zondag 17 juni 2012

De uitzonderingspositie van Palestijnse vluchtelingen (IMO Blog)

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2012/06/16/de-uitzonderingspositie-van-palestijnse-vluchtelingen/

IMO Blog

Na de Tweede Wereldoorlog verlieten de Britten India, dat moest worden opgedeeld in twee onafhankelijke landen. Een daarvan zou een hindoe-meerderheid hebben en het andere een moslim-meerderheid. Meer dan 7 miljoen moslims verhuisden naar het deel dat Pakistan werd. Een vergelijkbaar aantal hindoes en sikhs vertrok richting India. Heden ten dage is er niet één vluchteling meer.

Na de Tweede Wereldoorlog verlieten de Britten Palestina, dat moest worden opgedeeld in twee onafhankelijke landen. Een zou een joodse meerderheid hebben, de andere een moslim meerderheid. Ongeveer 750.000 moslims verlieten het gebied dat Israël werd. Een vergelijkbaar aantal Joden verliet de islamitische landen. Heden ten dage is er niet één Joodse vluchteling meer. Maar er zijn nog steeds Palestijnse vluchtelingen. Hun aantal is zelfs exponentieel toegenomen tot bijna 5 miljoen.

Aldus de Amerikaan Clifford D. May in een door Likoed vertaald artikel. Het is iets kort door de bocht, want de Joodse vluchtelingen vertrokken later en ook over een langere periode, maar het raakt wel de kern: de reden dat er nu nog Palestijnse vluchtelingen zijn, is niet omdat Israel wreder is en de Palestijnen zieliger dan landen in al die andere conflicten die tot vluchtelingenstromen leidden, maar doordat Palestijnse vluchtelingen op allerlei manieren een uitzondering vormen met speciale regels, definities en instituties. Zij zijn daardoor zelf onderdeel van het conflict geworden, en worden bewust tegen Israel ingezet. Dit is een van de weinige conflicten waarin niet alleen een stukje van een land maar een heel land betwist wordt; Israels bestaansrecht is nooit erkend door de Arabische wereld, tot op de dag van vandaag, en het wordt steeds duidelijker dat de vredesverdragen die Jordanië en Egypte met Israel hebben gesloten geen eeuwig karakter hebben en zeker geen oprechte erkenning inhouden.

Normaalgesproken keren vluchtelingen terug wanneer een conflict voorbij is. Het komt echter zeer zelden voor dat dat na 60 jaar nog op zo’n grote schaal gebeurt. Vluchtelingen die zo lang elders verbleven, hebben doorgaans op die plek ook een nieuw bestaan opgebouwd, al dan niet met hulp van de UNHCR of andere organisaties. Hun kinderen en kleinkinderen hebben wellicht de verhalen over het vroegere land gehoord, maar voor hen is niet dat land, maar het land waar ze zijn opgegroeid hun vaderland. Kinderen van vluchtelingen in bijvoorbeeld ons land willen hier niet weg om terug te keren naar Afghanistan of Angola, landen waarvan men soms de taal niet eens spreekt en zich niet meer thuis voelt. Bij Palestijnse kinderen wordt het verlangen naar het ‘oude vaderland’ (een land dat zij, noch hun ouders ooit hebben gekend), echter bewust levend gehouden en hun ‘Palestijnse identiteit’ aangewakkerd. Ze zouden maar op het idee komen dat je ook in Jordanië als Jordaans staatsburger prima kan leven. Het land zoals hun voorouders dat kenden voordat zij vluchtten, bestaat inmiddels allang niet meer. Hier is een nieuw land gesticht met nieuwe steden en een infrastructuur en een andere taal en andere mores. Er zou dus sowieso geen sprake zijn van een terugkeer, maar van het gaan wonen in een geheel ander land waar men met veel inspanning zou moeten integreren.

Daar komt bij dat de vluchtelingen deel uitmaakten van de bevolking die toentertijd tegen de Joden in Palestina vocht en getracht heeft hen te verdrijven. Wat dat betreft zijn ze te vergelijken met de Sudetenduitsers, die ook deel waren van een aanvallend volk en die aanval vaak ook ondersteunden. Hadden de Sudenteduitsers niet om Hitlers inlijving gevraagd, de Palestijnse vluchtelingen namen actief deel aan de burgeroorlog in 1948 en waren betrokken bij overvallen op konvooien en de totale blokkade en uithongering van Joods Jeruzalem. Deze waren aanvankelijk zo succesvol dankzij massale steun uit de bevolking, want het Palestijnse leger stelde niet zoveel voor. Niet iedere vluchteling was schuldig, en het was een oorlog waarin aan beide kanten de grens tussen burger en strijder niet altijd duidelijk was. Het is echter duidelijk dat de vluchtelingen tot op de dag van vandaag Israel niet erkennen en dat op zijn minst een deel wil terugkeren om te helpen van Israel weer een Arabische staat te maken, en niet om er als minderheid in een Joodse staat te integreren.

Normaal gesproken wordt de vluchtelingenstatus niet automatisch aan de volgende generatie doorgegeven, maar de Palestijnse vluchtelingenorganisatie UNRWA heeft de definitie voor Palestijnse vluchtelingen in 1965 daartoe bewust aangepast. In 1982 kwamen daar ook kleinkinderen bij, en achterkleinkinderen, tot in de eeuwigheid. Maar het probleem begon al met de aparte behandeling van Palestijnse vluchtelingen via een aparte organisatie, met een ander mandaat en doelstelling dan de even later opgerichte UNHCR. UNRWA heeft een ander mandaat dan de UNHCR, en richt zich niet op het oplossen van het vluchtelingenprobleem, omdat dat alleen door oplossing van het conflict en het zogenaamde ‘recht op terugkeer’ opgelost mag worden. De vluchtelingen definitief huisvesten zou hun die mogelijkheid tot terugkeer ontnemen en daarom zijn de UNRWA, de PLO en Palestijnse vluchtelingenorganisaties daar faliekant tegen. Er zijn echter meer uitzonderingen voor de Palestijnen. Een Palestijnse vluchteling is iedereen die tussen 1946 en 1948 onafgebroken in het mandaatgebied Palestina leefde – en kan dus prima in 1945 uit Egypte of Syrië zijn gekomen om in de haven van Haifa te werken. In veel landen is iemand niet binnen twee jaar ingeburgerd en staatsburger van zijn nieuwe land geworden, maar voor de UNRWA zijn het allemaal Palestijnen. Daarnaast kunnen alleen Palestijnen ook vluchteling op eigen bodem zijn. Er zijn vluchtelingenkampen in de Gazastrook en op de Westoever, in gebied waar de Palestijnen volledige autonomie hebben. De Gazastrook is door niemand bezet; waarom zijn daar Palestijnse vluchtelingenkampen? Israel heeft al in de jaren ’70 geprobeerd om in Gaza vluchtelingen in nieuwe woonwijken te huisvesten, maar dit werd afgewezen en veroordeeld door de PLO en de VN. Ook na de verwoesting van een deel van het vluchtelingenkamp van Jenin in 2002 wilde Israel permanente huisvesting voor deze vluchtelingen bouwen. Toen de Palestijnen daar lucht van kregen werden ze woedend en eisten dat Israel het precies zo zou opbouwen als het was, met nauwe steegjes en te kleine huizen.

Meer dan vier miljoen Palestijnen krijgen hulp van de UNRWA. Zij krijgen dagelijks voedsel, medicijnen en andere benodigdheden. Ook verzorgt de UNRWA onderwijs. Veel vluchtelingen zijn afhankelijk van deze diensten omdat zij niet werken. In Gaza is er niet genoeg werk voor de almaar groeiende bevolking, terwijl in Libanon en andere Arabische landen de Palestijnen van allerlei beroepen worden uitgesloten. Hamas en de PA doen weinig moeite om werk en goede huisvesting voor de vluchtelingen te regelen. De UNRWA (en de andere hulporganisaties voor de Palestijnen) maken lui: een groot deel van het budget van de PA wordt door het buitenland betaald. De Palestijnen beweren dat er niet genoeg werk is vanwege de bezetting en alle Israelische restricties. Sinds de vergaande autonomie op de Westoever en de Israelische terugtrekking uit Gaza is dat echter grotendeels onterecht. Zo is de Palestijnse economie de afgelopen jaren flink gegroeid, en Israel heeft dat ook bevorderd door juist restricties weg te nemen.

Voor een oplossing van het vluchtelingenprobleem moet er een einde komen aan de uitzonderingspositie van Palestijnse vluchtelingen. Vluchtelingen in de Palestijnse gebieden moeten daar permanent worden gehuisvest en de kampen opgeheven; een vluchteling in eigen land is een tegenstrijdigheid. Een kernidee achter de tweestatenoplossing is dat beide volken een eigen plek hebben waar ze altijd naartoe kunnen en waar men vrij en onafhankelijk is; dat wil niet zeggen dat minderheden elders niet met respect behandeld moeten worden, maar het is nogal absurd om miljoenen mensen, die voor 95% nooit in het betreffende gebied hebben gewoond, hiernaartoe te laten ‘terugkeren’ ten koste van de nationale identiteit en zelfbeschikking van een ander land. Een ander kernidee is dat deze staten de bevolking naar onafhankelijkheid leiden; het moet Palestijnen met trots vervullen om zelf, in hun eigen land, hun eigen brood te verdienen en mooie steden te bouwen waar nu de vluchtelingenkampen – in feite een soort sloppenwijken – liggen.

De Israelische afgevaardigde Einat Wilf (van Baraks afsplitsing van de Arbeidspartij) pleit ervoor alleen de vluchtelingen die indertijd daadwerkelijk zijn gevlucht nog langer onder de UNRWA te laten vallen; zij kunnen wat haar betreft ook terugkeren naar Israel indien zij in vrede in dat land willen leven (zoals VN resolutie 194 ook al als voorwaarde stelde). Nou lijkt het me niet erg realistisch dat een paar ouderen nog naar Israel terugkeren terwijl de rest van hun gezinnen elders verblijven, dus het lijkt mij meer voor de hand liggen dat een paar van de schrijnendste gevallen naar Israel kunnen, en dan wel met de hele familie, of dat vluchtelingen van wie al familie in Israel woont mogen ‘terugkeren’, maar hoe dan ook is duidelijk dat het vluchtelingenprobleem niet via deze weg kan worden opgelost. Het zal in alle gevallen om een klein en ook symbolisch aantal gaan, om humanitaire redenen en niet vanwege hun vermeende ‘recht’ om terug te keren. En zolang de definitie van Palestijnse vluchtelingen niet wordt aangepast komen er elk jaar zoveel vluchtelingen bij, dat zelfs indien Israel bereid zou zijn jaarlijks 100.000 vluchtelingen toe te laten, het aantal vluchtelingen zou blijven groeien.

Het voorbeeld aan het begin laat ook zien dat verschillende landen, waaronder Israel, hun vluchtelingenprobleem zelf hebben opgelost, zonder hulp van organisaties en de internationale gemeenschap. Israel heeft meer dan een half miljoen vluchtelingen uit Arabische landen opgenomen, nadat die er vaak met achterlating van hun bezittingen uit waren gezet. Israel zag het als doel en kernwaarde om Joden van overal vandaan een veilig thuis te bieden, en heeft in de eerste decennia van haar bestaan gigantische aantallen vluchtelingen opgenomen, terwijl het land zelf nog helemaal opgebouwd moest worden en ook nog eens in een permanent en soms zeer dreigend conflict met de buurlanden was verwikkeld. Men kreeg daarbij steun van Joodse organisaties en vermogende Joden, maar niet van de VN. De Palestijnen zeggen vaak dat dit onterecht tegen hen wordt gebruikt en zij niet verantwoordelijk zijn voor wat andere Arabische landen deden. In de eerste plaats zou het mooi zijn (en noodzakelijk voor een oplossing van het conflict) als men eens uit dit slachtofferdenken kon treden en een voorbeeld nemen aan de daadkracht en het idealisme van het vroegere Israel. In de tweede plaats waren de Palestijnen kern en onderdeel van het conflict en zetten zij ook de Arabische landen tegen Israel op. Het is echter waar dat ook de Arabische staten een verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem hebben. Niet alleen vanwege de vlucht en verdrijving van ca. 800.000 Joden, maar ook vanwege hun oorlog tegen Israel in 1948 en hun dreigementen dit land van de aardbodem te vegen indien het delingsplan zou worden aangenomen en uitgevoerd. Bovendien hebben de Arabische landen de vluchtelingen stelselmatig gebruikt als wapen tegen Israel. Het verschil met de behandeling van andere Arabische vluchtelingen, bijvoorbeeld uit Syrië of Irak, is schrijnend. Worden deze vluchtelingen doorgaans warm ontvangen in buurlanden zoals Jordanië, wanneer blijkt dat zij Palestijns zijn komt daar snel een einde aan.

In Nederlandse (en buitenlandse) media en door politici en VN medewerkers wordt vaak verwezen naar de nederzettingen als groot obstakel voor vrede. Dat is niet geheel onterecht, maar de overdreven nadruk op de nederzettingen vormt op zichzelf ook een obstakel en zet veel kwaad bloed onder Israeli’s, vooral omdat andere problemen worden genegeerd. Daarbij verwijst men vaak naar de verheerlijking van geweld, de Palestijnse raketten en Palestijns antisemitisme, maar de vluchtelingen zijn misschien nog wel een groter obstakel. Hun bestaan en hun toestand herinnert niet alleen Arabieren maar ook velen buiten de regio aan de oorlog van 1948 en men verbindt hun lot aan de stichting van Israel, alsof hun lijden de keerzijde is van Israels ontstaan en daardoor is veroorzaakt. Veel antizionisme en Israelhaat vindt daar zijn oorsprong. Het is een open wond die blijft etteren, een wond die open wordt gehouden door de Palestijnen en Arabische staten zelf. Het is tevens de olifant in de kamer die we in het westen niet willen zien. Het vluchtelingenprobleem wordt weliswaar als een groot probleem gezien, maar de manier waarop de Arabische landen en Palestijnen dit gebruiken wordt genegeerd. Zo werden Wilfs pleidooi en haar lezingen in Nederland door de media volkomen genegeerd, terwijl ieder bericht over drie nieuwe huizen op de Westoever of een paar gekneusde vingers van een anti-Israel demonstrant via het ANP op tientallen nieuwssites verschijnt. Wie werkelijk met de Palestijnen begaan is zou juist ook het cynische misbruik van de Palestijnse vluchtelingen aan de kaak moeten stellen en eisen dat zij door de PA en Arabische staten fatsoenlijk behandeld worden en volwaardige burgerrechten krijgen.

Ratna Pelle

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen