zaterdag 25 mei 2013

Wel niet wel niet: warboel rond Made in Israel-etikettering (CIDI)

 
Gaan Nederland en de EU producten uit Israelische nederzettingen op de Westoever voorzien van aparte herkomst etiketten? De intentie is er, maar het is in de praktijk nog niet zo makkelijk. De EU is gehouden aan allerlei internationale verdragen, en bovendien moet wat voor Moshe geldt ook gelden voor Hassan en Mohammed, en wellicht zelfs voor Liang. Marokko en Turkije (bijv.) houden immers ook omstreden gebieden bezet, en met China (made in Tibet?) wil niemand ruzie.
 
Alle gedoe zou intussen gaan om niet meer dan 1% van de producten die Israel naar Europa exporteert.
 
Zie eerder:
 
Wouter
__________________
 

Komt er een verbod op het voeren van Made in Israel-etiketten op producten uit de nederzettingen, en wanneer en hoe dan?

Vorig jaar mei besloot de EU dat producten uit nederzettingen hier niet meer zo'n etiket mogen krijgen. Over het wel of niet doorvoeren van dat verbod werd de laatste paar dagen een warboel van tegenstrijdige berichten de wereld in geslingerd, ook vanuit Nederland.

Niet

Op 3 mei dit jaar berichtte het NRC Handelsblad op basis van 'bronnen rond het kabinet' dat het kabinet plannen hiervoor op de lange baan had geschoven, om een conflict in de coalitie te voorkomen. Ook zou Amerika aan Europa hebben gevraagd de zaak op te schorten.

Wel

Gisteren deed minister Timmermans deze berichten in een debat van de Buitenlandcommissie van de Tweede Kamer af als "broodjeaapverhalen". Hij is niet van plan het verbod uit te stellen. "Ik ga die afspraak gewoon nakomen", zei Timmermans donderdag in een commissiedebat. „Nederland is ook gehouden Europese afspraken op dit punt na te komen", tekende het Reformatorisch Dagblad uit zijn mond op. De stand voor Nederland is dus: 'gewoon' wel een verbod. Volgens de berichten van gisteren.
Timmermans heeft echter wel met elf collega's zijn EU-tegenhanger Catherine Ashton in een brief gevraagd om Europese richtlijnen voor de etiketteringskwestie. Al spreekt hij van "ik", Timmermans zal de maatregel waarschijnlijk slechts in EU-verband uitvoeren.

Toch niet

Wat de EU betreft: net drie dagen voor de 'broodjeaap'-uitspraak van Timmermans, op 20 mei, berichtte onder meer Ha'aretz dat de EU het etiketteerverbod zou hebben uitgesteld op verzoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. Kerry is in de regio om het vredesproces vlot te trekken en sprak vandaag met premier Netanyahu (dit gesprek ging overigens over de situatie in Syrië, die door iedereen als veel dringender wordt ervaren). Intussen zou Kerry EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton om uitstel van het verbod hebben gevraagd; een verbod zou Kerry's vredespogingen hinderen. De stand in de EU was dus op 20 mei: nog even geen verbod.

Toch wel

Op 22 mei, één dag voor de uitspraak van Timmermans, berichtten de media dat de EU het verbod niet zou uitstellen. En later die dag heette het iets voorzichtiger 'dat de EU de mogelijkheid voor een andere etikettering van nederzettingenproducten nog bestudeert, maar niet had besloten de maatregel uit te stellen'.

Hoe dan?

De reden voor dit gezwalk is, dat de EU ondanks alle principiële uitspraken een dergelijk verbod niet zomaar kan invoeren zonder in botsing te komen met internationale verdragen en het verbod op (economische) discriminatie. De EU heeft verdragen met verschillende landen, waaronder Israel, over een gunstig douanetarief. In tegenstelling tot wat wel wordt beweerd, gelden deze gunstige douanevoorwaarden al jaren niét voor producten uit de nederzettingen.
Voor de uitvoering van deze verdragen is het nodig afspraken te maken over de herkomst van producten die niet op één plek van A tot Z zijn gemaakt. De afspraak is, dat de plaats waar de producten worden afgewerkt geldt als plaats van herkomst. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld wijn van druiven uit de Golan, die binnen de Groene Lijn wordt gebotteld, ook na de invoer van het etiketteerverbod nog steeds het etiket Made in Israel zou mogen dragen. Het etiketteerverbod zou dus alleen gelden voor producten die van A tot Z in een nederzetting zijn gemaakt – volgens Israel 1% van de export.
Als de EU nu alleen voor Israel deze verdragen zou willen verbreken, dan zou dit economische discriminatie zijn. Want ook andere landen met wie de EU deze verdragen heeft, namelijk Turkije en Marokko, houden omstreden gebieden bezet. Om de beschuldiging van economische discriminatie af te weren, zou een wijziging van de regels voor Israel dus ook voor deze landen moeten gelden. Maar dat is niet wat de EU wil.

Symboolpolitiek

De EU kan niet anders handelen dan op basis van non-discriminatie. Als Israel een verbod krijgt op Made in Israel-etiketten voor producten uit bezet gebied, dan moet hetzelfde gelden voor Marokko en Turkije. Ook mogen de regels voor herkomst niet anders worden toegepast voor Israel dan voor andere landen waarmee EU verdragen heeft. Gebeurt dat wel, dan kan Israel met succes een beroep doen op het Europese hof tegen deze discriminatie.
Dat is het dilemma dat de EU op dit moment bestudeert. Die studie kan nog wel enige tijd in beslag nemen. En als de EU daarna in dit alles behoorlijk zou handelen, zou het resultaat een wijziging zijn van de etiketten op maximaal 1% van de Israelische export. Dat zou geen enkele aansporing zijn tot een stopzetting van de bouw in de nederzettingen.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen