vrijdag 30 december 2011

Ver van ons bed conflicten

 

We laten ons voor een groot deel door de media leiden bij de beoordeling van wat er in de wereld gebeurt, wat onze aandacht verdient en wat we erg moeten vinden. Daar zijn ook grenzen aan; het eindeloze gezeur over Holleder bijvoorbeeld laat me nach wie vor koud, en de boodschap moet wel in ons referentiekader en wereldbeeld passen. Er moet een duidelijke boosdoener zijn, en een mogelijkheid er invloed op te kunnen uitoefenen: met twee Afrikaanse stammen die elkaar wederzijds de koppen inslaan kunnen we niet zoveel, of het moet een internationale interventiemacht zijn, maar die kun je niet op elke stammenoorlog afsturen. Zelfs bij Rwanda was daar weinig animo voor.

Vooral beelden zijn een krachtig wapen: we kunnen wel horen dat er geregeld hongersnoden in Noord-Korea zijn, maar zolang het regime daar voorkomt dat daarvan beelden naar buiten komen, blijft de betrokkenheid en verontwaardiging zeer beperkt.

 

Het Israelisch-Arabische conflict heeft, hoewel het qua dodental zeer bescheiden is, wel veel beelden, en meerdere raakvlakken met hier: de hier dominante religie heeft zijn oorsprong in dat land, duizenden Joden uit Nederland hebben het land mee opgebouwd, en met de Arabieren sympathiserende migranten hebben zich in Nederland gevestigd. Vanuit verschillende referentiekaders worden beide partijen als boosdoeners aangewezen: een Westers koloniaal project dat een inheemse Arabische bevolking onderdrukt en onteigent, of een Westerse democratische beschaving die bedreigd wordt door een intolerante achtergebleven woestijnideologie.

 

Eerlijk gezegd heb ik me de eerste 40 jaar goeddeels afzijdig gehouden van dit conflict, omdat ik – anders dan bij de Tibetanen, de West-Saharanen of de Noordamerikaanse Indianen – geen eenduidige boosdoener zag: net als in Noord-Ierland strijden twee partijen om één land, met allebei legitieme claims en belangen.

 

Wouter

___________

 

 

Column Bernard Hammelburg | Ver van ons bed

28 DECEMBER 2011 08:10 | BNR.NL

 

Bij de jaarwisseling blikken we terug op grote conflicten als Tunesië, Egypte, Libië, Irak en Afghanistan. We debatteren eindeloos over de vraag waarom we niet ingrijpen in Syrië, waar de president massamoord pleegt op zijn eigen volk, of Iran, dat ongestraft doorbouwt aan zijn atoombom. Drama’s van grotere omvang lijken ons niet te deren.

In Mexico heeft de oorlog tussen de drugskartels inmiddels 40.000 levens gekost. President Calderon is machteloos Toegegeven, het is geen staatsterrorisme, zoals in Syrië, maar je gaat er net zo dood van.

De burgeroorlog in Somalië heeft al tussen de 350.000 en een miljoen mensen het leven gekost. Waar is de internationale troepenmacht die de krijgsheren – internationaal diplomatiek jargon voor tuig met macht – eruit gooit?

Terecht blikken wij, bij de jaarwisseling, terug op het Israelische-Palestijnse conflict. In juni 2012 duurt de bezetting precies 45 jaar. Sommige opgewonden politici en journalisten koesteren de merkwaardige opvatting dat alle problemen in de wereld hiermee samenhangen.

Maar over Kasjmir, bezet door India en Pakistan, horen we niets. Dat conflict heeft al 100.000 slachtoffers geëist, waarvan het merendeel moslim, en nog eens 10.000 vermisten. Met Palestijnen heeft het echt niets te maken. Zou dat de reden zijn dat niemand zich het lot van dit volk aantrekt? Of denken we bij kasjmier aan lekkere truien, en niet aan dode burgers?

Over bezetting gesproken: Wie maakt zich ooit druk over de Marokkaanse bezetting van de westelijke Sahara? Die duurt vrijwel net zo lang als het Midden-Oosten conflict, maar ook daar hoor je zelden iemand over.

Of over de bezetting van Nagorno-Karabakh door Armenië, terwijl het eigenlijk bij Azerbeidzjan hoort. Armenië hanteert dezelfde drogreden die in de Balkan en Oost-Europa altijd zo populair is: om etnische Armeniërs te beschermen.

Tenslotte: Tibet, het land van de in ballingschap levende Dalai Lama. Nog altijd bezet door China. Wat doen we eraan? Niets

Het is geen zelfverwijt. Het is allemaal ver van ons bed, en we kunnen niet alles oplossen. Maar er, bij de jaarwisseling, het beste van hopen, dat mag!

Bernard Hammelburg

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen