dinsdag 27 maart 2012

Prof. Reuven Hazan: Israël gaat interessante zomer tegemoet

 

In het Reformatorisch Dagblad stond vorige week een interview met een Israelische hoogleraar politicologie die eens niet alleen kritisch naar Israel zelf is zoals de deskundigen die bij de NRC zo geliefd zijn. Een verademing. Jammer dat zo’n interview alleen te lezen is in een vrij marginale krant als het RD.

 

RP

-----------

 

Prof. Reuven Hazan: Israël gaat interessante zomer tegemoet

http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/prof_reuven_hazan_israel_gaat_interessante_zomer_tegemoet_1_630383

17-03-2012 16:00 | mr. Richard Donk

 

De spanning in Israël loopt op. Recent geweld in de Gazastrook, een dreigende oorlog met Iran en interne sociale verdeeldheid. Prof. Reuven Hazan: „We gaan een interessante zomer tegemoet.”

Begin 2009 won Benyamin Netanyahu met zijn Likudpartij de Israëlische verkiezingen. De politieke verhoudingen van dat moment dwongen de door de wol geverfde politicus een coalitie met rechtse partijen te vormen. De religieuze Shas en de Yisrael Beiteinupartij van Avigdor Lieberman werden aan boord gehaald, waardoor een van de meest rechtse kabinetten in de geschiedenis van de Joodse staat ontstond.

Analisten voorspelden dat deze regering geen lang leven beschoren was. Netanyahu zou immers maar heel weinig manoeuvreerruimte hebben, vooral als het ging om het vooruithelpen van het vredesproces met de Palestijnen. De ultrarechtse coalitieleden zouden elke vorm van concessie boycotten, waardoor de coalitie in feite in een wurggreep werd gehouden.

Drie jaar later zit Netanyahu echter steviger in het zadel dan ooit. Zijn Likudpartij doet het uitstekend in de peilingen en voor de positie van premier van Israël lijkt momenteel geen enkele andere kandidaat serieus in beeld te zijn.

„Op het institutionele vlak is het in Israël op dit moment erg kalm”, meent prof. Reuven Hazan, hoogleraar politicologie aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. In zijn werkkamer op de Scopusberg analyseert de wetenschapper de politieke verhoudingen in de Joodse staat.

„Ik kan me geen Israëlische premier herinneren die er na drie jaar zo comfortabel voor staat”, zegt Hazan. „De coalitieleden hebben het prima naar hun zin met elkaar. Netanyahu heeft in de peilingen van niemand serieuze concurrentie te duchten. Zolang er niets bijzonders gebeurt, is hij momenteel de enige die als leider van Israël kan fungeren.”

Dat geldt op het institutionele vlak. Maar hoe is het op sociaal gebied met Israël gesteld?

„Er zijn diverse kwesties die gemakkelijk kunnen overkoken. We hebben onlangs grootschalige demonstraties voor sociale hervormingen gehad. Onze eigen versie van de Arabische lente, zeg maar. De grote vraag is of we het daarmee hebben gehad, of dat die onvrede opnieuw aan de oppervlakte zal komen – en dan in verhevigde mate.

Een ander belangrijk probleem vormt de groeiende tegenstelling tussen ultraorthodoxe Joden en de rest van Israël. Met de discussie rond het al dan niet verlengen van de Talwet, die ultraorthodoxe jongeren van dienstplicht in het leger vrijstelt, heeft de regering een doos van Pandora opengetrokken. Als ik die twee kwesties combineer, gaan we nog een interessante zomer tegemoet. Los daarvan hangt boven alles nog de dreiging van Iran.”

Na de verkiezingen van 2009 bestond de vrees dat Lieberman deze coalitie zou kapen. Is die vrees terecht gebleken?

„Dat valt wel mee. Toen Ariel Sharon eind 2005 de centrumrechtse Kadima oprichtte, bleef in Likud de rechtse harde kern over. Die kon zich in grote lijnen prima identificeren met de ideeën van Lieberman en zijn Yisrael Beiteinupartij. Zelfs als Lieberman antidemocratische wetsvoorstellen indient, kan hij vaak op de steun van Likud rekenen.”

Hoe verklaart u die ruk naar rechts in Israël?

„Daar zijn diverse oorzaken voor aan te wijzen. Als je Kadima buiten beschouwing laat, is de hele linkervleugel van het politieke spectrum zo goed als ingestort. En ondanks zijn rechtse uitstraling is Likud op een aantal terreinen toch gematigder geworden, waardoor de partij meer Israëliërs aanspreekt. Netanyahu is de eerste Likudpremier die het woord Palestijnse staat in de mond heeft genomen. Er is echter helaas geen serieuze gesprekspartner aan Palestijnse kant.”

Zal die er ooit komen?

„Dat is een goede vraag. Hamas wil en zal niet met Israël praten. De positie van Abu Mazen (Mahmud Abbas, RD) is te zwak. Electoraal gezien loont het in Israël momenteel totaal niet om je in te zetten voor het vredesproces. De situatie in de landen om ons heen is op het ogenblik ook niet erg rooskleurig om vrede met de Palestijnen te bewerkstelligen. Jordanië wil geen brugfunctie vervullen. Libanon is geen serieus land. En in Syrië is een bloedbad aan de gang. De grootmachten in de regio –Turkije en Iran– winnen alleen maar aan kracht.”

Wat zijn uw verwachtingen met betrekking tot Iran?

„Ik zie dat Israël en de Verenigde Staten steeds nader tot elkaar komen in hun mening over wat er met Iran moet gebeuren. De laatste ontmoeting tussen Obama en Netanyahu spreekt wat dat betreft boekdelen. Netanyahu maakte de Amerikaanse president duidelijk dat Israël zich het recht voorbehoudt zijn eigen lot te bepalen.

Obama zei vorige week tijdens een toespraak op de Aipac-conferentie op zijn beurt dat de VS geen beleid van beheersing voeren. We mogen dan over de aanpak van Iran van mening verschillen, maar we zijn het erover eens dat nucleaire wapens in de handen van Teheran geen optie is. Punt uit. Bovendien verklaarde Obama dat Israël in zijn ogen de mogelijkheid moet hebben om zelf met de Iraanse dreiging af te rekenen. Dat impliceert naar mijn idee Amerikaanse militaire hulp. Niet voor niets liet Netanyahu zich direct na de speech zeer lovend over Obama uit. Ze zijn echt dichter tot elkaar gekomen, ondanks de vermeende persoonlijke moeite die ze met elkaar hebben.”

Kan Israël zich wel een aanval op Iran veroorloven, gezien de mogelijke regionale consequenties?

„We hebben twee keer eerder een land aangevallen dat nucleaire capaciteit dreigde te verwerven: Irak en Syrië. In beide gevallen is er niets gebeurd.”

Maar Iran is toch van een andere orde?

„De vraag is hoe verschillend Iran is. Natuurlijk is er het doemscenario waarin het hele Midden-Oosten in brand komt te staan. Aanvallen van Hezbollah en Hamas op Israël en raketbeschietingen vanuit Iran zelf – al dan niet met conventionele wapens. Maar een offensief tegen Iran zou voor hetzelfde geld een ineenstorting van het Iraanse regime kunnen betekenen. Eerdere opstanden zijn weliswaar bloedig neergeslagen, maar lieten wel zien wat er onder de oppervlakte aan onvrede bij de bevolking leeft.”

Wat vindt u van al het wapengekletter van de afgelopen maanden rond Iran?

„Dat hoort bij het Midden-Oosten. Obama bekijkt dit conflict door een westerse, liberale bril. Dan kom je al snel bij diplomatie, onderhandelingen en strafmaatregelen terecht.

In het Midden-Oosten werkt het anders. Daar moet je voortdurend je spierballen laten zien. Iran praat op exact dezelfde manier: Israël van de kaart vegen, de zionistische entiteit vernietigen, ga zo maar door. Israël moet dezelfde taal spreken. Daarom staat elke dag in de kranten dat we klaar voor oorlog zijn. Daarom zeggen onze generaals in interviews dat ze binnen tien dagen een aanval op de Iraanse kerninstallaties kunnen uitvoeren. In Amerika kan de legertop achter de schermen allerlei tactische plannen uitwerken en in één keer toeslaan. Israël moet steeds openlijk tonen dat het er klaar voor is.”

Dichter bij huis speelt nog altijd het conflict met de Palestijnen. Critici stellen dat de tijd voor een tweestatenoplossing eigenlijk al voorbij is. Wat vindt u?

„Dat zeggen vooral de mensen die voor een eenstaatoplossing zijn, en dat zal niet gebeuren. Ik denk dat een tweestatenoplossing nog steeds mogelijk is als de politieke wil maar aanwezig is.

Als we alle nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever willen handhaven, is er geen leefbare Palestijnse staat mogelijk. Maar als we bereid zijn concessies te doen, is het nog steeds een optie. We moeten misschien 10 procent van de nederzettingen opgeven en hier en daar met grenzen schuiven. Een veel groter probleem is wat er in de Gazastrook moet gebeuren.”

Hoe beoordeelt u tot nu toe de revoluties in de Arabische wereld?

„Er wordt alom van de Arabische lente gesproken, maar de vraag is of er niet eerder sprake is van een Arabische winter. Hier beoordelen we de ontwikkelingen in de eerste plaats op de vraag wat de gevolgen voor Israël zouden kunnen zijn. Wij zijn niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het verkrijgen van democratie en meer rechten in onze buurlanden. Wij kijken eerst en vooral naar onze eigen veiligheid.

Wat dat betreft is het veiligheidsperspectief voor Israël het afgelopen jaar volledig veranderd. Wij zien ons momenteel omringd door een aantal landen dat door de Arabische revolutie fundamenteel is veranderd. Egypte is militair gezien een sterk land. In Syrië is de uitkomst van de opstand nog onzeker.

Voor de korte termijn heeft de Arabische lente de situatie voor Israël alleen maar verslechterd, om het kort door de bocht te zeggen. Als dit alles op de lange termijn tot een wisseling van de wacht in Iran leidt, zou de uitkomst toch nog positief kunnen uitpakken. Maar dat is op dit moment volstrekt hypothetisch.”

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen