vrijdag 1 maart 2013

Gaza-rapport Human Rights Watch onbetrouwbaar en voorbarig (IPI)

 
 

Door Tjalling.

Human Rights Watch stelt in een rapport over de gevechtshandelingen van vorig jaar in Gaza vast:

Tenminste 18 Israëlische luchtaanvallen tijdens de gevechten in Gaza in november 2012 waren schijnbaar in strijd met het oorlogsrecht. Deze luchtaanvallen doden minstens 43 Palestijnse burgers, inclusief 12 kinderen.

Dat rapport werd gepresenteerd op afgelopen 12 februari. De beweringen daarin zijn ongegrond , maar voor onder meer de Telegraaf, de Stentor, diverse regionale media, en helaas deze keer ook het Reformatorisch Dagblad was dat geen enkele belemmering om de bevindingen van dit ook nog eens voorbarige rapport kritiekloos over te nemen.

Volgens het HRW rapport zouden de 18 aanvallen in strijd met het internationaal oorlogsrecht zijn, omdat er bij 14 aanvallen met vliegtuigen of drones in het geraakte gebied geen militair doel was, en bij 4 andere aanvallen met bemande of onbemande toestellen zou Israël zich niet voldoende hebben ingespannen om een onderscheid te maken tussen militaire en burgerdoelen.

Het onderzoek van HRW is echter alleen gebaseerd op interviews met omwonenden en plaatselijke autoriteiten in Gaza. Israël is in het onderzoek niet gehoord. Bovendien is het de vraag of HRW wel in staat is om vast te kunnen stellen wanneer militaire aanvallen in strijd zijn met het internationale oorlogsrecht. NGO-monitor houdt de berichtgeving van de zogeheten Niet-Gouvernementele Organisaties, waartoe ook HRW behoort, scherp in de gaten. Op 13 februari meldt zij dat HRW niet over de militaire deskundigheid beschikt om tot een goed gegronde vaststelling te kunnen komen. Ook heeft HRW niet dezelfde bevoegdheid tot onderzoek als VN fact-finding missions die hebben.

Het is dus de vraag of HRW wel voldoende kennis en capaciteit in huis heeft om na te kunnen gaan of militaire acties werkelijk in strijd zijn met het internationaal oorlogsrecht. Een onderzoek zoals dat naar de gevechtshandelingen in de Gazastrook vereist nu eenmaal gedegen militaire deskundigheid waar hoge Israëlische legerfunctionarissen wel over beschikken, alsmede kennis van de inlichtingen waarover Israël beschikte. Zonder deze is het moeilijk om achteraf te kunnen bepalen welke doelen legitiem en proportioneel waren om aan te vallen. Het is bekend dat het leger, op basis van inlichtingen, lijsten heeft van doelen om in de Gazastrook aan te vallen in oorlogstijd. Als de Israëlische inlichtingen soms onvolledig of foutief waren (het gaat hier om 18 van de volgens Israël 1.500 doelwitten) maakt dat deze aanvallen nog geen schendingen van het oorlogsrecht; daarvoor is opzet vereist. Israël heeft geen belang bij het lukraak doodschieten van onschuldige Palestijnen, want het weet dat een fout, zoals een bombardement van een huis vol met vrouwen en kinderen in plaats van vol met explosieven, haar op zware internationale veroordelingen komt te staan. Dit nog naast de humanitaire beweegredenen dit te willen voorkomen. Het is ook bekend dat Israel geregeld van aanvallen afziet als het risico op burgerdoden te groot is. Desondanks gaat er wel eens wat mis, soms met tragische gevolgen. Het Israëlische leger onderzoekt deze zaken vaak zelf, en soms worden militairen gestraft.

HRW wist tijdens haar onderzoek dat er ook een Israëlisch onderzoek liep naar wat zich afgelopen november in en rondom Gaza heeft afgespeeld. Men vond het echter niet de moeite waard om de resultaten daarvan af te wachten en mee te nemen in het eigen onderzoek. Likoed Nederland meldt op haar site dat HRW alvast met haar eigen rapport kwam omdat men van mening was dat het Israëlische onderzoek niet zou worden gedaan door gespecialiseerde militaire politie mensen. Dat laatste is onjuist, het onderzoek wordt wel uitgevoerd door internationaal erkende specialisten en de resultaten daarvan worden op korte termijn verwacht.

Het rapport van HRW is dus ongegrond, voorbarig en zonder Israëlisch weerwoord ook onvolledig. Het is triest dat veel Nederlandse media wel de bevindingen van het HRW-rapport hebben overgenomen, zonder enige kritische kanttekening of voorbehoud te plaatsen. Dat had wel gemoeten, want wat HRW heeft gepresenteerd als rapport verdient zelfs niet eens de naam van onderzoek.


Bronnen:

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen