het vijandige kamp hoorden dat Israel wilde vernietigen, en velen van hen hadden deelgenomen aan de strijd tegen de Joden. Het denken binnen Israel over de vluchtelingen was gedurende de 1948 oorlog behoorlijk veranderd, zo beschrijft Benny Morris in zijn boek '1948. The first Arab-Israeli war'. In het begin deed men moeite om de burgerbevolking te ontzien en riep men de bevolking op de blijven in plaatsen die werden veroverd. Bekend is het voorbeeld van Haifa, waar de Joodse gemeenschap diverse emotionele oproepen deed aan de Arabische bevolking om te blijven. Later verhardde de houding en werd de Arabische bevolking, in het bijzonder de moslims, vooral als een veiligheidsprobleem gezien. Men had zware verliezen geleden, en talloze hinderlagen en beschietingen kwamen van vermeende onschuldige burgers die toch wat minder onschuldig bleken. Men maakte zich bovendien zorgen dat de staat onbestuurbaar zou worden met een grote Arabische minderheid die zo openlijk vijandig tegenover de staat stond. Ik keur dit niet per se goed; in de eerste decennia na de stichting van Israel hadden Arabieren het zwaar en leefden onder militair bestuur met beperkte vrijheid; hierop is veel kritiek gekomen en in de jaren '60 is deze situatie opgeheven. Ik probeer slechts zaken inzichtelijk te maken en het ontbrekende verhaal te vertellen.

De 'uiterst zware' concessies van de Palestijnen op het gebied van de vluchtelingen vallen nogal mee. Misschien weet Aldershoff dingen die wij niet weten, maar uit het nieuws en vooral de uitspraken van Palestijnse leiders zelf komt een heel ander beeld naar voren. Keer op keer wordt gezegd dat niet aan het 'recht op terugkeer' getornd kan worden, en wanneer bijvoorbeeld Abbas al eens een uitspraak doet die anders uitgelegd kan worden, dan haast men zich de verklaren dat het zo niet was bedoeld en alle vluchtelingen het recht hebben terug te keren naar Israel. Op scholen, ook de UNRWA scholen in de vluchtelingenkampen, wordt de kinderen geleerd dat zij het hele land met geweld moeten bevrijden en deze plicht nooit mogen verzaken.

Gazastrook

Aldershoff schrijft ten slotte:

Ook de eenzijdige Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005 verdient een andere presentatie. De strook werd namelijk onmiddellijk volledig van de buitenwereld afgesloten, met ondragelijke gevolgen voor de burgerbevolking. Volkenrechtelijk betekent dat een bezetting. Ook Israëlische ngo's hebben die altijd veroordeeld. Van Baar benadrukt hoe belangrijk het is 'zich (te) verdiepen in alle partijen'. Kan hij zo echt niet begrijpen dat Hamas op zo'n gefrustreerde wijze reageert?

We moeten blijkbaar vooral de frustraties van Palestijnse zijde begrijpen. Toen Israel alle nederzettingen ontruimde en de kassen in Gaza overdroeg aan de Palestijnen, reageerde men met raketten want dat was wel een frustrerende ervaring. Ook werd een IDF-soldaat vanuit Israelisch grondgebied ontvoerd en vervolgens meer dan vijf jaar gevangen gehouden. Nadat Hamas een coup pleegde en Fatah op brute wijze versloeg, sloot Israel de grenzen. Hamas had bovendien de EU monitors die de Rafah  grens overgang controleerden naar huis gestuurd. Overigens heeft Israel altijd voldoende humanitaire hulp doorgelaten en de Gazastrook van elektriciteit voorzien. Zonder dat ook Egypte de grens dichthield was er geen sprake van een complete blokkade. De bewering dat een blokkade 'volkenrechtelijk een bezetting betekent' slaat nergens op. Volgens de definitie van een bezetting in de Haagse Conventie heeft een bezettende macht het gezag in het bezette gebied overgenomen en is dus op de grond aanwezig met troepen. Het is zelfs de vraag of je de Westoever wel geheel bezet kunt noemen volgens die definitie, want er is een eigen bestuur dat vergaande autonomie heeft over een deel van het gebied. Wellicht dat alleen Area C, dat onder directe Israelische controle valt, bezet genoemd kan worden, waarbij dat dan weer met name geldt voor de Palestijnse plaatsen in dit gebied. Anderzijds is op de gehele Westoever sprake van beperkingen voor Palestijnen, mede vanwege de fysieke aanwezigheid van Israelische troepen.

Kan Aldershoff overigens echt niet begrijpen dat Israel in reactie op vele duizenden raketten, de ontvoering van Shalit, diverse pogingen meer soldaten te ontvoeren en aanslagen te plegen, besloot de grenzen te sluiten? Moet hij zich als adviseur niet verdiepen in alle partijen? Zijn stuk kan zo zijn gekopieerd uit het blad van het Palestina Komitee. Het is tekenend voor de sfeer in Europa dat dit soort mensen adviseur zijn en blijkbaar mede het EU beleid bepalen. Het is inderdaad hoog tijd voor Een Ander Europees Geluid.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen