vrijdag 4 januari 2013

Berichtgeving over Bnei Menasje en Israël (IPI)

 

De NOS beweert dat Israël ooit Joden in ballingschap zou hebben gestuurd.

Door Tjalling & Wouter.

Verschillende media websites berichtten op Kerstavond over de Bnei Menasje uit India, die zeggen afstammelingen te zijn van de oude Bijbelse stam Manasse; aanleiding was een groep van tientallen Bnei Menasje die dolgelukkig in Israël arriveerden. De mediaberichtgeving over hun terugkeer is helaas niet overal correct. De NOS maakte het het bontst.

Om met dat laatste te beginnen: In de tekst van de NOS wordt gemeld dat de Bnei Menasje menen dat zij afstammelingen zijn van Joden die in de achtste eeuw voor Christus door het oude Israël in ballingschap naar India zijn gestuurd. Dat is onjuist. In 722 v. Chr. veroverden de Assyriërs het toenmalige koninkrijk Israël (de tien noordelijke stammen) en voerden de inwoners daarvan in ballingschap weg. Het waren dus de Assyriërs die Joden uit het oude Israël wegvoerden. Israël, het oude of het moderne, stuurde en stuurt geen Joden in ballingschap.

Spitsnieuws berichtte foutief dat dit de eerste Bnei Menasje waren die in Israël arriveerden, en de NOS en Telegraaf meldden ten onrechte dat de 1700 eerdere immigranten allen tussen 2005 en 2007 waren aangekomen.

Vandaag de dag leeft er in het noordoosten van India een Joodse gemeenschap die zich de Bnei Menasje noemen. Zij maken deel uit van verschillende etnische groepen die van oudsher een monotheïstische godsdienst aanhingen en eind 19de eeuw door missionarissen tot het christendom bekeerd werden. Sinds de jaren '50 zijn duizenden van hen tot de overtuiging gekomen dat zij afstammelingen zijn van de stam Manasse, één van de twaalf stammen van Israël in de Hebreeuwse Bijbel. Vanaf midden jaren '70 ging een deel van hen ook Jezus als de Messias afwijzen. Ruim 1700 Bnei Menasje wisten zich sindsdien in Israël te vestigen. De eersten vertrokken in de jaren negentig met hulp van de rabbijn Elyahoe Avichail, die hen in 1979 zou hebben ontdekt in zijn zoektocht naar de verloren stammen van Israël.

Shlomo Amar, de sefardische opperrabbijn van Israël, erkende de Bnei Menasje in maart 2005, waarmee ze collectief aanspraak konden maken op de Israëlische wet op de terugkeer, weliswaar na een formele bekering tot het orthodoxe jodendom. Aan deze rabbinale erkenning van de Bnei Menasje als Joods volk was een fikse politieke ruzie voorafgegaan. In juni 2003 had de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Abraham Poraz van het seculiere Shinui, een halt toegeroepen aan de tot dan toe nog individuele komst van de Indiase immigranten, omdat die misbruikt werden voor politieke doeleinden. De organisaties die hen met de immigratie hielpen, brachten hen namelijk hoofdzakelijk onder in de meest radicale nederzettingen, waaronder Gush Katif in de Gazastrook en Hebron op de Westoever, om de Joodse aanwezigheid daar te versterken. Zo'n 800 immigranten waren tot dan toe toegelaten.

Na de erkenning door de opperrabbijn ondergingen de Bnei Menasje in India zelf de bekeringsrituelen door Israëlische orthodoxe rabbijnen, waarna ze vrij toegang tot Israel hadden. De christelijke kerken in India maakten echter bezwaar tegen deze vermeende massa-bekeringen, die tegen de Indiase wet zijn. Omdat de relatie tussen Israël en India onder druk kwam te staan door de kwestie, maakte de Israëlische regering in november 2005 al weer een einde aan de 'bekeringen' in India. Nadien kwamen regelmatig groepen Bnei Menasje binnen op toeristenvisa om dan in Israël formeel bekeerd te worden. Die visa werden vanaf 2007 echter niet meer verleend aan de Bnei Menasje, nadat de minister van binnenlandse zaken zijn beslissingsbevoegdheid hierover aan het voltallige kabinet had overgedragen. Alleen op humanitaire gronden liet de regering Olmert in januari 2009 nog een groep toe.

In januari 2010 trof de regering Netanyahu een regeling waarbij de formele bekering van de overige Bnei Menasje in Nepal zou plaatsvinden, waarna ze tot Israël toegelaten zouden worden; dit vond echter geen doorgang. Begin november 2012 besloot het kabinet dat ze toch na aankomst in Israël zelf de bekeringsrituelen konden ondergaan. De nu aangekomen immigranten zijn de eerste groep Bnei Menasje sinds bijna 4 jaar die naar Israël komt. Naar verwachting zullen er de komende jaren nog ruim 7000 mensen volgen. Ook voor mogelijk tienduizenden anderen van de Indiase Kuki- en Mizovolkeren, levend in de provincies Mizoram en het naburige Manipur, staat deze route open als ze zich tot het orthodox-Joodse geloof wensen te bekeren. Zover zal het waarschijnlijk niet komen, want de meesten zijn nog overtuigd christen.

Uit DNA-onderzoek blijkt overigens geen afstamming uit het Midden-Oosten van deze volken, zeker niet langs strikt mannelijke lijn. Sommigen beweren echter wel Midden-Oosterse genen in vrouwelijke lijn gevonden te hebben, zodat een gedeeltelijke afstamming van de Manasse-stam toch mogelijk zou zijn, weliswaar in bescheiden mate.


Bronnen:

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen