woensdag 30 mei 2012

Vrouwen en het sprookje van de religieuze hoogachting (Elma Drayer)

 

Een goed stuk van Elma Drayer.

 

Zie ook: Belgische minister kreeg geen hand van ultraorthodoxe Israelische collega in Geneve

 

---------------------

 

 

Het sprookje van de religieuze hoogachting

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/nieuws/article/detail/1808769/2010/10/23/Het-sprookje-van-de-religieuze-hoogachting.dhtml

Elma Drayer − 23/02/10, 06:12 

 

OPINIE Het vrouwenstandpunt van de SGP en moslima's met hoofddoekjes worden welwillend bejegend. Uit respect voor hun overtuiging - ook door feministen. Elma Drayer noemt dat misplaatst religieus seksisme.

Man en vrouw zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. En ze vullen elkaar prachtig aan. Deze mantra uit mijn - orthodox-gereformeerde - jeugd is tot op de dag van vandaag wijdverbreid, onder gelovigen van allerlei snit en signatuur. En nog altijd gaat die gepaard met roerende lofprijzingen aan het feminiene wezen.
 
Ik heb me daar van jongs af aan over verbaasd. Want als God Zijn vrouwelijke schepselen zo hoogacht, dan laat Hij dat op wel héél omslachtige wijze merken. Overal op aarde zijn zij het immers die in Zijn naam verstopt, verhuld, bedekt, vernederd, verminkt en nederig gehouden worden. Omdat wij zulke fijne wezens zijn, dienen wij een sluier te dragen, het altaar te mijden, geen ambten te begeren, en ook voor het overige in het openbaar onze mond te houden. Weliswaar heeft de Schepper ons begiftigd met hersenen, wij worden geacht die zo min mogelijk te gebruiken.
 
Houdt God eigenlijk wel van vrouwen?
 
Over talloze theologische vraagstukken mogen jodendom, christendom en islam diepgaand van mening verschillen, over één kwestie heerst hartverwarmende eensgezindheid: de buitenwereld is het domein van de man, terwijl de binnenwereld aan de vrouw toekomt.
 
De drie monotheïstische godsdiensten wisten zich daarbij van oudsher prettig gesteund door hun heilige geschriften. Daarin lazen ze dat God geheel aan hun zijde stond. En anno 2010 beroept Zijn aanhang, althans het rechtzinnige deel daarvan, zich nog steeds op de eeuwenoude verzen die verordonneren dat de ene helft van de mensheid zo veel mogelijk binnenshuis moet blijven. "Iets in verband met de baarmoeder en de daarmee verbonden seksuele en reproductieve functies vormt voor mannen een magische bedreiging", schreef de Amerikaanse historicus Edward Shorter in 'Geschiedenis van het vrouwelijk lichaam' (1982). "Deze angst van de man voor de seksuele macht van de vrouw raakt de kern van de zaak."
 
Velen hebben al gewezen op de samenhang tussen dit amalgaam van jaloezie, lust, onmacht en angst, en de godsdienstige voorschriften die vrouwen van oudsher op hun plaats moesten houden.
 
Fraaie illustratie biedt het 'vrouwenstandpunt' van de Staatkundig Gereformeerde Partij, thuishaven van bevindelijk-christelijk Nederland. Al sinds haar oprichting in 1919 tracht de SGP onder het volwaardig kiesrecht voor vrouwen uit te komen. Dat is in strijd 'met de roeping van de vrouw', aldus het Program van Beginselen. "Ik heb vrouwen ongelooflijk hoog staan", zei toenmalig fractieleider Bas van der Vlies in 2006. "Maar een meerwaarde in de politiek? Nee, dat kan ik niet zeggen. Ieder mens krijgt talenten van zijn Schepper mee. Dat geldt voor mannen en vrouwen. Alleen de vraag is: waartoe word je geroepen?"
 
Ten einde hun vrouwenstandpunt te mogen behouden beroepen SGP'ers zich op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Die gunt hun de ruimte, menen zij, om hun eigen visie volop te belijden en te beleven.
 
Lange tijd ging de Nederlandse overheid in die redering mee. In feite gedoogde zij zo dat de partij zich juist níet aan de Grondwet hield. Want onder de godsdienstvrijheid valt inderdaad dat gelovigen binnen de eigen muren van synagoge, kerk of moskee hun vrouwen naar hartelust de mond mogen snoeren. Niemand zal ze voor de rechter slepen als ze vrouwen weren van preekgestoelte, ambten of altaar. Maar bij politieke partijen ligt dat anders. Dan is zelfs de SGP gehouden aan de grondbeginselen van de rechtsstaat, en dus aan het volledig kiesrecht, ook voor penislozen.
 
In 2003 spande het Clara Wichmannfonds een juridische procedure aan. Interessant genoeg was op dat moment de achterban allang niet meer eensgezind. Uit onderzoek bleek dat driekwart van de SGP-jongeren geen enkel bezwaar meer had tegen vrouwen op de kieslijst. En ook elders in de bevindelijke hoek groeide de toeschietelijkheid. Binnen de partijtop bleef evenwel de klassieke visie domineren - dankzij een relatief kleine, maar uitstekend georganiseerde lobby.
 
Helaas drong die interne machtsstrijd tot de buitenwereld nauwelijks door. Daar bleef de misvatting voortleven dat de partij een massief blok vormde. En dat geen SGP-vrouw méér zeggenschap wenste dan ze nu bezat.
 
In april 2010 kwam de Hoge Raad met de langverwachte uitspraak in deze zaak: de partij mocht vrouwen niet langer uitsluiten van de kandidatenlijsten.
 
De partijtop was 'zeer verontwaardigd' en 'diep geraakt' door de uitspraak. Scheidend fractievoorzitter Bas van der Vlies kreeg naar eigen zeggen reacties 'van opperste verbazing en ergernis'. "Als je denkt de vrijheid te hebben naar de Bijbel te handelen zoals wij dat voorstaan", zei hij, "dan heeft dit een geweldige impact."
 
Het verdriet van de mannenbroeders was wellicht begrijpelijk. Ronduit onbegrijpelijk waren de reacties in de seculiere buitenwereld. Hier triomfeerde, meende weekblad Elsevier, de 'fundamentalistische ijver' van organisaties die niets liever doen dan de partij 'treiteren'. Dit was een manier, schreef NRC Handelsblad, om de SGP 'geforceerd' tot inkeer te dwingen. De krant vond het heel sneu dat de wet zo 'hard' uitpakte voor wat toch niet meer was dan 'politiek-religieuze folklore'. Zeer velen, schreef de Amsterdamse hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart, vroegen zich inmiddels af waar deze uitspraak 'eigenlijk' voor nodig was. "De SGP'ers doen geen vlieg kwaad."
 
Heel roerend natuurlijk, die solidariteitsbetuigingen. Maar ook behoorlijk misplaatst. Zo steunden deze buitenstaanders niet de krachten binnen de partij die verlangen naar gelijke rechten - naar privileges waarover zijzelf, hun vrouwen en hun dochters in ruime mate beschikken. Zij steunden het handjevol scherpslijpers dat de rest in gijzeling houdt.
 
Wat zich hier bovenal openbaarde, was het schrijnend gebrek aan religieuze kennis bij de seculiere buitenwacht.
 
Rechtzinnige gelovigen mogen graag beweren dat zij hun heilige geschriften letterlijk opvatten. Naar eigen zeggen nemen zij Bijbel of Koran 'van kaft tot kaft' serieus. Buitenstaanders hebben de neiging om dat voetstoots aan te nemen. Wij moeten, menen zij, de strenggelovigen daarin respecteren. Hoe achterhaald wijzelf hun opvattingen ook vinden, als die teksten voor hen zo veel betekenen, dan mogen wij daaraan niet tornen. Seculieren, kortom, nemen blindelings aan dat die orthodoxe claims kloppen.
Geheel ten onrechte.
 
Neem de argumentatie waarmee de rooms-katholieke kerk tot op de dag van vandaag het vrouwelijk wezen weert uit het priesterambt. Vaticaankenners voorspellen dat nog eerder het verplichte celibaat sneuvelt dan dat een vrouw ooit het altaar mag betreden. Belangrijkste argument: Jezus verkoos destijds uitsluitend mannen tot zijn apostelen.
 
Dat beamen Ophelia Benson en Jeremy Stangroom in hun boek 'Does God hate women?' (2009). Jezus koos, schrijven zij, waarschijnlijk óók alleen Aramees sprekende Joden. En hij had een uitgesproken voorkeur voor eenvoudige lieden die niet veel van de wereld hadden gezien. Toch zal geen prelaat heden ten dage aanvoeren dat alleen Aramees sprekende vissers van Joodse komaf geschikt zijn voor het gewijde ambt. Waarom zou dan wél het geslachtsdeel der twaalven doorslaggevend moeten zijn?
 
Vanwege hun gebrekkige bijbelkennis beseffen buitenstaanders te weinig dat rechtzinnige gelovigen veel minder consequent zijn dan ze zelf beweren.
 
Slavernij is in de Bijbel vanzelfsprekend. Dat de ene mens de andere mens tot zijn bezit rekent, keurt de Schepper nergens af.
Deze teksten, zou je zeggen, zijn even goddelijk geïnspireerd als die over vrouwen. Toch zijn de verzen over slavernij (en trouwens ook over zwagerhuwelijk en steniging) zoetjesaan tijd- en contextgebonden verklaard. Zelfs de allervroomste gelovigen nemen ze anno 2010 niet langer serieus.
 
Met andere woorden: steile gelovigen winkelen net zo selectief door Gods Woord als hun vrijzinniger tegenvoeters doen. Alleen komen zij er niet rond voor uit. Zij zijn evenzeer gevoelig voor de tijdgeest, en ook tot hen dringen nieuwe inzichten door - al is het met grote vertraging. Dat de aarde rond is, hoor je het Vaticaan zelden meer bestrijden. Toch was die bewering een paar eeuwen geleden nog genoeg voor levenslang huisarrest. Het maakt het des te merkwaardiger dat uitgerekend de voorschriften die vrouwen op hun plaats moeten houden, de status van onaantastbaarheid verwierven. (En die over homo's natuurlijk.)
 
In de islamitische wereld geldt dit alles nog vele malen sterker. Volgens de Brits-Amerikaanse oriëntalist Bernard Lewis is de islam van de drie monotheïstische religies het minst vatbaar voor secularisatie. (Hij wijt dat aan de traditioneel sterke vervlechting van godsdienst en macht; Mohammed was Profeet én politiek leider.) Een vrijere omgang met heilige teksten heeft in de islam van meet af aan moeilijker gelegen dan in jodendom of christendom. Geen wonder dat ook de teksten over vrouwen moeiteloos hun actualiteit wisten te behouden.
Hedendaagse apologeten worden niet moe erop te wijzen dat de introductie van de islam destijds een enorme verbetering betekende voor het lot der Arabische vrouwen. Mohammed maakte in één klap een einde aan tribale praktijken als het vermoorden van meisjesbaby's en ongelimiteerde polygamie. En zijn eigen echtgenotes waren bepaald niet op hun mondje gevallen.
 
"Vrouwenemancipatie", beweert de Britse theologe Karen Armstrong, "was een onderwerp dat de Profeet na aan het hart lag."
Dat mag zo zijn, die voorsprong is allang verkeerd in zijn tegendeel. Van de drie religies-van-het-boek is de islam het hevigst geobsedeerd door het vrouwenvraagstuk. Nergens is een meisjesleven zo weinig waard als in de moslimlanden - zie de indexcijfers van het Global Gender Gap Report, dat de kloof tussen mannen en vrouwen in kaart brengt. Nergens is er zo'n immens verschil tussen het mannenbestaan en het vrouwenbestaan. Als vrouwen überhaupt al een bestaan wordt gegund. Een moslimstaat als Pakistan, schrijft Betsy Udink in 'Allah & Eva' (2006), heeft méér 'verdwenen vrouwen' dan China met zijn beruchte éénkindpolitiek. "In Pakistan zijn miljoenen vrouwen zoek, zestig tot negentig miljoen: vrouwen die nooit geboren zijn omdat ze als foetussen al afgevoerd werden of omdat ze na de geboorte meteen gedood zijn of als gevolg van discriminatie en verwaarlozing zijn gestorven." Pakistan is volgens Udink voor vrouwen het 'dodelijkste land ter wereld'.
 
Hoe krachtiger de sharia geldt, hoe scherper de segregatie in het dagelijks leven is doorgevoerd. In de Saoedische stad Mekka, bakermat van de islam, brak in 2002 brand uit in een meisjesschool. De religieuze politie belette de schoolmeisjes te vluchten omdat hun kleding niet decent genoeg was, en ze zonder mannelijke bloedverwanten niet op straat mogen komen. Vijftien meisjes kwamen om in de vlammen.
 
Zo'n aberratie is in het Westen goddank ondenkbaar. Maar de seksesegregatie rukt op. Regelmatig klinken in landen met een relatief grote moslimpopulatie pleidooien voor gescheiden zwemmen, gescheiden gemeenteloketten, gescheiden patiëntenzorg. Dat heeft alles te maken met het succes van de aartsconservatieve, salafistische stroming die een terugkeer naar de 'zuivere' islam wenst, uit de tijd van Mohammed. Oude teksten symbolisch of contextgebonden lezen is voor hen nóg onverteerbaarder dan voor steile joden of steile christenen.
 
Het afgelopen decennium groeide het hoofddoekje uit tot middelpunt van het integratiedebat - ook in Nederland. Begrijpelijk genoeg. In steden met een flinke moslimpopulatie is het straatbeeld immers ingrijpend veranderd. Zag je daar vroeger sporadisch een moslimvrouw met hoofddoek, nu is dat volstrekt normaal. Islamieten zelf zeggen dat zij zich slechts beroepen op een soera uit de Koran: "En zeg tegen de gelovige vrouwen, dat zij hun blikken neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun aantrekkelijkheden niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen."
 
Collectief lijken moslima's er ineens van overtuigd dat ze zich moeten houden aan een handige kledingtip uit de Koran, bedoeld voor de zevende-eeuwse Arabische samenleving. Niemand dwingt hen daartoe, zeggen ze. Ze willen het zelf.
 
Een béétje moslima streeft er tegenwoordig naar haar haren te bedekken zodra ze de huwbare leeftijd bereikt. Maar ook premenstruele meisjes van acht, negen jaar zie je volledig verpakt en ingesnoerd over straat lopen en in klaslokalen zitten. Blijkbaar schept de Barmhartige, Edelmoedige en Alziende daar eveneens behagen in.
Een kongsi van christenvrouwen, feministen en zedenkenners werpt zich de laatste jaren op als verdedigers van de hoofddoek. Zij vinden dat wij ons niet druk mogen maken om iets wat niet meer is dan 'een lapje stof '. Nogal triomfantelijk trekken zij daarbij de vergelijking met het regenkapje van hun moeder, de nonnensluier van hun tante of het boerenmutsje van hun grootmoeder. Die vonden we toch ook gewoon?
 
Karla Peijs, voormalig CDA-minister van verkeer en waterstaat, zag in 2006 het licht, op een internationale vrouwenconferentie in Aboe Dhabi. Plotseling ontdekte ze dat het hoofddoekje vrouwen 'vrijheid' geeft. "Sluiers vormen geen belemmering, maar kunnen islamitische vrouwen verder helpen in de wereld." Een hoofddoek, zei ze, biedt 'kansen' aan vrouwen die anders binnen zouden moeten blijven. Peijs' bewijsvoering, het moet gezegd, was indrukwekkend. Een situatie verdedigen met dezelfde argumentatie als waarmee ze in het leven is geroepen - het is een fraaie variant van een petitio principii, ofwel een cirkelredenering.
 
Zo mogelijk nog schriller klinken de apologieën van Anja Meulenbelt, ooit boegbeeld van het Nederlandse feminisme, nu SP-senator. Volgens haar dragen moslima's met hun hoofddoek uit "dat ze zich hun identiteit niet afhandig laten maken. Dat ze zich in een steeds vijandiger wordende omgeving het recht voorbehouden om te laten zien wie ze zijn. Geen daad van onderwerping, maar van moed."
Ook elders in de westerse wereld zijn er vrouwen die de hoofddoek op virtuoze wijze weten te duiden als een teken van vrijheid. Volgens de Britse theologe Karen Armstrong bijvoorbeeld is de sluier slechts een symbool 'van islamitische zelfbevestiging'. "Veel vrouwen", betoogde ze in oktober 2006 in The Guardian, "wier moeders de sluier verheugd hadden afgeworpen, adopteerden de hijab om zich te distantiëren van agressief seculiere regimes." De gesluierde vrouw is in haar ogen een heldin: zij trotseert de verderfelijke mores van het Westen, met zijn 'vreemde drang' tot exhibitionisme.
 
"Interpreteren wij de moslimse seksuele moraal niet radicaal verkeerd?", schreef de Amerikaanse feministe Naomi Wolf in 2008.
 
"Zijn we niet blind voor de manier waarop wij zelf vrouwenonderdrukking in stand houden?" Bovendien zijn sluiers vanwege hun geheimzinnigheid eigenlijk reuze sexy. "Het is de moeite waard", besloot Wolf, "om genuanceerder na te denken over wat vrouwenvrijheid werkelijk betekent."
 
Curieus, die westerse ijver om aan het moslimse modedictaat tegemoet te komen. Waarom niet wat kloeker gezegd: u mag gerust uw ideetjes hebben over de scheiding der seksen, wij doen daar niet aan mee?
 
Het islamitische hoofddoekje is natuurlijk geen onschuldig 'lapje stof ' - een argument dat zichzelf sowieso in de staart bijt. Als het echt zo onschuldig zou zijn, waarom het ding dan niet gewoon afgedaan? Dat gebeurt niet, omdat de islamitische hoofdbedekking voor veel méér staat. Elke moslimhoofddoek, hoe vrijwillig of modieus ook omgeknoopt, verspreidt hetzelfde bericht: ik leg mijzelf als vrouw beperkingen op, omdat de mannen om mij heen worstelen met hun libido. Ik zing een toontje lager, omdat mannen een probleempje hebben met hun lusthuishouding. De islamitische hoofddoek beloont de diepe angst voor al wie een vagina bezit.
 
Bovendien betekent elke nieuwe moslimhoofddoek een stille overwinning voor de salafisten en hun diepe haat tegen het Westen - ook al houdt de draagster in kwestie nog zo vol dat zij slechts haar Schepper eer wil bewijzen. Waarom zou je dat in hemelsnaam toejuichen?
 
Gelukkig kent het Nederlandse feminisme nog enkele witte raven. Cisca Dresselhuys, jarenlang hoofdredacteur van Opzij, wees de hoofddoek principieel af. "In het koffiehuis verdraag ik geen seksisme", zei ze in maart 2001 tegen de Volkskrant, "vrouwenbesnijdenis is bij mij taboe en redactrices met een hoofddoek komen er bij Opzij niet in." (Onder het bewind van haar opvolgster Margriet van der Linden daarentegen mag een gesluierde moslima gerust een geinige column schrijven.) Ook sociologe Jolande Withuis heeft zich er consequent tegen verzet. "Een van de dringendste argumenten tegen het massaal dragen van hoofddoekjes", schreef ze in 'De vrouw als mens' (2007), "is dat het de wereld voor vrouwen die er geen dragen onveiliger maakt. Er gaat een intimiderende werking vanuit. Aparte mannen- en vrouwenwerelden leveren vrouwen geen bescherming op, maar haat."
 
Dresselhuys en Withuis zijn de uitzonderingen die de communis opiniobevestigen. Hoon is dan ook hun deel - temeer daar de hoofddoek verder alleen bij populisten in de belangstelling lijkt te staan. Dat ondervond ook GroenLinks-fractieleider Femke Halsema, toen ze vorig jaar een interview gaf aan dagblad De Pers. Waar ze eerder geen bezwaar zag in de hoofddoek voor magistraten en politieagentes, bleek ze nu mugged by reality. "Als ik op de school van mijn kinderen kom", zei Halsema, "valt het mij weleens moeilijk dat ik dan tussen allerlei gesluierde vrouwen zit. Ik zal hun rechten niet aantasten daarin. Maar ik kan niet wachten op het moment waarop ze in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos."
 
Halsema was nog niet uitgesproken of ze werd op hoge toon terechtgewezen. Anja Meulenbelt vond het een schande dat 'godbetert' Femke Halsema de hoofddoekdiscussie oprakelde. "Zijn de moslimmeiden nu juist hard bezig om ondanks vooroordelen hun plek op de arbeidsmarkt te veroveren, krijgen we de voorzitter van GroenLinks nog even langs. Is ze nou helemaal!" Voormalig Midden-Oostencorrespondente Tineke Bennema hief in dagblad Trouw een 'driewerf hoera' aan voor de hoofddoek. 'Bitter teleurgesteld' was ze in Halsema, omdat ze zich aansloot 'bij het rijtje islambashers'.
Welbeschouwd gedragen deze hoofddoekadvocates zich als linkse intellectuelen ten tijde van de Koude Oorlog.
 
Ook die konden maar niet komen tot een veroordeling van de onsympathieke trekjes van het communisme. Ook zij trokken voortdurend de parallel met het Westen: alsof het hier zo'n pretje was. Ook bij hen heerste veel begrip voor een cultuur waarin nu eenmaal héél anders werd gedacht over de universele mensenrechten. En wie het beestje wél bij de naam noemde, kreeg te horen dat hij de 'rechtse krachten in de kaart speelde'.
 
Wie tegenwoordig hardop de onaangename trekjes in de islamitische praktijk aanwijst, krijgt een soortgelijk verwijt. Die gaat al snel door voor 'Verlichtingsfundamentalist'. Of nog erger, voor heimelijk aanhanger van Geert Wilders, leider van de 'islamofobe' Partij voor de Vrijheid. Blijkbaar word je geacht afstand te doen van je opvattingen, zodra een bedenkelijk personage die óók uitvent. Maar laten vegetariërs hun principes varen omdat ze die toevallig delen met zekere dictator te Berlijn, bij wie ook geen vleeslapje op tafel kwam?
 
Ik moet de eerste nog tegenkomen. Waarom zou je je overtuiging dan wél moeten verloochenen als het om vrouwen gaat?
Andere kwestie is of je de islamitische hoofddoek uit de openbare ruimte moet weren, zoals de Partij voor de Vrijheid in dit verkiezingsjaar bepleitte. Welnu, voor een ban op de boerka valt alles te zeggen. De allesbedekkende gezichtssluier maakt normale communicatie per definitie onmogelijk. Bovendien, zoals de Franse filosofe Elisabeth Badinter in juli 2009 in Le Nouvel Observateurbetoogde, maken vrijwillige boerkadraagsters nogal ostentatief duidelijk dat ze een hekel hebben aan de vrijheid in de westerse samenleving. "Eigenlijk", schreef Badinter, "misbruikt u democratische vrijheden door ze in stelling te brengen tegen de democratie. Of u het nu uit ondermijning doet, uit provocatie of uit onwetendheid, het echte schandaal is de klap die u uitdeelt aan al uw onderdrukte zusters die de dood riskeren om eindelijk van de vrijheden te kunnen genieten die u zo veracht."
 
Inderdaad, tolerantie voor lieden die zelf intolerantie propageren is nergens voor nodig. En lastig in te voeren kan zo'n boerkaban niet zijn: vermommingen als bivakmutsen of maskers zijn (buiten carnavalstijd) al uit den boze. Even verdedigbaar is een hoofddoektaboe voor vrouwen die bij overheidsinstanties werken. De staat dient neutraal te zijn, zoals de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur in zijn boek 'The Secular Outlook' (2010) overtuigend betoogt. Alleen een secularistische overheid kan immers de grote verschillen tussen de bevolkingsgroepen overkoepelen. En dus kan zij geen religieuze symbolen bij haar ambtenaren accepteren. Maar de staat, zoals Cliteur zei in juni 2010 tegenFilosofie magazine, is iets anders dan de stráát. Daar kan 'in beginsel' iedereen zich uitdossen zoals hij wil.
Femke Halsema heeft gelijk: het enige wat erop zit is hopen dat moslima's op een dag de hoofddoek uit eigener beweging taboe verklaren. Simpelweg, omdat ze beseffen in welke abjecte logica ze verstrikt zijn geraakt.
 
Het sprookje van de religieuze hoogachting - God houdt zo veel van vrouwen dat Hij ze het liefst de mond snoert - blijkt buitengewoon taai. Geen wonder, zeggen Ophelia Benson en Jeremy Stangroom. "Religie geeft tradities een ruggengraat, en een sausje van rechtvaardiging." Juist door je op de Eeuwige te beroepen, wordt het eenvoudiger je af te schermen van moderne fratsen als vrouwenrechten. Het is immers de Schepper zelf die alles zo heeft verordonneerd?
 
Zorgwekkend in dit verband is dat het islamitisch fundamentalisme wereldwijd lijkt toe te nemen. Anno 2010 zijn er zo'n vijftig landen waar de sharia geheel of gedeeltelijk geldt. En, zoals de Amsterdamse emeritus hoogleraar sociologie Abram de Swaan het in 2006 mooi formuleerde: "Overal waar de religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd." De Swaan ontvouwde een interessante stelling: het islamitisch radicalisme van deze tijd is volgens hem ingegeven 'door angst van mannen om hun meerderwaardigheid boven vrouwen te verliezen'. De botsing der beschavingen is in zijn ogen 'een strijd tussen de geslachten'. In het Westen, aldus De Swaan, raakten masculiene superioriteitsgevoelens langzaam taboe. Dat vrouwen de mindere soort zijn durft (bijna) geen man meer hardop te beweren. In niet-westerse samenlevingen beginnen de machtsverhoudingen nu pas 'te kruien'.
 
Volgens de socioloog vormt de toegenomen scholing van vrouwen de belangrijkste bron van bedreiging. Vrouwen die leren lezen en schrijven, zegt hij, krijgen hoe dan ook 'een nieuw zelfbewustzijn'. "Zij gaan denken dat zij mensen zijn, misschien nog niet de gelijke van mannen, maar toch ook niet meer enkel wezens voor de fok en voor de zorg." Mannen in deze culturen beseffen voor het eerst dat hun meerderwaardigheidsgevoelens in feite op niets zijn gebaseerd. En bij gebrek aan enig ander machtsmiddel, grijpen zij terug op de Koran en andere 'rotsvaste beginselen van weleer'.
 
Als De Swaans these klopt, dan gaat hetzelfdeop voor onze eigen SGP - zij het uiteraard in veel zachtzinniger mate. Antropologe José Baars deed een paar jaar geleden onderzoek naar meisjes op een reformatorische scholengemeenschap. Anders dan hun moeders, blijken de dochters fikse ambities te koesteren. En dat is onmiskenbaar het gevolg van het gestegen opleidingsniveau. Nog steeds, ontdekte Baars, verlangen de meeste refomeisjes naar de 'standaardbiografie': ze willen trouwen (liefst op hun vijfentwintigste) en kinderen krijgen. Maar de levenslange, exclusieve toewijding aan het gezin raakt uit de gratie. Deeltijdwerken als de kinderen jong zijn vindt 'een kleine meerderheid' al vanzelfsprekend. En 'herintreden' als de kinderen groter zijn vinden de meesten doodgewoon. De eerste reformatorische crèches dienden zich al aan. De traditionele opvattingen omtrent de seksen, concludeerde de antropologe, zijn tanende. Het ligt voor de hand om de verbetenheid waarmee de mannenbroeders van de SGP hun 'vrouwenstandpunt' verdedigen in dat licht te zien. Ook zij hebben alle reden om het verlies van hun privileges te vrezen.
 
Is dit religieus gefundeerd seksisme, zoals Abram de Swaan opperde, de laatste stuiptrekking van een stervend patriarchaat? Ik help het graag hopen. Het enige wat het Westen intussen kan doen, is onverkort vasthouden aan het universele van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens - zeker op zijn eigen grondgebied. En juist dat gebeurt naar mijn smaak op dit moment te weinig.
 
Altijd verhelderend: vervang de categorie 'sekse' door de categorie 'ras'. Beide kenmerken zijn met de geboorte meegegeven. Geloof kun je afleggen, met je genitaliën en je huidskleur zit je opgescheept.
Racisme is in de beschaafde wereld inmiddels taboe. Natuurlijk lopen er nog genoeg lieden rond die zichzelf superieur wanen op grond van hun blank-zijn, maar hardop je afkeer etaleren van donkerhuidigen geldt als not done. Racisme wordt beschouwd als een kwaad dat principiële bestrijding verdient - eerst en vooral door de overheid. Volkomen terecht.
 
Maar stel, er waren in dit land patiënten die uitsluitend blanke dokters aan hun bed wilden zien. Of zwembaden die aparte uurtjes voor zwarten wilden invoeren. Of straatcoaches die zwarten weigerden aan te raken, gewoon omdat zoiets nu eenmaal niet mag van hun geloof. Zou iemand dan durven beweren dat dit 'dingetjes' zijn waarover wij niet mogen zeuren? En stel, er was een politieke partij die op grond van haar negerstandpunt zwarten het passief kiesrecht onthoudt. Zou de seculiere buitenwacht haar dan ook in bescherming nemen tegen het 'doorgeslagen gelijkheidsdenken'? Schrijven dat het hier slechts 'religieus-politieke folklore' betreft? Of dat de betreffende partijleden 'geen vlieg' kwaad doen? Die kans lijkt me klein. En zouden de betreffende racisten deze ordening tussen blank en zwart rechtvaardigen met een beroep op Bijbel of Koran, we zouden ze op hoge toon terechtwijzen: u mag daarin best lezen dat uw Schepper het zo heeft bedoeld, wij denken daar tegenwoordig anders over. Dus gaan wij niet mee in uw redenering - ook niet als de zwarten in kwestie beweren er zélf geen enkel probleem mee te hebben.
 
Als het om religieus geïnspireerd racisme gaat, kortom, dan zouden overheid en publieke opinie een streep trekken. Nu het om religieus geïnspireerd seksisme gaat, ligt de zaak blijkbaar héél anders. Dan moeten wij begrip opbrengen voor gelovigen die nog niet door de Verlichting heen zijn gegaan. Dan vindt spraakmakend Nederland dat je geen Prinzipienreiter mag zijn.
 
Maar waarom eigenlijk niet? Hierin openbaart zich immers een principekwestie van jewelste: de bereidheid dan wel weigering om mallotige opvattingen over het vrouwelijk wezen te honoreren. De bereidheid dan wel weigering om de mensenrechten te beschouwen als universeel en ononderhandelbaar.
 
Daar kunnen wij niet genoeg over door blijven zeuren.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen